Tai Ki Ken Do is een praktische zwaardstijl ontstaan rond 1964 uit diverse stijlen uit Japan, China en Tibet. Grondlegger van dit zwaardsysteem is W.P. Wiersma Shihan is op jonge leeftijd uit Nederland vertrokken en heeft jarenlang over de hele wereld gereisd en daar zeer veel ervaring opgedaan in diverse vechtsporten en zwaardtechnieken zoals oa Aikido, T’ien shan Pai kung fu, Jiu-Jitsu en versch
illende Iaido ryu zoals Omori, Eishin en het Kashima Shin Ryu kendo. Zijn leraren waren oa. O Sensei Ueshiba, Tamura sensei, M.T. Shewan en Mitsuzuka Takeshi. In Tai Ki Ken Do zijn eigenlijk de meest effectieve technieken uit de diverse stijlen gecombineerd in een levendige, directe en effectieve zwaardsdtijl. Ook de westerse technieken met zwaarden als oa de degen en rapier hebben hun invloed gehad op het systeem. Het is een frisse jonge stijl met veel variaties aan kata’s. Hoewel er hoofdzakelijk met katana en boken wordt gewerkt, komen ook andere wapens zoals de shinai, tanto, jo en wandelstok, aan bod. Ook bevat het systeem een diversiteit aan ongewapende technieken. Het omvat een breed scala aan aanvals-, verdedigings- en ontwapeningstechnieken. Omdat een goed deel van het Tai Ki Ken Do uit de diverse Iaido Ryu afkomstig is bevat het systeem ook een grote diversiteit aan trekkingen, zowel uit Japan als ook uit China, Manchurije en Mongolië, waarbij het zwaard op de rug werd gedragen. Hier ligt de grote flexibiliteit van het systeem. Doordat men niet gebonden is aan één enkel gevechtssysteem, kan men in het Tai Ki Ken Do diverse invalshoeken vinden om een gevecht tot een goed einde te brengen, zowel 1 op 1 alswel tegen meerdere tegenstanders tegelijk. Omdat er op verschillende manieren met het zwaard wordt omgegaan, zowel de nuki (trekking) als de chiburi (bloed afslaan) en de noto (het terug in de schede brengen van het zwaard) kan een tegenstander niet direct bepalen met welk systeem hij te maken krijgt en is het daardoor lastiger voor hem zijn strategie te bepalen.