Openluchtschool Leyenburg (1930-1983)
Adres: Volendamlaan 971 Den Haag (1965-1983)
Andere adressen:
Leyweg 1 (1930-1965),
Duinlaan 208 (1979)
Historisch overzicht
1930 Openluchtschool voor gewoon lager onderwijs wordt 1 juni geopend in het gebouw Leyenburg aan de Leyweg 1. Raadsbesluit 10 december 1928 OV 1930.
1949 Openluchtschool Leyenburg, sinds 1 jan 1950 gerangschikt onder buitengewoon l
ager onderwijs.
1965 Het adres van de school wijzigt op 8 januari in Volendamlaan 971; de school verhuist dus niet.
1979 Openluchtschool de Vrije Hoek
Schoolhoofden
C.J.W. Natzijl (1930-1938)
W. Halbertsma (1938-1949)
G.J. Brouwer (1949-1961)
N. van Schouwen (1961-1978)
G.J. ter Haar (1978-1983)
De geschiedenis van buitenplaats Leyenburg
Dagelijks vliegt het drukke verkeer langs de kruising van de Loosduinsekade en de Volendamlaan. Aan de achterkant van Vermolen's Snackkar -aan de Loosduinsekade- ligt het onopvallende wijkpark Leyenburg in serene rust. Dit wijkpark is gesitueerd op de voormalige buitenplaats Leyenburg en kent een interessante en eeuwenlange geschiedenis. door Klaas de Boer
Volgens het zogeheten Hofboek stond er in 1458 al een boerderij op de locatie van het huidige wijkpark Leyenburg. In het Hofboek stonden alle onroerende goederen genoteerd, die onder het Hof van Hollandt vielen. De naam van de boerderij was 'Houckwooningh' ofwel 'Hoeckwoning'. De oorsprong van deze benaming sloeg op het feit dat deze boerderij gelegen was op één van de uiterste hoeken van de Oost-Escamppolder. De Escamppolder was -en is nog- verdeeld in de West-Escamppolder en de Oost-Escamppolder. De scheidingslijn is de Leyweg. De Hoeckwoning lag dus op de hoek van de Leyweg (het laatste stukje van de huidige Volendamlaan) en de Loosduinsekade (de toenmalige Haagweg). Deze Haagweg verbond het dorp Loosduinen met Den Haag. De Hoeckwoning stond het hofboek omschreven als een boerenwoning met 'kenniptuyn'. Hiermee werd een henneptuin bedoeld. Hennep werd toen geteeld voor het vervaardigen van kabels en touw. Over de beginperiode van de Hoeckwoning is verder weinig bekend. Het was immers in die tijd niet interessant om de geschiedenis van boerderijen te beschrijven. Men had veel belangrijker zaken aan het hoofd zoals hard werken, eten, zich kleden en -vooral- in leven blijven. Landmeter Floris van der Salm kreeg in 1642 de opdracht de Loosduinsevaart aan te leggen. Op aantekeningen van een kaart van Van der Salm bleek dat de Hoeckwoning in dat jaar toebehoorde aan een zekere Job Ghijsbrechtse. Op de kaart van Kruikius uit 1712 wordt de naam Leyenburch voor het eerst gebruikt. De Haagweg, die later ter hoogte van de Leyweg verdeeld zal worden in de Oude Haagweg en de Loosduinseweg, staat op de kaart beschreven als 'Straet Wegh' en de Loosduinsevaart gewoon als de 'Vaert' ...Waar de Straet Wegh en de Ley Wegh elkaar kruisen bij de Ley Weghs Brugge ligt buitenplaets Leyenburch... Duidelijk zichtbaar op de kaart is een grote boomgaard. In deze periode liet de toenmalige eigenaar, mr. Anthony van Weselede, de boerderij verbouwen tot herenhuis. Deze eigenaar zorgde ook voor de realisering van een park bij het buiten. In 1757 werd de voormalige boerderij beschreven als een herenhuis, met tuinmanshuis, stal en koetshuis, bos, terrassen en warmoesland, in totaal groot acht hectare. Op het warmoesland werden groenten verbouwd. Van Wesele verkocht de buitenplaats aan Vrouwe W.A. Bicker, douariere van mr. van Beresteyn. Een douariere was een adellijke weduwe. Na haar overlijden in 1824 erfde haar dochter Wilhelmina Agneta Wendela de buitenplaats. Zij verkocht deze op haar b***t aan M.J. Wouters uit Den Haag voor 9800 guldens. Buitenplaats Leyenburg werd toen beschreven als ... een heerenhuis en verdere getimmerten, moestuinen, boomgaarden, byzonder wel aangelegde partijen, boomrijke lanen en verder houtgewas... Met partijen werd vijvers bedoeld. De oppervlakte bedroeg toen 7 bunders, 20 roeden en 31 ellen. Ruim zeven hectare dus. Wouters verkocht verschillende percelen en reduceerde het oppervlak van de buitenplaats tot twee hectare.
117 kannen wijn
Op 23 juni 1845 kwam Leyenburg in handen van Carel Th.J. Baron de Constant Rebeque. Hij was de gouverneur van Koning Willem II. Het woonhuis had toen zes ruime benedenkamers, waarvan twee kamers fraaie geschilderde behangsels hadden. Bronnen maken vermelding dat de baron in 1847 maar liefst 117 kannen wijn insloeg, waarvoor hij aan de gemeente Loosduinen accijns moest betalen. De baron bleef tot aan zijn dood in 1870 in Leyenburg wonen. Van der Velden was van 1883 tot 1901 burgemeester van Loosduinen. Hij woonde met zijn gezin tot 1910 op het buiten Leyenburg, waarvan de oopervlakte inmiddels al gekrompen was tot slechts 1,15 hectare. Slopershamer
In 1920 werd buitenplaats Leyenburg aan de gemeente 's-Gravenhage verkocht. Vanwege de gunstige bosrijke ligging werd in 1928 een openluchtschool voor lager onderwijs in het gebouw gevestigd. Vanaf 1979 was jongerencentrum OLS in het toen alleen nog bestaande hoofdgebouw ondergebracht. Helaas ontkwam ook buitenplaats Leyenburg niet aan de drift van de gemeentebestuurders om zoveel mogelijk Haags erfgoed te vernietigen. In 1985 deed de slopershamer zijn onherstelbare werk. De inmiddels geasfalteerde oprijlaan -geflankeerd door knoestige bomen- en een smal gerekt vijvertje in wijkpark Leyenburg zijn de schamele zichtbare overblijfselen van de eens zo trotse en lommerrijk gelegen buitenplaats Leyenburg.