06/08/2026
Uit ons boekje “Boeren, boerderijen en boerenwerk VLAS (Flaaks)
Zie voor meer info over dit boekje op onze website www.oudried.nl
Vlas is een ongeveer één meter hoge plant met blauwe of witte bloemen en wordt geteeld om de lange bastvezels. Een bloeiend stuk vlas met miljoenen bloempjes wiegend op de zornerwind is een lust voor het oog. Het oogsten, meestal in augustus, gebeurde met de hand. De hele stengel werd met de penwortel en al uit de grond getrokken, op zware grond was dit rugslopend werk voor de arbeiders. De bossen werden in schoven gebonden en tegen elkaar gezet te drogen. Na de narijping en droging op het veld werd in de herfst of wintermaanden het zaad eruit geslagen (rûpelje). Bij droog weer gebeurde dit op het land, maar vaak werd het ook in schuren gedaan. Op een bank met in het midden een ijzeren vertanding werden de zaadknoppen gerepeld. Het zaad werd opgevangen in een groot zeil. Deze zaadknoppen werden met grote houten schoppen in zakken gedaan en afgevoerd voor verdere bewerking. Uit het gewonnen lijnzaad werd lijnolie geperst. Dit vormt al eeuwenlang de basis voor verf. Tot halverwege de negentiende eeuw was de vlasvezel in Europa naast wol de belangrijkste grondstof voor textiel, toen is hij langzaamaan verdrongen door katoen. Rond 1960 was het gebeurd met de vlasteelt in Noord-Nederland.
Na het repelen werden de vlasstengels opnieuw samengebonden en naar een sloot of gracht gebracht om daar te roten (rotten). Na ongeveer een maand werd het natte gerote vlas op ruiters gezet om te drogen. Het risico van mislukking van dit droogproces was in dit jaargetijde groot.
Het vlas moest immers voor de winter droog in de schuurtjes van de arbeiders gebracht worden, die het in het rustige winterseizoen verder bewerkten. In heel Noord -Nederland stonden schuurtjes bij de arbeiderswoningen met daarin werkplaatsen. De boeren hielpen hun arbeiders bij het kopen van een braak of een tafel met een zwengel.
Als de vlasoogst mislukte en dit winterwerk wegviel was grote armoede voor de arbeiders het gevolg.
Het vlas werd allereerst gebraakt: de buitenkant van de vlasstengels werden door een wringer gelijkende machine gezwingeld, gebroken of geknakt, zonder dat de vezels werden verbroken.
De vezels moesten nu worden schoongeslagen, dit gebeurde op een houten bord met een mesvormige doorsnede, die de stengelspanen van de vezel sloeg. De overgebleven bundels vlasvezels waren blond en dun zoals vrouwenhaar. Deze vezels werden verwerkt op plaatsen waar men kon spinnen.