23/08/2026
Gert Crum Wijnschrijfprijs 2026
SHORTLIST IS BEKEND * STEM MEE VOOR DE PUBLIEKSPRIJS *
Lees de inzending van de 2e genomineerde: Peter Klosse
Wil je stemmen? Klik op de link in de opmerking.
---------------------------------------------------------
De avondlucht boven Wageningen was helder. Elise zette haar fiets onder het afdak. Door de ramen van de achterdeur scheen warm licht; binnen klonk Chopin. Ze glimlachte. Maarten.
De deur klikte achter haar dicht. Het huis rook naar boter en paddenstoelen, een warme belofte die je hongerig maakt. Ze zette haar tas in de hal en hoorde het snijdende ritme van het mes.
Hij stond met zijn rug naar haar toe: linnen schort, platte peterselie op de snijplank. Op het aanrecht lagen kastanjechampignons met een aangebroken pot porcini ernaast. In de pan bruisten fijngesneden sjalotten en knoflook in de boter.
Maarten draaide zich om en gaf haar een kus.
Elise veegde een stukje peterselie van zijn wang. “Was je al vroeg klaar?”
“Drie besprekingen, een zitting en een paar telefoontjes. Veertien declarabele uren. En jij?” “Frustrerend. Onze marketingmanager kwam met een selectie Pinot noirs uit Nieuw-Zeeland. Hij vond het interessante aanvullingen op ons assortiment.”
“En jij vond dat niet?”
“Niet echt. Rijp fruit, geconcentreerd, rijk aan alcohol. Goed gemaakt, maar niet verfijnd.” Maarten trok zijn schouders op. “Dat lijkt me een kort gesprek.”
Elise zuchtte. “Je kent hem niet. Hij ziet wijnen als een regel in een Excel-sheet. Spreekt over Gen-Z. Marges. Rotatie per kwartaal. Wijnhuizen die betalen voor campagnes.”
Maarten moest lachen. “Daar hebben ze in de Bourgogne nog nooit van gehoord.”
“Dat probeerde ik hem ook uit te leggen. En toen heb ik er een paar opengemaakt om hem te overtuigen.”
“Laat me raden: hij vond ze vooral zuur.” “Precies. Veel minder dan die van hem.” “Ongelofelijk. Zijn jullie eruit gekomen?”
“We hebben er twee gekozen. Laat de markt maar beslissen, vond hij.”
Ze rook de bruisende boter. “Maar weet je, sinds vanmiddag verlang ik al naar iets moois.” Maarten deed de champignons in de pan; het vocht siste. “Waar denk je aan?”
“Iets groots uit de Côte de Nuits dat past bij truffel, uit jouw heilige hoek.” “Toe maar. Mevrouw durft! Kom.”
In de kelder hing koelstenen stilte. De lamp was een matte bol; op de latten stonden woorden in krijt. Elise streek langs een flessenhals; legde haar hand op een schap.
Maarten scheen met zijn telefoon langs de rijen.
“We zitten hier in Vosne-land. Gewone villages 2018… heerlijk, maar te licht. Les Brûlées 2014… stoer, te streng voor de ravioli. Les Suchots 2012… verlokkelijk, maar de truffel loopt er overheen.”
Zijn licht bleef even hangen bij een etiket dat zelfs in het halfdonker autoriteit had. “Richebourg,” mompelde hij. “Veel van alles. Bosaardbeitjes, kracht, alles op tien.” Elise voelde haar eigen verwachting stijgen. “Dus?”
Maarten liet het licht een stukje verder glijden. “Échézeaux.” Elise kwam naast hem staan. “Twijfel je tussen die twee?”
“De wijngaarden liggen naast elkaar, maar spreken een andere taal. Richebourg is pure
verleiding. En Échézeaux… net wat harder, meer aardsheid. Dat past bij wat ik in de pan heb.” Elise bewonderde de fles. “2015, niet te jong?”
“Precies goed. Jong genoeg om spanning te houden en voldoende rijp voor de complexiteit.”
Eerbiedig brachten ze de fles naar boven. De lange, nauwelijks verkleurde kurk kwam uit de fles met een zucht, alsof de wijn aanvaardde dat hij zich ging openbaren. Elise schonk een slokje in.
Ze keek naar de rand: een fijne baksteenzoom, daarbinnen helder granaat. De neus was
eerst koel, terughoudend en kwam toen los: bosaardbei, kersenpit, gedroogde roos, aarde na regen, zwarte thee. En achter dat alles: een belofte van truffel.
“Dit is dat absolute parfum dat alleen Bourgogne durft te hebben,” fluisterde ze. “Karaferen?” vroeg Maarten.
“Zeker. Extra lucht zal haar goed doen.”
Ze keek hoe de wijn als een sluier veelbelovend naar beneden trok.
Het deeg kwam uit de koelkast; de pastamachine piepte zacht. Elise vulde: champignons, Parmezaan, een vleugje nootmuskaat en een puntje citroenzest, voor die frisheid die je niet herkent, maar wel mist als het er niet is.
Maarten hield de saus puur: paddenstoelen, boter, peper en zout; vooral geen room, geen vettige sluier die de wijn zuurder zou doen lijken. Hij liet de ravioli garen in zacht kokend water, schepte ze over in de pan en schudde het geheel met het nonchalante gebaar van iemand die wist wat hij deed.
Hij keek plechtig terwijl hij de pot salsa tartufata opende. “En nu, de coup de grâce.” Een lepel zwarte truffelsaus gleed over het gerecht. De geur was bedwelmend.
Aan tafel stonden twee gevulde Zalto-glazen te fonkelen in kaarslicht. De aanzet tintelde, daarna vulde de Échézeaux de mond en streelde de wangen. Het zuur trok een heldere lijn; de tannine voelde als fijn schuurpapier op het midden van de tong. Dit was geen fluwelen lapje maar een geweven doek van linnen en zijde.
“Je moet dóór de kracht heen proeven,” vond Elise.
De tweede slok had al meer ronding; de derde liet een speldenprik van specerijen en humus achter, precies op dezelfde plek waar de truffel straks zou landen.
“Rafeltjes?” vroeg Maarten. Het was hun codewoord voor imperfectie.
“Gelukkig wel.” Elise draaide het glas. “Een ruwe rand in de finale, dat schampje bitter. Net genoeg onbalans. Grote wijnen verzetten zich tegen gladheid.”
Toen namen ze de eerste hap. De pasta gaf mee, dun maar stevig; de vulling was een warm bos; de truffel legde zich als een warme deken over de kussentjes. De aardse tonen kwamen omhoog, het fruit werd dieper, het bittere randje ronder. De wijn leek even niet meer ín het glas te zitten, maar ertussen: tussen mond en gerecht, tussen adem en herinnering.
Elise keek dromerig voor zich uit en nam nog een slok. “Dit is waarom Bourgogne nooit in een spreadsheet past,” zei ze zacht. “Ze leeft ergens tussen orde en chaos.”
“Dat klinkt als het echte leven,” zei Maarten.
“Precies. Je kunt haar analyseren tot drie cijfers achter de komma, maar pas hier, aan tafel, besluit ze of ze je toelaat.”
Chopin was aan zijn beroemde wals begonnen. De kaars brandde laag. In de karaf wachtte nog een laatste glas, alsof de wijn nog een geheim te onthullen had.