05/02/2026
Lelystad is al tientallen jaren - na Schiphol - het drukste vliegveld van Nederland.
Als ondernemer op en gebruiker van Lelystad Airport volg ik de berichtgeving over het vliegveld met meer dan gemiddelde belangstelling. In de landelijke media verschijnt regelmatig de kop “Lelystad open” of “nog niet open”. Begrijpelijk misschien, maar ook misleidend. Ze suggereert dat het hier gaat om een vliegveld dat nog tot leven moet worden gewekt.
In werkelijkheid is Lelystad Airport al meer dan vijftig jaar operationeel. Wat nu ter discussie staat, is niet de opening van het vliegveld, maar een mogelijke wijziging in het type verkeer dat er gebruik van gaat maken. Die nuance lijkt klein, maar is essentieel.
Ik werk dagelijks op een vliegveld dat al decennialang een belangrijke rol vervult als opleidingslocatie voor general aviation. Hier doen privé- en beroepsvliegers hun eerste ervaring op en wordt de basis gelegd voor zowel de commerciële als de privéluchtvaart. Daarnaast zijn er onderhoudsbedrijven gevestigd die onmisbaar zijn voor veiligheid, continuïteit en kennisopbouw binnen de sector.
Momenteel vinden er circa 80.000 vliegbewegingen per jaar plaats, grotendeels GA. In eerdere jaren lag dat aantal hoger. Die terugloop kent meerdere oorzaken, waaronder de komst van luchtverkeersleiding — die overigens uitstekend werk verricht — maar ook het verdwijnen van het vliegveldrestaurant, jarenlang een belangrijke sociale en operationele ontmoetingsplek.
Dit laat zien dat vliegbewegingen geen abstract getal zijn, maar het resultaat van een samenhangend ecosysteem van infrastructuur, voorzieningen, bedrijven en mensen.
Juist daarom maak ik me zorgen over de beeldvorming die kan ontstaan. In discussies over efficiëntie en “belangrijk” verkeer dreigt het risico dat kleinere vliegbewegingen — en daarmee ook opleidings- en onderhoudsactiviteiten — straks als hinderlijk of ondergeschikt worden gezien. Niet uit kwade wil, maar omdat ze minder zichtbaar zijn in het grotere verhaal.
Het is niet ondenkbaar dat dan wordt gesteld dat deze combinatie van verkeer niet te verwerken zou zijn. Dat argument horen we vaker. Tegelijkertijd laten veel vliegvelden zien dat met zorgvuldige inrichting, duidelijke prioritering en bereidheid tot samenwerken verschillende vormen van luchtvaart veilig naast elkaar kunnen bestaan. Waar een wil is, is ook een weg.
Het zou een ernstige vergissing zijn om general aviation en de daarbij behorende bedrijven te reduceren tot een restcategorie. Zij vormen het fundament onder de luchtvaartketen. Zonder opleidingsvliegvelden en zonder ruimte voor onderhoud, training en instructie komt ook de toekomstige instroom en veiligheid van de commerciële luchtvaart onder druk te staan — niet alleen hier, maar op meer Nederlandse vliegvelden.
Het debat over de toekomst van Lelystad Airport is noodzakelijk. Maar het is pas volledig wanneer ook de bestaande functie van het vliegveld expliciet wordt meegenomen. Laten we voorkomen dat we straks, bedoeld of onbedoeld, het kind met het badwater weggooien.