26/03/2024
Duitse Woorden in de Nederlandse Taal.
1._ Herinneren.
Ontleend aan Duits erinnern ‘herinneren’ met aanpassing van het voorvoegsel aan → her-. Het al Vroegnieuwhoogduitse werkwoord, dat voor het eerst in de Lutherbijbel voorkomt, is gevormd met er- bij Middelhoogduits innern ‘in kennis stellen, doen herinneren’, dat is afgeleid van de vergrotende trap inner ‘(meer) inwendig, binnenin zijnde’ van → in.
Herinneren (ww). ‘weer in het geheugen brengen; gedenken’
Vnnl. erinneren ‘weer in het geheugen roepen, terugdenken’ [1599; Kil.]; nnl. herinneren ‘id.’ [1784; WNT].
Ook in het Middelnederlands bestaat een werkwoord inneren ‘iemand aan iets herinneren’ [begin 15e eeuw; MNW].
De bron is:
M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam.
2._ Zich.
Zich - (voornaamwoord).
Dit is oorsprongelijk de accusatief van het reflexief voornaamwoord van de 3e persoon, Proto-Indo-Europees "Se".
Het woord is in het Nederlands niet inheems, maar is door oostelijke invloed in de standaardtaal doorgedrongen. De Oudnederlandse teksten waarin het voorkomt, zijn alle sterk Hoogduits beïnvloed en dus niet maatgevend voor de algemene taal. Het Middelnederlands heeft geen aparte vorm voor het reflexief; gewoonlijk gebruikt men de accusatief van het persoonlijk voornaamwoord, eventueel aangevuld met het versterkende woord selven, bijv. dat niemen ... hem seluen uinse besiect ‘dat niemand zichzelf ziek voordoet’ [1236; VMNW], so ginc si hare ontcleeden ‘toen kleedde ze zich uit’, dat si hem wilden bekeren ‘dat zij zich wilden bekeren’ [1365-85; MNW-R]. Een jongere constructie, die vooral in dialecten voorkomt, is (hij wast) z'n eigen.
3._ Ombouwen.
Verbouwen(Nederlands).
Dit wordt door alle puristen als een germanisme (Duits ‘umbauen’) veroordeeld voor ‘verbouwen’. De meeste woordenboeken hebben ombouwen zelfs niet opgenomen. De vertaalwoordenboeken Van Gelderen en Jansonius vermelden het echter zonder afkeuring. In de laatste tijd is nu ook Koenen van mening veranderd: wat hij eerst als een ‘verwerpelijk germanisme’ beschouwde, vindt hij nu correct Nederlands.
N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek
ombouwen (Duits umbauen)
S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt
om-
De scheidbare werkwoorden met om- (‘anders’), zoals ombouwen, omdopen, omkleden, omleggen, omrekenen, omschakelen, omscholen, omsmelten, omspoelen, omvormen:
a. ombouwen
Dit wordt door alle puristen als een germanisme (D. ‘umbauen’) veroordeeld voor ‘verbouwen’. De meeste woordenboeken hebben ombouwen zelfs niet opgenomen. De vertaalwoordenboeken Van Gelderen en Jansonius vermelden het echter zonder afkeuring. In de laatste tijd is nu ook Koenen van mening veranderd: wat hij eerst als een ‘verwerpelijk germanisme’ beschouwde, vindt hij nu correct Nederlands.
‘Pas daarna kan de schijn-uitspraak ... worden omgebouwd tot echte beslissende uitspraakmogelijkheden van mondige mensen.’ (De Groene, 13.11.72, p. 4)
Ombouwen wordt trouwens vaak gebruikt, in de geschreven pers zelfs vaker dan ‘verbouwen’, dat slechts i.v.m. gebouwen schijnt voor te komen. Ombouwen daarentegen wordt ook i.v.m. machines, toestellen en in figuurlijke betekenis gebezigd:
‘Een 74 ton metend vaartuig, de “Christiane”, dat is omgebouwd voor de sportvisserij...’. (Het Laatste Nieuws, 9.10.72, p. 1)
3._ Overzicht.
Overzicht = ‘korte samenvatting’ (Duits Übersicht)
W. de Vreese (1899), Gallicismen in het Zuidnederlandsch, Gent.
overzicht (in overzicht nemen). - Deze uitdrukking is eene mislukte vertaling van fr. passer en r***e; in ’t Nederlandsch verschilt de uitdrukkingswijze al naar ’t verband: onderzoeken, bespreken, nagaan enz. || Pieter de H***h … verschilt … door de breedte zijner techniek van al de kleine meesters, die wij in overzicht namen, GEIREGAT, Holl. Schilderk.149.