Jouw levensverhaal

Jouw levensverhaal Ieder mens heeft een uniek levensverhaal. Veel van die verhalen gaan verloren. Ik ondersteun mensen door hun levensverhaal uit te werken.

25/09/2019

Hemelse waarheid?

Weer ligt ze wakker. Hoe vaak al niet deze maand? En dat terwijl ze overdag hard moet werken en moe is als ze thuiskomt. Ellis...... Ze denkt aan de afgelopen tijd. Nog maar een jaar geleden is het dat haar moeder overleed. Plotseling vanuit het niets. Hoe kan het zo maar zo snel gaan? Wat heeft ze vaak gehuild om dit verlies.

Haar moeder met wie ze het altijd zo goed kon vinden. Samen gezellig koffie drinken, samen even een boodschapje doen. Elkaar bellen bij het minste en geringste. Lachen om grapjes die alleen zij twee begrepen. En dan valt alles stil. Is het verhaal over maar het boek nog niet uit. Of is de pasta gaar maar de saus moet nog komen. Of ligt er al sneeuw terwijl het nog maar augustus is. Het klopt niet. Of toch wel? Mag ze niet zo egoïstisch zijn? Moet ze mam de rust gunnen die je nodig hebt als je bijna negentig jaar bent en allerlei klachten gaat krijgen? Zij, Ellis, had er geen antwoorden op. Voelde het verlies als een lichamelijke pijn.

Ze had het min of meer een plaatsje kunnen geven. Was zich gaan richten op haar vader, bezocht hem veel, telefoneerde regelmatig, regelde de dingen voor hem en zorgde dat er voldoende zorg om hem heen stond. Zo kon ze de dood van haar moeder enigzins verwerken. En net als dit allemaal past in haar levenswijze komt het telefoontje dat nu ook haar vader zal sterven. Dit is toch niet mogelijk? Haar sterke vader? De man die altijd de moed er nog inhield? Zo snel al nadat haar mam overleden was? Nee.....

En toch is dit het wat Ellis uit haar slaap houdt, keer op keer beleefd ze de laatste dagen met haar vader. Het afscheid. Hoe zij dingen anders had willen regelen maar dat dit niet kon omdat zij niet alleen degene was die besliste. Hoe ze de dagelijkse telefoontjes met haar vader mistte. Nooit zou ze meer naar hem toe kunnen gaan en het dan samen nog gezellig hebben. Nooit.

Van de ene zij op de andere zij, dan weer een poosje op haar rug. Even naar het toilet, even een slokje water drinken. " Slaap, kom nu....je bent zo welkom. Hoor de klok slaat al drie uur."

Eindelijk, eindelijk tegen half vier klinkt er onder het dekbed een regelmatige diepe ademhaling, een zacht geknor, alsof er een poesje ligt te spinnen.

Telefoon? Hoe kan dat nu? En niet eens haar mobiel maar het vaste nummer. Bijna nooit wordt ze daar opgebeld omdat zij altijd haar mobiele nummer geeft. Daarop is ze immers meestal bereikbaar? Ze kijkt op de nummermelder. Meestal is het dan een anoniem nummer, die neemt ze sowieso nooit op. Waarom zou ze? Meestal is het geleur om geld. Ze beslist zelf wel waar ze dat aan uit geeft.
Maar wat ze ziet op de nummermelder maakt haar wel heel nieuwsgierig. Tien keer een zeven? Dus 777-7777777 ? nog nooit eerder zag ze dit nummer. "Een belletje wat uit het buitenland komt zonder dat je dit verwacht? Nooit opnemen, " klinkt er binnenin haar een stemmetje. Maar Ellis is te nieuwsgierig. En pakt de hoorn toch op.

"Met Ellis"
"El? Echt? Ik mocht even bellen om te zeggen dat het goed gaat met ons"
De stem van pap? Haar vader? Maar dat kan toch niet?
Pap is een maand geleden overleden en voor zover zij weet bestaat er geen telefoonverbinding met het hiernamaals.
"Pap, ben jij het echt? Echt waar? Dit kan toch niet?"
"Ja Ellis, ik ben het echt. Nee, je droomt niet."
"Maar hoe dan? Je bent toch gestorven? "
"Nee kind, ik ben opnieuw geboren. Mijn aardse tent was op. Totaal op. Maar ik heb een nieuw lichaam"
"Maar je kan dus zien en lopen en alle aardse klachten zijn weg? Je bent helemaal gezond?"
"Ja kind, zo is het."
"En Pap, is mam ook bij jou?"
"Ja mam is er ook. Maar misschien klinkt het raar wat ik nu ga zeggen. Wij zijn niet meer getrouwd. Dat is niemand hier in de hemel."
"Hoezo dan?"
"In de hemel zijn andere banden van trouw, daar maken wij deel van uit."
" Maar mam is er wel? En Jezus?"
"Ja, Jezus ook, Hem ontmoette ik het eerst nadat ik de aarde had verlaten. Het was zo vreedzaam. Zoiets goeds had ik mijn hele leven nog niet meegemaakt."
"Dat zag ik pap, je leek geen negentig jaren meer toen je daar zo in bed lag opgebaard. Je leek zo tevreden. Ik had je zo graag wakker gemaakt. Nog een keertje zeggen dat ik van je hou. Maar het kon niet meer. Hoe is het toch met je?"
"Goed heel goed, ik kwam de hemelpoort binnen en weet je ik kon gelijk zien. Wist ook wie mij welkom heette. Ik kon zo, zonder rollator naar Hem toe lopen. Hij was omringt door engelen die allemaal "Ere zij God" zongen en "Heilig, Heilig, Heilig" . Wij mogen mee doen in dat Engelenkoor en dat doen we hier het allerliefst. "
"Mam ook?"
" Ja, mam ook"
" Pap heb je jouw moeder ook weer gezien? Is zij er ook? Zij die jij je hele leven al gemist hebt. Wat op jouw oude dag nog steeds zo zeer deed dat zij zo jong gestorven was. Heb je haar weer gezien?"
"Wat heet, ze stond mij op te wachten en sloeg haar armen om mij heen alsof ik weer haar kleine jongen was. Mijn vader is er ook en mijn grootmoe"
"Hoe ziet het er uit bij jou pap?"
" Een hemels paradijs, jij kunt je nog niet voorstellen hoe mooi het hier is. Topaas, robijn, smaragd, wereldse juwelen verbleken bij hoe het hier is. En dan de kleuren, zo heb jij ze nog nooit gezien"
"Ik wil zo graag naar je toe, pap. Je even vasthouden. Ik hou zo veel van jou pap"
en dan teut...teut...teut....

Ellis draait zich nog eens om, probeert te begrijpen wat ze zo juist mee heeft gemaakt. die stem dat was toch echt de stem van haar vader. En de telefoon? Het had zo realistisch geklonken allemaal. En toch kan dit alleen maar een droom geweest zijn toch? Haar hand reikt naar de telefoon op het tafeltje naast haar bed. Welk nummer zou als laatste in de nummermelder staan?

Ze durft bijna niet te kijken,bang dat ze verstoord wat zo realistisch leek. Bang dat ze de blijdschap kwijt raakt die bezit van haar heeft genomen. Zo maar even een gesprek met pap alsof het allemaal niet gebeurd was. Alsof hij nog bij haar was. Ze hadden elke dag even zo'n gesprekje en hij genoot er van. Maar zij even goed. Alsof de blokkade die er gezeten had opgeheven was. Alsof zij weer dat kleine meisje was die alles betekende voor haar vader. Wat had ze daarvan genoten. Zou ze eigenlijk wel gaan kijken? Was het niet veel beter om dit wonderlijke gevoel vast te houden. En om het niet voorbij te laten gaan zet ze de telefoon weer terug in de lader.

Het is goed zo.

06/09/2019

Leo,Udo en Lex

Ze waren nog klein toen ze bij elkaar in de nieuwbouwwijk kwamen wonen. Ze leerden elkaar kennen toen ze in de klas bij juf Wieke kwamen. Leo, Udo en Lex. Vanaf toen waren ze onafscheidelijk. waar je Leo zag daar zag je ook Udo, daar zag je ook Lex. Verantwoordelijk voor alle kattenkwaad wat je maar uit kunt halen als je jong bent. Belletje trekken, vuurtje stoken, bedelen om een ijsje als de ijskar door de wijk trok. Doen wie het hardst vooruit kwam, Leo op zijn step, Udo op zijn fiets of Lex op zijn skateboard. Maar er ook zijn voor elkaar toen de ouders van Lex gingen scheiden, toen Udo zijn been brak en niet mee kon doen met het voetbaltoernooi.

Leo had als eerste een vriendinnetje die onmiddellijk voorgesteld werd aan Udo en Lex. Lex volgde. En na een tijdje kwam bij Udo het hoge woord er uit dat hij op jongens viel. Voor Udo problematisch maar voor Lex en Leo niet. Alles bleef immers het zelfde?

Alle drie haalden ze hun diploma op de HTS. Ieder had een andere studierichting gekozen en toch waren ze zo op elkaar ingespeeld dat ze de hoofden bij elkaar staken en besloten om samen een bedrijf op te richten. Leo, Udo en Lex, drie managers op een bedrijf. Hun bedrijf. Een bedrijf waar ze al hun tijd en energie in staken. Een bedrijf wat langzaam maar zeker groeide.

Lex zorgde er voor dat er opdrachten binnen kwamen. Dag en nacht was hij daarvoor op pad. Hoe het thuis ging? Hij wist het af en toe echt niet. Bianca bestuurde zijn gezin. Twee kinderen hadden ze samen gekregen. Twee dochters. Lieke en Esmee. Esmee, wat een zorgen had dit meisje meegebracht toen ze bij haar geboorte het syndroom van down bleek te hebben. Even was het bedrijf totaal niet belangrijk meer. Even was er meer tijd geweest voor zijn gezin. Udo en Leo hadden wel zoveel draagkracht dat Lex er echt even had kunnen zijn voor zijn vrouw, voor zijn andere dochter. Voor hem zelf. tijd had het gekost en tranen. Hij zag zichzelf nog lopen over het strand en alles weg schoppen wat voor zijn voeten kwam. Waarom over kwam hem dit nou. Wat had hij verkeerd gedaan dat hij dit verdiend had. Woedend was hij op God geweest. Hij had toch altijd zo zijn best gedaan in het leven?

En toen had Udo hem gebeld, het had lang genoeg geduurd, ze waren bijna door de opdrachten heen. Zou hij zijn werk weer op kunnen pakken? En hij had ja gezegd. Ook al sliep hij nog elke nacht zo slecht. Ook al zag hij dat Bianca er onder leed. Hij had ja gezegd tegen het bedrijf en hij zou weer aan de slag. Hoe dan ook. Dat dit ten kostte ging van zijn werknemers had hij niet door. Dat de sfeer op het werk hier onder leed? Had hij niet door. Dat het thuis berg afwaarts ging? Dat Bianca het hem kwalijk nam dat hij had gekozen voor het bedrijf? Had hij niet door.

Udo wilde vakantie, een lange vakantie met zijn vriend. Zes weken wilden zij samen weg. Om elkaar te leren kennen. Te weten wat ze aan elkaar hadden. Udo had al zo vaak een relatie met een man gehad. Maar even zo vaak kwam hij bedrogen uit. Nu was hij weer tot over zijn oren verliefd op George. Blonde George met haren tot over zijn schouders. Een prachtige tattoo op zijn linker bovenarm, een alternatief figuur. Op slag was Udo verliefd geweest. En George op hem. Mooier kon niet. En nu wilden ze samen zes weken naar Amerika. Route 66 rijden op een motor. Zwemmen en luieren aan het strand. Genieten van elkaar. Dat was het plan.

George was op Schiphol waar ze elkaar zouden ontmoeten om op reis te gaan. Maar hij keek niet echt blij. Beroofd was hij, zo vertelde hij, van al zijn geld. Udo had genoeg. Wat was het probleem? Vakantie zouden ze vieren. En het werd een geweldige vakantie. Maar thuis gekomen gebeurde het steeds vaker dat George geen geld had, of Udo hem kon helpen. George zijn auto was stuk, zijn huur kon hij niet betalen en ga zo maar door. Hij wilde ook graag een rol binnen het bedrijf van Leo, Udo en Lex. En dan het liefst ook een rol als manager. Leo en Lex waren niet voor. Het kostte Udo zijn relatie maar ook al zijn geld. Want op de een of andere wijze had George bij al zijn geld kunnen komen en waren de rekeningen leeg toen Udo hem verteld had dat hij niet welkom was binnen het bedrijf. Het ging ten kostte van de nachtrust van Udo. Het ging ten kostte van het werk van Udo. En het ging ten kostte van de werknemers. En Udo had het niet door.

Leo leek de stabiele factor binnen het bedrijf. Hij was er altijd. En stond voor iedereen klaar. Hij trok de kar. Had gesprekken met werknemers die het even moeilijk hadden. Had gesprekken met zakenlieden. En sprong altijd voor zijn vrienden in de bres als zij er weer een potje van hadden gemaakt. Het leek wel of het hele bedrijf functioneerde omdat Leo er was. Was, op een dag voelde hij zich ziek. Misselijk, pijn op de borst. Maar ook verantwoordelijk, zo verantwoordelijk dat zelfs Agnes hem niet tegen kon houden om aan het werk te gaan. Hoe ze ook smeekte. Ze maakte zich grote zorgen om haar man. Ze zag al een tijdje dat het niet zo goed ging met hem. Lex en Udo maakten er maar een potje van. Dan was er weer onenigheid met Sandra de secretaresse, dan weer met Gerard de oudste werknemer. Dan klopten de opdrachten niet of waren afspraken niet na gekomen. En Leo was er en redde de situatie. Dit kon toch nooit goed gaan?

Die dag stortte Leo in op zijn werk. Udo vond hem. Onaanspreekbaar lag hij dubbel geklapt over zijn bureau. Een ambulance met gillende sirenes haalden hem op. Agnes werd gebeld. Geen woord had ze meer van hem gehad. Leo was dood.

Hoe moest het nu verder met Lex en Udo. Hoe moest het nu verder met het bedrijf zonder stuurman? Waren problemen tot nu toe nog overzichtelijk en had Leo een oplossing aan gedragen nu waren ze onmetelijk geworden. Udo en Lex trokken het niet zonder Leo. Moest er nu een derde man bij aangetrokken worden? Zou Udo of zou Leo de kar gaan trekken?

Udo besloot zich helemaal terug te trekken. Nu Leo er niet meer was had hij niet zoveel zin om verder te gaan. Hij verkocht zijn aandeel aan Lex.

Lex echter had ook niet zoveel zin om alleen maar manager te zijn. Hij vond het immers ook veel te leuk om zelf zijn handen uit zijn mouwen te steken. Moest er dan een interim manager aan getrokken worden? Die zijn bedrijf zou voorzien van een heel ander gezicht? Hij had er niet veel zin in maar om de zaak te redden zag hij geen andere mogelijkheden. En zo kwam Casper binnen dit bedrijf.

Casper zag wat er mis was. Casper keek om naar de werknemers en proefde daar een grote ontevredenheid. Proefde daar het onrecht wat Udo en Lex veroorzaakt hadden. Al in de eerste week dat hij aangesteld was als interim manager had hij een intens gesprek met Lex. Liet hem dingen zien waar Lex nog nooit aan gedacht had. "Goed zorgen voor jouw personeel Lex wordt vaak wederkerig. Dan zullen zij goed voor jou zijn. Dan loop je niet zo op je tandvlees."dat was de eerste les die Lex leerde van Casper. En het werkte. Lex zag dat zijn personeel beter inzetbaar was. Dat hij verantwoordelijkheden bij hen kon laten liggen. Dat hij zelfs een dag minder kon gaan werken om thuis de gang van zaken op orde te brengen. Bianca bij te staan in de opvoeding van hun twee dochters. Hij durfde zelfs aan Gerard ,zijn oudste werknemer, dan de leiding te geven. Hij leerde dat samen werken hem heel veel bracht.

Casper kon na een tijdje naar zijn volgende opdracht. Het bedrijf groeide en als je er zo maar binnen liep voelde je de sfeer van kameraadschap. Zo kon het dus ook.

02/08/2019

Terreurzus

"Kom, doe dat ook nog maar in je karretje. Abel geniet daar toch van? En koffie, is dat nog nodig?"Bij de kassa zou Mieke afrekenen. Dat wist Debby nu al .Zo ging het toch altijd als zij samen boodschappen gingen doen? Mieke had een goede baan, maar zij, Debby had de zorg voor paps en m**s. Beloond werd ze met af en toe een kar vol boodschappen. Op zich was daar niets mis mee. Jarenlang hadden ze het zo gedaan. Mieke stortte zich op haar werk, maakte carrière. Directeur van het stedelijk R.O.C. was ze nu. En Debby? Voor haar stond de tijd stil nadat ze van de MAVO was gekomen. Ze kon terecht in een kringloopwinkel voor drie middagen in de week. Trouwde met haar Abel en kreeg twee schattige kindjes Jos en Jelma. Maar altijd was daar Mieke. Mieke die hen uitgenodigd had om met haar en Peter op vakantie te gaan. Mieke die toen bedisselde hoe dit zou moeten gaan. Hoog zwanger was ze geweest van Jelma, maar zij had wel op de bank in de kamer kunnen slapen want het grote bed was voor Mieke en Peter geweest. Anders zou Mieke bij het wakker worden zich zo stijf voelen. Peter droeg haar op handen. Alles wat Mieke wenste deed hij voor haar. "Zijn je voetjes zo koud lieverd? Hier heb je een teiltje met warm water. Doe ze daar maar in. Zal ik ze zo meteen lekker droog wrijven met de dikste handdoek die ik kan vinden? Wat zeg je lieverd? Of ik ze dan ook even inpoederen wil ? Natuurlijk. O, wil je ook graag een beker warme chocolademelk? Dat kan hoor, even geduld." Debby ergerde zich er aan. Maar was het ooit anders geweest?

Vroeger sliep ze met Mieke op een kamer. Mieke mocht van mama kiezen welke kant ze wilde hebben van de kamer. Mieke koos het behang. Mieke koos het dekbedovertrek. En ze moesten p***e dezelfde hebben. Ook al hield Debby veel meer van lila in plaats van dat donkere blauw wat Mieke had gekozen. Mama die overal rond bazuinde dat hun Mieke directeur van het R.O.C. was geworden. Zag m**s eigenlijk wel wat zij, Debby allemaal deed? Had ze er ooit een woord van dank voor gekregen?

Toen paps vergeetachtig werd en dit steeds grotere vormen aannam was Mieke er niet. Nee, zij, Debby, ging elke dag even kijken of haar ouders nog iets nodig hadden. Of ze zich konden redden? Even een boodschapje, even een belletje. Soms moest ze papa douchen. Of zijn gebit poetsen. En ze deed het vol liefde maar miste haar grote zus in het geheel. Soms kon ze zelf geen oplossing voor een probleem vinden dan belde ze Mieke die dan precies zei wat er gebeuren moest. Maar staan de beste stuurlui niet aan wal? Want even zo vaak had ze niets aan dat advies.

Uiteindelijk kwam er dan toch zorg in huis. Een paar momenten per dag. Het hielp een klein beetje. Debby keek eigenlijk uit naar het moment dat papa en mama opgenomen zouden kunnen worden in " Eigen Haard". Dat zou schelen. Dan zou zij wat vaker met haar kinderen op stap kunnen. Misschien zelfs wel een keer kamperen of zo. Hoe lang was dat niet geleden dat ze dit als gezin zijnde konden doen? Mieke ging wel, twee, drie keer per jaar een tripje naar het buitenland maken. Vol verhalen kwam ze dan weer. Debby wilde het niet maar ze kon soms zo jaloers op haar zus zijn. Hoe vaak overvielen haar de gedachtes niet dat zij zich zelf maar een nietsnut voelde.

Een brief, er lag een brief op de deurmat. aan de buitenkant zag ze al dat het van "Eigen haard" was. Zorgvuldig opende ze de enveloppe. Een uitnodiging. Of haar ouders op gesprek wilden komen. Wellicht was er een oplossing in de vorm van een aanleunwoning of zo . Papa en mama nog steeds bij elkaar.Hoe fijn zou dat zijn. Dan was er verzorging voor papa. Nooit meer je eigen vader douchen. Nooit meer zijn gebit afspoelen onder de koude kraan, vol kruimels. Dat vond ze altijd zo vies. Als dit eens waar kon zijn .
Mieke wilde mee, dan waren ze samen en konden beter een beslissing maken. En zij Debby was er met open ogen ingetuind.

"Nee, Ik vind het geen goed idee. Ik moet er niet aan denken dat ze hier zouden moeten wonen" "Maar beseft u hoe zwaar dit voor uw moeder is?" " Dat valt zo mee, er komt genoeg zorg uit de wijk om voor mijn vader te zorgen, en Debby komt ook heel regelmatig kijken. dus nee, het is geen goed voorstel wat u biedt." Volgens haar Debby, was er echter geen beter voorstel dan wat nu aangeboden werd. Mama zou het laatste woord hebben. Tenslotte moest zij verhuizen samen met paps. Mama vroeg bedenktijd en dat kreeg ze. Precies een week mocht ze er over nadenken.

"Ja dat is goed, prima Mieke. Dag hoor. Ja, ik doe de groeten ook aan papa". Hoorde ze het nu goed? Dit was al de derde middag op rij dat mama, terwijl zij binnen kwam zat te telefoneren met Mieke. Ze had bedacht om deze middag mama zo ver te krijgen dat ze ja zei tegen het plan. Dat zou voor iedereen toch veel beter zijn? Zij zou ook daar in "Eigen haard" veelvuldig komen. Maar mama zou rust krijgen nu papa steeds verder dement werd. Want dat was duidelijk, papa zou steeds meer zorg nodig hebben. En dat kon mama niet alleen handelen, zelfs niet met zoveel hulp over de vloer en als zij regelmatig kwam kijken

"Nee, Debby. Onze Mieke wil moet er niet aan denken dat wij in "Eigen haard"zouden gaan wonen." Bij alles wat Debby naar voren bracht, de mooiste en de beste argumenten, was en bleef het antwoord nee. Uiteindelijk legde zij zich er maar bij neer. Mieke zou immers weer haar zin krijgen en zij zou weer en steeds meer voor haar ouders moeten zorgen? Tegen Mieke kon zij niet op.

Mieke die zich steeds vaker ging bemoeien met een situatie die ze eigenlijk niet kende. Maar heel af en toe kwam ze bij haar ouders. Meestal handelde ze het telefonisch af. Of belde ze Debby of die alsjeblieft even bij mama wilde gaan kijken want papa wilde weer weg lopen . De hele morgen had hij zijn jas niet uit gehad. Of mama was zo verdrietig. En Debby ging weer en zag hoe haar mooie sterke moeder veranderde in een onrustig, met zichzelf geen raad wetend, hoopje mens. Weer een nacht wakker gelegen om dat haar man niet op bed wilde. Weer geen eten gehad omdat haar man geen trek had. Weer de politie gebeld omdat haar man weggelopen was. Het kon echt niet langer zo. Ook de thuiszorg zag het in. Zij waren degene die aan de noodrem trokken. En geen Mieke kon hier tegen op.

En zo belande papa op de gesloten afdeling van "Zilverberk" en bleef mama alleen achter.

Mama voor wie niemand meer belangstelling had. Debby was zo klaar met haar moeder. Het had zo anders kunnen zijn. Voorlopig was haar aandacht voor haar vader. Mieke zag in dat wat zij gedaan had niet goed was geweest. Maar haar eigen leventje ging voor zoals altijd. Papa kreeg zijn verzorging. Mama redde zich wel. Was zij het gewend om te zorgen voor een ander? Zij die altijd in de watten werd gelegd? Kon men het haar kwalijk nemen? Ja, er was een iemand die de naam Mieke bijna nooit meer gebruikte. Als zij het over haar zus had dan noemde zij haar "terreurzus." Contact was er niet meer tussen deze twee zussen. Er was te veel pijn, te veel verdriet, te veel haat, teveel jaloersheid.

Op de begrafenis van mama kwamen ze elkaar voor het eerst weer tegen. Jaren nadien. Mieke zat in een rolstoel, niet in staat om zelfstandig te functioneren. De ziekte A.L.S. had haar in de greep. Debby wist het niet. Als mama over Mieke iets wilde vertellen dan had ze zich omgedraaid. Snel door gegaan met waar ze mee bezig was. Of soms ging ze ook gewoon naar huis. Over terreurzus wilde ze zo weinig mogelijk horen.

Dus toen ze toch met Mieke geconfronteerd werd schrok ze. Dit had ze niet willen zien. Mieke, afhankelijk van een ander. Mieke die niet eens meer zelf een kopje koffie vast kon houden. Waar was nu die onafhankelijke, alles beter wetende, nooit naar een ander omkijkende vrouw gebleven?

En als een bloem die open barst op de eerste warme voorjaarsdag opende haar hart zich voor dit zusje. Voorzichtig pakte ze de slappe, koude handen in haar warme levenslustige handen. Een glimlach verscheen om de mond van Mieke. Een traan welde op in haar ooghoek. En bijna onverstaanbaar mompelde ze: "Debby, ik heb je zo gemist".

05/07/2019

Het is nooit te laat....

Gisteren, het leek zo ver weg maar was toch zo dichtbij. Urenlang daarna lag ze wakker, ze kon de slaap maar niet vatten.Piekeren, zuchten, draaien, woelen. Haar leven over denken. "Marion, Marion wat heb je er een zooitje van gemaakt. En wat rest er nog weinig tijd om iets goeds te gaan doen met je leven"

Gisteren had ze eindelijk het bericht gekregen van dat wat ze al wist. "Ongeneeslijk ziek met uitzicht op misschien nog twee of drie maanden." Ze was van niets anders uit gegaan. Nu lag het aan haar wat ze nog met dit leven, dit kleine restje ging doen. Zou ze nog dingen recht kunnen trekken? Of was ze echt zo ver afgedwaald van wat eerlijk en rechtvaardig is dat ze dit mee ging nemen het graf in.

Ze had genoten toen ze haar schoonfamilie uit haar hand liet eten. Ze geloofden alle verhalen die ze hen op de mouw had gespeld. Na haar schoonfamilie waren het haar kinderen die ze mee had genomen in haar leugenstroom. Als ze Jaap maar kapot kreeg. Jaap die haar zo maar in de steek had gelaten. Nou ja, zomaar...

Maar als Jaap meende dat hij Christen was dan wist hij ook dat je bij elkaar bleef in voor en tegenspoed. En dat had Jaap niet gedaan. Hij had haar jaren gemeden. Ze had het wel gevoeld. Maar kon zij er iets aan doen dat zij het zo vaak niet met hem eens was? Dat ze geen beslissingen kon nemen? Dat ze tijd nodig had om over iets na te denken. Jaap dacht altijd zo snel. En zij.... Mocht ze wel denken? Had haar vader haar niet altijd voor gehouden dat hij er was om over dingen na te denken. Dat zij maar te luisteren had naar hem. Ook als zij het helemaal niet met hem eens was. Als zij wel wist hoe het zat en hij helemaal niet. Luisteren moest ze, niet goed schiks dan maar kwaad schiks. En moeder? Moeder was ook ondergeschikt aan de tiran die haar vader was. Nooit kwam ze voor haar dochter op en soms, heel soms, als het er naar neigde dat ze dit toch doen zou dan werd ze onmiddellijk afgestraft door vader. Marion had hield dit niet vol. En toen ze een jaar of achttien was had ze een plan bedacht. Weg bij haar ouders, ver weg. Dat was haar doel. Ze plaatste een contactadvertentie. Dat was toen nog zo en Jaap had gereageerd. Het eerste wat ze gedaan had was kijken waar hij vandaan kwam. Hoe ver lag Zierikzee van Hengelo af. Ver genoeg om te reageren bleek. En zo was zij in haar relatie met Jaap gerold. Op de vlucht voor haar ouders.

Op een zonnige voorjaarsdag hadden Jaap en zij een vaartochtje gemaakt. En daar op dat wiebelige bootje was Jaap op zijn knieën gezakt en had haar ten huwelijk gevraagd. Zij had ja gezegd. En niet eens omdat ze zoveel van Jaap hield. Eigenlijk had ze hem vanaf het begin een beetje een aparte vogel gevonden. Veel met zijn eigen dingen bezig en dan wat minder aandacht voor haar. Maar zij vond het prima. Haar doel was immers om zo ver mogelijk uit de buurt van Hengelo te komen? Dat daar ook andere wegen voor waren dat kwam niet eens in haar hoofd op. Nee, het patroon was toch huisje, boompje, beestje?

Dat een huwelijk met zo'n aparte vogel als Jaap ook nadelen met zich mee bracht ontdekte ze pas toen zij geen kinderen en hij ziels graag kinderen wilde. Maar toen het eerste kindje op de wereld kwam was ze er stiekem toch wel heel blij mee. En al snel kwam na de eerste ook de tweede en de derde. Na de vierde vond ze het wel genoeg. Ze weigerde Jaap als hij toenadering zocht. "Och Jaap, Daar zijn wij te oud voor. Dit doe je tot je vijfendertigste ongeveer en daarna stopt dat spelletje. Ik heb er genoeg van." Dat haar huwelijk hier onder leed? Het deerde haar niet. Zij zag een Jaap die opging in zijn geloof en daarom ook nooit zou gaan scheiden. Hij verdiende een leuk salaris en zij kon goed wonen. Zij was tevreden. Hoe harder en hoe vaker Jaap ging werken hoe beter het haar was.

Ze was het ook niet vaak eens met Jaap. Wat? Moesten de kinderen leren? Dat had zij ook nooit gedaan. "Stel nu niet van die hoge eisen aan de kinderen, Jaap. Laat ze lekker doen wat ze zelf graag willen. Voetballen of uren lang kletsen met een vriendin. Dat is leven. Leren is slechts bijzaak." Hoe vaak had ze dit al niet gezegd tegen Jaap als hij zijn kinderen pushte om verder te leren. Door te leren. Iets te worden in de maatschappij. En ondertussen wist ze wel dat Jaap gelijk had. Maar Jaap was voor haar slechts iemand die zij nodig had om te kunnen leven ver van Hengelo.

Jaap leed ondertussen. Hij zag zijn huwelijk afbrokkelen. Hij worstelde met de gedachte dat hij slechts een noodzaak was in plaats van de geliefde partner die hij zo graag wilde zijn. Hij belande in een burn-out. Maar zelfs toen gaf zijn Marion niet thuis. En uiteindelijk koos hij voor zich zelf en besloot haar te verlaten.

Gekrijst had ze. Haar goed opgebouwde imperium aan diggelen. Wie moest nu zorgen voor haar en de kinderen? Moest ze met die vier kleintjes terug naar Hengelo? Ze piekerde er niet over. Het onderste uit de kan wilde ze hebben en dat kreeg ze. Een torenhoge alimentatie had Jaap vanaf toen te betalen. Zijn kinderen kreeg hij niet meer te zien. Daar zorgde Marion wel voor. Ze had veel meer troeven in haar handen dan Jaap voor mogelijk hield. Er waren schoonzusjes die maar wat graag haar verhaal opslurpten. Ze ging zelfs zo ver dat ze met een bloemetje in haar handen op de stoep stond van Jaap zijn ouders. Ook hen zou ze haar waarheid vertellen. Kapot moest Jaap. Kapot.... Hoe durfde hij haar goed opgebouwde wereld zo te vernielen. En wat was ze teleurgesteld toen de moeder van Jaap haar de deur wees. Maar er waren oren die graag luisterden naar haar. Oren die genoten van alle kwade woorden die zij sprak. Wat genoot zij er van om alle zwarte leugens de wereld in te sturen.

En toen werd ze ziek. Een verkoudheidje die maar niet over ging. Een bobbel achter haar oren die er nooit eerder had gezeten. Onderzoek wees uit wat zij al wist. Kanker....
Kanker in een vergevorderd stadium. Nog twee of drie maandjes. En dan? Van heel vroeger wist ze dat ze dan voor de Hoogste Rechter zou verschijnen. En wat kon ze dan laten zien? Eigenlijk niet zo heel veel om trots op te zijn. Al nadenkend en na de zoveelste nacht liggen woelen besloot ze om er iets aan te gaan doen. Zo kon zij niet scheiden van dit leven. Met bevende handen schreef ze een kaart met uitnodiging aan Jaap. O, als hij niet zou komen dan zou dit haar eigen schuld zijn. Dan kon ze het hem niet eens kwalijk nemen. Maar als zij geen schoon schip ging maken voor haar zelf dan zou afscheid van dit leven wel eens heel moeilijk kunnen worden. Ze hoopte zo dat ze nog drie maanden had. Dat ze nog redden kon wat er te redden viel. Maar dan zou ze ook haar kinderen uit moeten nodigen en haar ex-schoonfamilie. Die middag ging er een handvol kaarten in de brievenbus.

Haar kinderen reageerden zoals Marion verwacht had. Ze kwamen. Ze wisten dat hun moeder ernstig ziek was. Wie weet waar ze met hen over wilde spreken .Misschien wel hoe haar begrafenis er uit moest zien. Het zou in ieder geval belangrijk genoeg zijn om te komen.. Zij waren er die bewuste middag.

Haar ex schoonfamilie reageerde niet op een na. Sacha besloot om toch nog een keer naar Marion toe te gaan. Bewust van het feit dat dit waarschijnlijk haar laatste ontmoeting met Marion zou zijn. Voor haar andere schoonzusjes was het boek al lang gesloten en zij hadden geen zin om deze nog eens te openen.

Jaap wist niet wat hij met deze uitnodiging aan moest. Na lange jaren had hij Marion uit zijn gedachten, uit zijn systeem kunnen halen. Niet langer vol haat en wrok kon hij aan haar denken. Hij had een nieuw, fijn leven opgebouwd met Simone. Met haar had hij overlegd en uiteindelijk besloten om toch te gaan. Eigenlijk enkel om het laatste zinnetje in de uitnodiging. De zin waarin Marion uit had gesproken dat zij niet lang meer te leven had.

En zo zaten die middag, op de eerste herfstdag van dat jaar, zes mensen te samen rondom het bed waarop Marion lag. Zij had erg tegen dit samenzijn opgekeken. Had dit ook gemerkt aan haar lichaam. Met een wit gezichtje en happend naar adem lag ze achterover in haar kussens. Maar wat ze zei was krachtig. Krachtiger dan wat ze te voren ooit gezegd had. Ze vroeg Jaap om vergeving en vertelde Sacha en haar kinderen hoe ze Jaap gehaat had. Hoe ze besloten had om hem alles te onthouden en hem kapot te maken. Dat ze daarvoor geleefd had. Dat het haar gelukt was, tenminste bijna. Maar ook wat haar dit gekost had. En dat ze pas nu, op haar ziekbed, tot inzicht was gekomen dat dit niet was zoals God bedoeld had. Dat ze hen allen wel uit moest nodigen om schoon schip te maken. Jaap, de kinderen en Sacha zij waren stil, ze luisterden, ze keken elkaar ter sluiks aan. Wat moesten ze met dit verhaal?

Sacha was de eerste die opstond. "Jaap, ik weet niet wat te zeggen. Maar in ieder geval moet ik voor mij zelf mijn excuses maken. Excuses dat ik alle zwarte woorden van Marion geslikt heb als zoete koek. " Ze gaf Jaap een stevige handdruk. Sloeg haar armen om Marion heen. "Ik ga, dank dat je zo openhartig was. Zo flink om dit te bekennen. De tijd die nu nog rest vanmiddag is voor jouw gezin" . Ze pakte haar tas en liep rustig de deur uit. Wat zou zij nog meer moeten doen?

De kinderen wisten niet hoe te reageren. Ellen huilde zachtjes. Zij had haar vader zo gemist. Maar had altijd de verhalen van mama gelooft. Maaike was boos. Zo boos dat zij als eerste opstond. De stoel waarop zij zat viel op de grond. Zij liep de deur uit en sloeg de deur met een knal dicht. Maar zowel Jaap als ook Marion wisten dat dit een eerste reactie was. Dat ze terug zou komen als het bezonken was en dat er dan een goed gesprek zou volgen. De twee jongens hadden elkaars hand vast. Altijd al waren zij elkaars steun en toeverlaat geweest. Ook nu. Ze waren stil toen Jaap op stond. Hij liep naar het bed en vatte de handen van Marion in zijn grote handen. "Dank dat je dit gezegd hebt. Sterf nu in Vrede" .

Even later hoorden ze de auto starten en reed Jaap voor het laatst zijn straatje uit. Met een heel ander toekomstperspectief als toen hij zijn auto die middag daar geparkeerd had.

Adres

Zichtweg 38
Nieuw-Vennep
2151WH

Telefoon

+31641037485

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Jouw levensverhaal nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Scholen

Stuur een bericht naar Jouw levensverhaal:

Snelkoppelingen

Delen