20/01/2026
“Niet mijn probleem.”
Een gedachte die vaak niet hardop wordt uitgesproken, maar wél gevoeld wordt. Zeker door leerkrachten die keer op keer te maken hebben met gedoe in hun groep.
En bijna net zo vaak horen we: “Wij doen echt alles al.”
Maar wat is alles? Wanneer is het alles? En doen we het samen, of alleen bij die ene groep waar zorgen zijn?
“Ik moet er continu bij zijn, en zelfs dan gaat het mis. Even koffie halen? Vergeet het maar. En als ik een dag vrij ben, hoor ik daarna hoe slecht het is gegaan.” Gedoe op de gang, bij de TSO, in de gymzaal – overal speelt het. “Buiten spelen ze samen een spel als ik erbij ben. Dan geniet ik. Het is een pittige groep. Het kan soms zo voelen alsof ik er alleen voor sta”
Hoe kun je deze collega écht steunen? Want sommige uitspraken van collega’s zijn allesbehalve helpend – en toch hoor je ze vaak:
“Ik heb die groep vorig jaar gehad… pfff… dat was niet te doen.”
“Het is altijd al een pittige groep geweest.”
“Het is niet nodig om gedrag schoolbreed aan te pakken, want de zorgen zijn enkel in die groep.”
“Nou, als je die groep krijgt: veel succes.”
Voor een leerkracht die midden in de storm staat, maken zulke opmerkingen het alleen zwaarder. Wat wél helpt? Kleine, betekenisvolle gebaren:
-Een compliment over een leerling of de groep.
-Even een koffietje brengen.
-Een ambulant medewerker die een kwartiertje komt voorlezen.
-Samen een korte activiteit doen, zoals een spelletje of een leesmoment.
-Een collega die zegt: “Ik loop straks even mee naar de gym.”
-Of gewoon: “Hoe gaat het écht met je?”
Het zijn kleine dingen, maar ze maken een groot verschil. Ze laten zien: je staat er niet alleen voor.
Hoe zorgen we dat gedrag niet het probleem van één klas blijft, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt?
En wat zou er gebeuren als we kinderen meer individueel in hun kracht zetten – door hen een taak te geven, eigenaarschap te laten ervaren, verbinding te creëren?
Een paar weken later zie ik een bovenbouwleerling op een laag stoeltje naast een groep 3-leerling. Samen lezen ze een prentenboek. Het jongere kind lacht om de stemmetjes.
Ik zeg zachtjes: “Wat leuk om jullie zo samen te zien.”
Hij glimlacht. Een klein compliment, maar zo belangrijk.
Dus: als we zeggen ‘Wij doen alles al’, wat bedoelen we dan? Wanneer is het écht alles? En hoe maken we het schoolbreed?
👉 Hoe zorgen jullie ervoor dat gedrag niet het probleem van één klas blijft, maar een gezamenlijke aanpak wordt?
Groepstraject Met De Groep Aan De Slag
Schooltraject Met Gedrag Aan De Slag
[email protected]
0651927413