25/11/2025
Afgelopen zondag kwamen negen dappere zielen samen om in een sessie innerlijke veiligheid over zelfzorg en eigenwaarde te praten.
Hoe til je zelfzorg naar een hoger niveau? En voor wie doe je het dan nog?
Hieronder een korte bespiegeling:
Een weg naar meesterschap
Wat we ook ondernemen, we hebben geleerd dat we door middel van ‘hard’ werken tot resultaat moeten komen. Kan dat niet mooier? Nou en of!
Als het bijvoorbeeld om zelfzorg gaat, dan zijn velen hard aan het werk. Ze proberen van alles, maar lijken geen duurzame progressie te boeken. Hoe komt dat?
Kennis toevoegen
Door een gebrek aan kennis. Zelfzorg valt uiteen in ‘zelf’ en ‘zorg’. Zorg betekent ‘geven wat nodig is’. ‘Zelf’ slaat op het fysieke deel, het mentale deel, het emotionele deel, het relationele deel, het sociale deel en het spirituele deel. Zorg is zorg voor al deze delen. Bij juiste zorg zijn al deze delen zo gezond als ze kunnen zijn, met elkaar in balans en afgestemd op de aspiraties van de ziel. Omdat alles van binnenuit geschapen wordt, is spirituele gezondheid, vaak gezoen als het ondergeschoven kindje, misschien wel het belangrijkst van allemaal.
Als je niet weet wat nodig is, dan kun je hard werken, maar je werkt als een kip zonder kop. Eventueel behaalde resultaten berusten op toeval. Heb je echter de kennis van wat nodig is en de juiste instrumenten om doeltreffend te werken, dan verandert werk in vakmanschap. Je hoeft minder ‘hard’ te werken en de resultaten zijn beter.
Liefde en aandacht toevoegen
Terwijl je beter wordt in zelfzorg, zie je misschien dat zich een veld opent. Een veld met mogelijkheden voor zelfzorg waar je eerder niet aan gedacht had. Tegelijkertijd zie je dat je je wel verder kunt bekwamen door middel van kennis, maar dat dat niet genoeg is. Er ontstaat een verlangen om verder te kijken dan technische bekwaamheid. Je kunt dingen goed, maar nu komt de tijd om iets toe te voegen: schoonheid. Dat doe je met liefde en aandacht. Liefde en aandacht maakt dingen mooi. Vakmanschap ontwikkelt zich zo verder tot een ambacht.
Keerpunt
Om liefde en aandacht toe te kunnen voegen is er iets nodig: een verschuiving van focus. Waar je jezelf eerst afvroeg: ‘Wat heeft zelfzorg mij te bieden?’, wordt de vraag meer en meer: ‘Hoe kan ik zelfzorg zo mooi mogelijk maken?’ Van resultaatgericht verander je langzaam in procesgericht. Waar zelfzorg eerst ten dienste stond van jou, sta jij ten dienste van de zelfzorg. Of, anders gezegd: je zorgt niet meer voor jezelf omdat jij daar beter van wordt, maar omdat je daardoor een mooiere jij kunt geven aan de schepping.
Zo gaat het in theorie, maar in de praktijk raken mensen verslaafd aan het succes van vakmanschap. In deze fase komen het charisma, de boeken en de seminars. En met een beetje pech de groep getrouwen. Want het ‘succes’ moet beschermd worden, ten koste van alles. Maar zoals alles, gaat succes vanzelf over, om teleurstelling en bitterheid achter te laten.
Verdieping
Om de draai te kunnen maken naar dienstbaarheid aan het proces moet je de gehechtheid aan succes overstijgen. Doe je dat, dan opent zich het veld van overvloed. Je ontdekt nieuwe diepten in jezelf en meer vaardigheden dan je ooit voor mogelijk had gehouden. Tegelijkertijd voel je je wankel. De comfort zone van het vakmanschap is verdwenen. Je ziet dat je nog heel veel te leren hebt. Maar er is ook vertrouwen, zeker als je in deze fase goed geaard bent, Door verdieping, overvloed en het nog verder scherpen van je aandacht ontwikkelt het ambacht zich tot kunst. Je staat zo veel mogelijk ten dienste van het proces. Je handelt op basis van innerlijk vuur. Innerlijke noodzaak, je handelt omdat het moet, niet on resultaat te behalen.
Genade
Je ontwikkelt je steeds verder, maar dan loop je tegen een muur op. Je kunt een volgende stap ruiken, zelfs bijna aan raken, maar de geraakt er niet. Alles wat je menselijk kon doen, heb je gedaan. Het is nu wachten op genade. De allerlaatste stap, die naar meesterschap, wordt gegeven. Die kun je niet afdwingen.
Genade is een vreemd ding, want die regent de hele dag op ons neer. We zouden een pan kunnen zijn, maar we zijn een vergiet. De genade die op ons neerdaalt valt door de gaten van de vergiet heen, zonder weldadig te zijn. We kunnen leren om een pan te worden. We kunne ons overgeven, openstellen en nog meer van die dingen. Maar er is geen garantie. Je kunt alle voorwaarden scheppen om genade op te vangen, of daar ook de genade tussen zit die bij dit specifieke proces hoort, daar heb je geen invloed op.
Genade ís
We zijn een vergiet omdat we genade niet herkennen als we het zien. We verlangen naar de genade die in onze beleving bij ons proces hoort. Daardoor zien we niet de genade die ons ten deel valt als we sprakeloos genieten van een schitterende zonsondergang. Of als we probleemloos kunnen eten, om maar eens wat te noemen. We vinden dat genade er op een bepaalde manier uit moet zien, anders is het voor ons niet echt. Maar genade houdt zich niet aan onze meningen. Genade ís.