02/11/2018
Ik heb gefaald.
Mijn zoon dartelt op het strand, hij is helemaal in zijn element. Vrolijk springt hij in het water en met een emmertje en schepje bouwt hij ijverig een zandkasteel. Hij gaat bij een oma staan die samen met haar kleindochter een koekje aan het eten is. Mijn zoon gaat erbij zitten op het kleed en steekt van wal. Hele verhalen heeft hij tegen oma met kleindochter. Ik loop erop af, “Wat een leuk kereltje, hij is zo assertief,” zegt oma. En het enige wat ik kan denken is: Ik heb gefaald.
Met 30 weken kwam je ter wereld als een vogeltje zo klein. Snakkend naar voedsel die je in de baarmoeder niet kreeg. Als een pakketje uit mijn buik gehaald en weg was je, daar lag je in je bakje eenzaam en alleen. Ik heb gefaald.
Mijn baby. Ik draag je bij me, maar ik voel je niet. Je bent een kind van mij, maar ik voel je niet. Je huilt, maar ik voel het niet. Je lacht en ik voel het niet. Er lijkt een muur te zijn die ik heb opgebouwd. Ik heb gefaald.
Mijn zoon stoot me af. Mijn zoon slaat me. Mijn zoon bijt zichzelf. Ik kan niet met hem in contact komen. Zijn afwijzing maakt me verdrietig. Ik heb gefaald.
Jij mag er zijn.
Lieve jongen, je hebt een plek in ons gezin. Je mag er zijn. Net zoals jij, heb ik ook een plek in het gezin. En ik zeg tegen mezelf: “Ik mag er zijn.” Ik kijk je in de ogen en jij in de mijne en we zien elkaar voor het eerst. De liefde mag gaan stromen.
Jij bent precies zoals je bedoeld bent, Ik ben de moeder die jij gekozen hebt. Je mag er zijn!
Warme groet,
Jeltine Jans.
meld je aan voor mijn gratis webinar de kracht van opvoedopstellingen. http://eepurl.com/dJXuos