07/01/2026
Heel mooi!
Wat is het vaak toch lastig om er 'gewoon' 'te zijn'. Maar o zo waardevol!!
Laten we elkaar zien en er voor elkaar zijn. Mede leven. Dat is vaak al voldoende.
"Knorretje?" zei Poeh.
"Ja?" zei Knorretje.
"Ik ben bang," zei Poeh.
Even was het stil.
"Wil je erover praten?" vroeg Knorretje, toen Poeh niets meer leek te zeggen.
"Ik ben gewoon zo bang," flapte Poeh eruit.
"Zo angstig. Omdat ik niet het gevoel heb dat het beter wordt. Sterker nog, ik heb het gevoel dat het misschien erger wordt. Mensen zijn boos, omdat ze zo bang zijn, en ze keren zich tegen elkaar, en er lijkt geen duidelijk plan te zijn om hieruit te komen, en ik maak me zorgen over mijn vrienden en de mensen van wie ik houd, en ik zou zo graag willen dat ik ze allemaal een knuffel kon geven, en oh, Knorretje! Ik ben zo bang, en ik kan je niet vertellen hoeveel ik zou willen dat het niet zo was."
Knorretje was in gedachten verzonken, terwijl hij naar het blauw van de lucht keek, dat tussen de takken van de bomen in het Honderd Bunderbos door piepte, en luisterde naar zijn vriend.
"Ik ben hier," zei hij eenvoudig. "Ik hoor je, Poeh. En ik ben hier."
Even was Poeh verbaasd.
"Maar... ga je me niet vertellen dat ik niet zo dwaas moet doen? Dat ik mezelf bij elkaar moet rapen? Dat het voor iedereen moeilijk is nu?"
"Nee," zei Knorretje heel beslist. "Nee, dat ga ik zeker niet doen."
"Maar - " zei Poeh.
"Ik kan de wereld nu niet veranderen," vervolgde Knorretje. "En ik ga je niet met dooddoeners geruststellen dat alles goed komt, want dat weet ik niet.
"Wat ik wel kan doen, Poeh, is ervoor zorgen dat je weet dat ik hier ben. En dat ik er altijd zal zijn, om te luisteren; en om je te steunen; en zodat je weet dat je gehoord wordt.
"Ik kan die Angstige Gevoelens niet echt laten verdwijnen.
"Maar ik kan je beloven dat, zolang ik adem in mijn lichaam heb... je die Angstige Gevoelens nooit alleen hoeft te voelen."
En het was een vreemd iets, want zelfs terwijl Knorretje dat zei, voelde Poeh dat sommige van die Angstige Gevoelens hun greep op hem begonnen te versoepelen en dat een of twee van hen de bos in begonnen te glijden, geïntimideerd door zijn vriend, die daar onverstoorbaar naast hem zat.
Poeh dacht dat hij nog nooit zo dankbaar was geweest om Knorretje in zijn leven te hebben.