04/11/2022
Dit is deel 2 van het tonus verhaal.
Mijn vroegere lerares Sheila Barnes heeft me uitgelegd dat je klinkerpositie gevonden kan worden met wat ze noemde een sob-position (snik positie). Als je net doet of je zachtjes snikt maakt je gehemelte vlak voor je huig een hele kleine ruimte, en als je daarin de klinkers zet, is de ruimte daar achter vrij voor luchtpassage.
Het mooie is dat als je die snik positie hebt gevonden, je kan voelen dat het activeren van dat stukje van je gehemelte zorgt voor tonus in je lichaam. Je lichaam staat dan klaar om te gaan zingen. Alsof het zo is dat je lichaam bevestigt dat je de juiste plek voor je klinkers hebt gevonden! "Ja, fijn, laten we gaan zingen!" zegt het lichaam dan.
Een van de dingen die ik bij het lesgeven vaak zie is dat mensen een beeld hebben dat, tijdens het zingen, het uitademen als iets actiefs wordt gezien (dat is correct) maar het inademen als een ontspanningsmoment, alsof je de adem naar binnen laat vallen. En dat laatste is niet correct. Je inademing is de voorbereiding op de volgende frase. Wanneer je te veel ontspant bij het inademen valt de tonus in je lichaam weg, en dan moet je je volgende frase starten met een lichaam dat niet klaar staat om te gaan zingen. Je merkt dan dat bij de inademing de snik positie wegvalt. Het gevolg is dat je klinkers groter worden, dat de tong en daarmee het strottenhoofd ietsje lager komen te liggen en dat daardoor de lucht niet meer doorstroomt achter je klinker langs. De lucht heeft dan de neiging om door je mond naar buiten te willen. Dan kun je je resonantie niet goed meer vinden.
Het is interessant om te merken dat als je de snikpositie vasthoudt tijdens de inademing, je ademhaling een actiever gevoel is. Je adem valt niet naar je buik, maar er ontstaat meer een flankademhaling die ook de rug, de achterkant van de longen bereikt.
Dat klinkt heel eenvoudig maar voor veel mensen is het loslaten bij de ademhaling een gewoonte, dus je moet er echt op oefenen om dit onder de knie te krijgen.
Nog zo'n valkuil: het loslaten van je kaak. Ook dat gaat vaak gepaard met het laten vallen van de snikpositie. En zo lijkt de ene aanwijzing van de zangleraar soms de andere tegen te spreken! Maar je kunt je kaak ontspannen terwijl je gehemelte actief de snikpositie vast houdt. Dan ontspant je kaak binnen het netwerk van de tonus, de spieren zorgen ervoor dat de kaak niet te ver zakt, dat er niets overstrekt wordt.
Het is best moeilijk om dit verhaal precies onder woorden te brengen. Het staat of valt met het besef dat de klinker in je mond blijft, voor je huig, en niet in de keel komt. Ook is het erg belangrijk dat je je realiseert dat je klinker heel klein blijft! Heb je er vragen over, laat het me weten!! Vind ik leuk!