Taalmens

Taalmens Redacteur van teksten, columns of (levens)verhalen. Corrector van manuscripten. Schrijfcoach voor (beginnende) auteurs.

HOOG IN DE LUCHTBijna geruisloos, drijven ze voorbij mijn raam – drie luchtballonnen, loom en sierlijk, alsof ze geen ha...
24/08/2026

HOOG IN DE LUCHT
Bijna geruisloos, drijven ze voorbij mijn raam – drie luchtballonnen, loom en sierlijk, alsof ze geen haast hebben. Niet binnen handbereik, maar dichtbij genoeg om even stil van te worden. Kleurrijke kolossen, barok versierd, met namen van merken die schreeuwen om aandacht. Of soms een dier, speels en absurd tegelijk, zwevend boven de woonwijk.
Voor veel mensen is het pure magie. Voor mij… niet. Begrijp me niet verkeerd: ik snap de aantrekkingskracht. Het idee van stilte, van zweven, van de wereld onder je zien verdwijnen in miniatuur. Maar waar anderen vrijheid zien, zie ik vooral afhankelijkheid. Van temperatuur. Van wind. Van timing. Van geluk, misschien nog wel het meest.
Want een ballon vaart niet echt. Hij ondergaat. Dat maakt het meteen ook zo kwetsbaar. Je kiest niet waar je heen gaat, hooguit wanneer je opstijgt. En zelfs dat is al een gok. Te warm, en je komt niet los. Te onrustig, en je bent overgeleverd aan een lucht die er plotseling heel andere plannen op na kan houden. Het zijn die kleine onzekerheden die zich opstapelen tot één grote vraag: waarom zou je dat willen?
Misschien komt het ook door waar ik vandaan kom.
Mijn vader ziet als boer in een luchtballon geen avontuur, maar een verstoring. Voor hem betekent zo’n ding aan de horizon meestal gedoe. Onrust bij het vee. Koeien die schrikken van het gesis van de brander, van de plotselinge vlam die de avondlucht opensnijdt. Dieren die uitbreken, hekken die sneuvelen, werk dat zich vermenigvuldigt zonder dat iemand erom gevraagd heeft.
Kijk naar die ene avond. Alles klopt. Het licht, de rust, het ritme van een werkdag zoals er zovelen zijn geweest. Mijn ouders die de koeien in het weiland melken, het gele melkhuisje als vertrouwd middelpunt. Je zou er een ansichtkaart van kunnen maken.
Tot iemand besluit dat het van bovenaf nóg mooier is. De luchtballon hangt laag. Veel te laag. En precies op het moment dat de passagiers hun perfecte uitzicht krijgen, gaat de gasbrander open. Wat voor hen een hoogtepunt is, wordt beneden het startschot voor complete chaos. De koeien zijn bang, slaan op hol, met alles wat aan ze vastzat. Totale paniek. Geen gewonden, gelukkig. Maar wel schade. En vooral: woede. Zeldzaam bij mijn vader, en juist daarom zo veelzeggend.
Sindsdien kijk ik anders naar die dingen in de lucht.
Alsof dat nog niet genoeg is, krijgt de lokale omroep in Dronten waar ik werk een ballonvaart cadeau. Een kans om mooie beelden te maken, de drie dorpen van bovenaf gezien in het zachte avondlicht.
Totdat je weer naar beneden moet. De landing begint netjes. Te netjes misschien. Alsof de natuur even meewerkt om daarna alsnog haar punt te maken. Een windvlaag, uit het niets, krijgt vat op de heteluchtballon. Wat een zachte aankomst had moeten zijn, verandert in een ongecontroleerde glijpartij. De mand sleurt over de grond, kantelt, mensen verliezen hun evenwicht.
En de camera - onze gloednieuwe studiocamera - wordt meegesleurd, tientallen meters door het veld. Niemand gewond. Dat is het belangrijkste. Maar de camera total loss.
Dus als ze weer langsdrijven, zoals gisteravond, kijk ik ernaar. Even. Ik volg de luchtballonnen tot ze kleiner worden, tot ze oplossen in de lucht. En ik denk: mooi is het zeker. Maar geef mij de grond maar.

BOEKENCLUBBoekenclubs, bestaan die eigenlijk nog? En dan bedoel ik niet een groep mensen die samen een boek leest en bes...
17/08/2026

BOEKENCLUB
Boekenclubs, bestaan die eigenlijk nog? En dan bedoel ik niet een groep mensen die samen een boek leest en bespreekt, maar zo'n organisatie waarvan je lid bent en waarbij je ieder kwartaal verplicht minimaal één boek afneemt. In de jaren zeventig en tachtig is dat heel gewoon. Je krijgt een glimmende catalogus thuisgestuurd, maakt je keuze en een paar dagen later ligt het boek op de mat.
Als ik in augustus 1980 op kamers ga in Kampen, word ik lid van de ECI. Ik ben altijd al een boekengek geweest, maar de boekenplank uit mijn kinderkamer op de boerderij laat ik achter. Een eenvoudige plank, gemaakt door leerlingen van de technische school in Bovensmilde, gevuld met De Kameleon, Pietje Bell en Inspecteur Arglistig. En natuurlijk de boekjes die je met Kerst in de kerk kreeg en die mijn moeder op tweede kerstdag voorlas. Zo ontdek ik als kind dat de Tweede Wereldoorlog zich niet alleen in Europa afspeelde, maar ook in Azië, waar de Japanners Nederlands-Indië zijn binnengevallen.
Wie lid wordt van de ECI mag een paar boeken gratis uitzoeken. Ik herinner me er nog drie. Het dikke rode Kookboek van Wannée – onmisbaar als je ineens zelf moet koken en niet telkens op de recepten van je moeder wilt terugvallen. Verzameld werk van Franz Kafka, bepaald geen lichte kost. En Alle verhalen van Maarten 't Hart. Forse boeken, die naast de Biblia Hebraica en mijn Griekse en Latijnse woordenboeken staan op de bovenste plank van de eerste stellingkast die ik aanschaf. De eerste van vele stellingen die in de jaren erna volgen.
Elk kwartaal valt de nieuwe catalogus op de mat. Als lid krijg je korting, maar je moet niet vergeten op tijd een keuze door te geven. Anders stuurt de ECI automatisch het zogeheten kroonboek op. Meestal niet bepaald een titel waar je zelf warm voor loopt. Zo krijg ik ooit Mandingo van Kyle Onstott in huis, een roman over het leven op een slavenplantage in Alabama. Niet mijn eerste keus, maar achteraf toch een boek waar ik iets van opsteek.
Het aanbod is enorm, al bestaat een groot deel uit wat je tegenwoordig bij BoekenVoordeel zou verwachten. Wie op zoek is naar literaire romans heeft minder te kiezen. De boeken in de rubriek 'Romans' halen zelden de literaire bijlagen van de krant. Wel zijn het prachtige hardcovers met glanzende omslagen: een aantrekkelijke vrouw voor een brandende boerderij, een verliefd stel leunend tegen een rode sportwagen of een jonkvrouw op een middeleeuws hemelbed, terwijl een gladgeschoren ridder voor haar knielt.
Van de aanschaf van mijn ECI-boek maak ik vaak een uitje. Op de fiets of met de trein naar hun boekwinkel in Zwolle. Dat scheelt verzendkosten, houd ik mezelf voor. Al is dat natuurlijk een drogreden, want een treinkaartje kost meer dan de porto. Maar het gaat ook helemaal niet om de besparing. Het is een goede aanleiding om tussen de boeken rond te dwalen en meestal met meer boeken thuis te komen dan ik van plan was.
Jarenlang vul ik zo mijn boekenkasten. Tot ik op een dag besluit dat het mooi is geweest. Ik zeg mijn lidmaatschap op; de plaatselijke boekhandel biedt meer keuze en ik wil niet langer ieder kwartaal aan die verplichte aankoop vastzitten.
En hoe zit het nu met de ECI? Die bestaat niet meer. Op het hoogtepunt telt de boekenclub meer dan een miljoen leden. Maar met de komst van internet verandert de boekenwereld ingrijpend. Webwinkels als Bol en Amazon nemen een steeds groter deel van de markt over. Na verschillende overnames blijft uiteindelijk BookSpot over, tegenwoordig onderdeel van Bruna. Het idee van een boekenclub, met een verplichte aankoop en een papieren catalogus, verdwijnt daarmee geruisloos.
Toch denk ik er met enige weemoed aan terug. Niet omdat het systeem zo ideaal is, maar omdat elke nieuwe catalogus de belofte in zich draagt van een volgend boek. En voor een boekenliefhebber is dat misschien wel het mooiste vooruitzicht dat er bestaat.

KURKDROOGDe geur van droog stof, verschroeid gras en gesmolten asfalt. De extreme droogte en hitte van deze zomer brengt...
10/08/2026

KURKDROOG
De geur van droog stof, verschroeid gras en gesmolten asfalt. De extreme droogte en hitte van deze zomer brengt me terug naar 1976. Die zomer was namelijk de droogste van de vorige eeuw. Voor mens en natuur een zware beproeving.
Regen lijkt maandenlang van de aardbodem verdwenen. In Drenthe valt tussen maart en eind augustus slechts 54 procent van de normale hoeveelheid neerslag. Omdat grote delen van Europa met dezelfde droogte kampen, voeren ook de Rijn en de Maas veel minder water aan. De grond verandert langzaam in een dorre, gebarsten vlakte. Alles is kurkdroog.
En alsof dat nog niet genoeg is, krijgt Nederland ook te maken met een uitzonderlijke hittegolf. Vanaf eind juni loopt de temperatuur zeventien dagen achter elkaar op tot zomerse waarden, waarvan tien dagen boven de dertig graden. Op de akkers liggen de voederbieten slap tegen de grond. De maïs wil nauwelijks groeien en blijft de helft kleiner dan normaal. Graslanden kleuren van frisgroen naar geelbruin. Beregeningsinstallaties, die tegenwoordig op grote schaal worden ingezet, zijn nog een zeldzaamheid. Gewassen verpieteren en sommige percelen doen eerder denken aan een stoffige savanne dan aan vruchtbare landbouwgrond.
Niet alleen de mensen hebben last van de hitte, ook het vee lijdt onder de droogte. Mijn vader maakt zich grote zorgen. Dagelijks rijdt hij met melkbussen vol water naar zijn koeien. Normaal drinken ze met een pomp uit de sloot, maar de waterstand is zo laag dat er geen water meer in staat. Volgens mij is dit het jaar waarin hij besluit op verschillende plekken diepe waterputten te laten slaan. De zomer daarvoor is immers ook al uitzonderlijk warm geweest.
Het gras heeft nauwelijks nog voedingswaarde. Met tegenzin moet hij al vroeg zijn wintervoorraad hooi aanspreken om de koeien bij te voeren. Soms breken de dieren uit hun weiland, om te zien of het gras bij de buren groener is. Ik vermoed dat mijn vader zijn dagelijkse tafelgebed die zomer meer dan eens aanvult met een extra verzoek: of het alsjeblieft snel mag gaan regenen.
De extreme droogte eist ook in de natuur zijn tol. Er woeden verschillende bos- en natuurbranden. Op een middag zijn er rookwolken te zien boven het Fochteloërveen, vlakbij waar we wonen. Een paar hectares bos en hei gaan verloren. Zelf kan ik slecht tegen de hitte. Tijdens werkzaamheden op het land – hooischudden – loop ik een flinke zonnesteek op. Ondanks zonnebrandcrème met factor vijftig en het werk zoveel mogelijk naar de namiddag verplaatsen, verbrand ik ernstig. Een week lang ben ik er goed ziek van.
Ook binnenshuis is de warmte nauwelijks te verdragen. Mijn moeder houdt overdag alle gordijnen gesloten en hangt lakens voor de ramen om de zon buiten te houden. Zodra de avond valt, gaan deuren en ramen tegen elkaar open in de hoop een zuchtje wind binnen te laten. Dat lukt soms, maar het geeft ook de muggen vrij spel. De enige plek waar het nog enigszins koel blijft, is de grote kelder onder het woonhuis van de boerderij. Maar ja daar ga je niet de hele dag zitten.
Drinkwaterbedrijven spreken van een ongekende vraag naar drinkwater. Hoewel zij verzekeren dat de voorraden niet direct in gevaar zijn, roepen ze mensen wel op zuinig met water om te springen. Frisdrank en bier zijn nauwelijks aan te slepen. Flessen verdwijnen net zo snel uit de winkels als ze worden aangevoerd.
Verkoeling zoek ik door te zwemmen in de zandafgraving bij ons op de wijk. Een buurman heeft een gedeelte afgezet waar je nog kunt staan. Voor de durfals en goede zwemmers ligt daarachter het diepe water. Er is zelfs een eenvoudige duikplank gebouwd. Op warme dagen lijkt het wel alsof het hele dorp daar samenkomt. Terwijl ik op het land het hooi schud, hoor ik boven het geratel van de machine het gelach, geschreeuw en gespetter van de zwemmers.
Maar naarmate de zomer voortduurt, slaat het plezier langzaam om in vermoeidheid. De hitte houdt maar niet op. Iedereen stelt dezelfde vraag: wanneer gaat het eindelijk regenen? Wanneer kunnen we weer eens een nacht doorslapen zonder aan de lakens vast te plakken?
Pas eind augustus komt de langverwachte omslag. De temperatuur zakt en eindelijk vallen de eerste regenbuien. De geur van natte aarde is bijna onwerkelijk na maanden van droogte.

ZADELPIJNIk heb me voorgenomen om zo veel mogelijk de fiets te gebruiken. Goed voor de conditie én, met de huidige benzi...
03/08/2026

ZADELPIJN
Ik heb me voorgenomen om zo veel mogelijk de fiets te gebruiken. Goed voor de conditie én, met de huidige benzineprijzen, een stuk vriendelijker voor de portemonnee.
Er is alleen één probleem: mijn zadel. Al een hele tijd geleden is een van de twee veren afgebroken. Je kúnt er nog wel op fietsen, maar comfortabel is anders. Het zadel hangt scheef, piept bij iedere hobbel en de punt steekt net iets te enthousiast omhoog. Vooral mijn schaamstreek laat me onderweg regelmatig weten dat dit niet fijn fietsen is. Toch stel ik het bezoek aan de fietsenmaker steeds uit.
Na een avondje filmtheater besluit ik onderweg naar huis: nú is het genoeg geweest. Morgen ga ik eindelijk een nieuw zadel kopen. Je hoeft jezelf niet altijd alles te ontzeggen; een beetje comfort is ook wat waard.
De volgende dag ben ik druk met van alles en nog wat. Pas als ik 's avonds opnieuw op de fiets stap en het zadel weer protesterend onder me kraakt, herinner ik me mijn goede voornemen.
Morgen. Echt.
Die ochtend houd ik woord. Meteen na het ontbijt en het krantje ga ik naar de fietsenmaker. Niet dat ik er vaak kom, maar hij zit op loopafstand. Handig als de fiets ooit moet blijven staan.
Onderweg schiet me ineens te binnen dat ik misschien eerst even had moeten kijken hoe laat de winkel opengaat. Te laat. Ik ben er al bijna.
De winkel oogt verlaten. Alleen achter in de werkplaats brandt licht. Door het raam zie ik een silhouet bewegen. Op de deur lees ik: geopend vanaf 09.30 uur.
Tien minuten te vroeg.
Even overweeg ik alvast boodschappen te doen bij de Hoogvliet, maar uiteindelijk installeer ik me in het bushokje tegenover de winkel en check mijn mail.
Even later komt een wit busje van Fietsvoordeel.nl het terrein op rijden. Tijd om me te melden.
Drie mannen in korte broek en bedrijfsshirt zijn druk bezig de nieuwe fietsen buiten te zetten. Ik groet vriendelijk en wacht geduldig tot ze klaar zijn met hun ochtendritueel.
Dan richt een tanige man met een open gezicht zich tot mij. 'Wat kan ik voor u doen?'
'Mijn zadel is overleden,' zeg ik. 'Een veer is gebroken. Ik zoek een nieuwe. En als u hem meteen wilt monteren, heel graag.'
'Wat voor zadel zoekt u?'
'Geen idee. Misschien is het makkelijker als ik de fiets laat zien.'
We lopen naar buiten.
'Is het dan zo'n bijzondere fiets?'
'Nee hoor, gewoon een oude stadsfiets.'
Maar zodra hij hem ziet, verandert zijn blik. 'Zo... dat is een oudje.' Hij zegt het niet spottend, maar bewonderend. Zijn ogen beginnen te glimmen. 'En hij ziet er nog prachtig uit.'
Dat hoor ik natuurlijk graag.
Hij hurkt neer en bekijkt het zadel aandachtig. 'Kijk eens aan... dit is een bijzonder model. Toevallig hebben we deze week nóg zo'n oud zadel vervangen. Die veren kun je tegenwoordig niet meer repareren; daar hebben we het gereedschap niet eens meer voor. Je zou het binnenwerk van dat andere zadel mogen hebben.'
'Dat is vriendelijk, maar met mijn twee linkerhanden wordt dat gegarandeerd geen succes.'
Binnen laat hij me verschillende zadels zien. 'Deze zou mooi passen. Moderne zadels zijn anders gevormd, maar deze staat denk ik prima op zo'n vintage fiets.'
Hij houdt een slank zwart zadel omhoog.
'Doen.'
Terwijl hij de fiets in de werkplaats zet, roept hij enthousiast naar zijn collega's. 'Moet je deze eens zien! Die is zeker veertig jaar oud.'
'Dat zou best kunnen,' zeg ik. 'Hij stond jarenlang in de garage van mijn ouders. Iedere keer als ik daar was, gebruikte ik hem.'
Het oude zadel gaat eraf. Binnenin blijkt een ingenieus systeem van veren en staal verborgen te zitten. Op dat moment komt een collega aanlopen met het zadel waar hij het eerder over had. De bekleding is verdwenen, maar het binnenwerk is exact hetzelfde. 'Toeval bestaat toch,' zegt hij lachend. 'Twee van deze zadels in één week.'
Voordat het nieuwe zadel erop gaat, pakt hij nog snel een onderdeel. 'O, wacht even... nog een strop.'
Dat klinkt eerder als iets uit een western dan uit een fietsenzaak. Hij ziet mijn vragende blik. 'Een zadelstrop. Daarmee klem je het zadel vast aan de zadelpen.'
Weer wat geleerd.
Na een paar minuten zit alles perfect op zijn plek. 'Kijk,' zegt hij tevreden. 'In één keer recht.'
'En dat zo vroeg op de ochtend.'
Hij schiet in de lach.
Nu ik er toch ben, waag ik nog een vraag. 'Mijn dynamo doet het eigenlijk prima, maar hij slipt steeds. Vroeger had je van die rubber dopjes waardoor hij beter grip kreeg op de band.'
Hij begint instemmend te hummen. 'Jazeker... die ken ik nog.'
Zijn jonge collega kijkt nieuwsgierig op.
'Dat waren van die rubber kapjes die je over de dynamo schoof.' De verkoper trekt een paar laden open, maar vindt niets. Daarna zoekt hij op de computer. 'Ze zijn nog gewoon te bestellen... alleen...' Hij draait het scherm mijn kant op. 'Ze worden verkocht per twintig stuks.' Hij grinnikt. 'En eerlijk gezegd verwacht ik niet dat we de andere negentien ooit nog kwijt raken. Ik zou gewoon eens bij een paar andere fietsenmakers vragen. Grote kans dat er ergens nog eentje in een stoffig laatje ligt.'
Dat klinkt als een uitstekend advies.
Ondertussen blijft de jonge monteur mijn fiets bewonderen. Hij laat zijn hand over het frame glijden. 'Mooi hoe ze vroeger die rand in het staal maakten. En die handvatten... dat moet heerlijk fietsen.'
Ik vermoed dat mijn oude fiets nog wel even onderwerp van gesprek blijft zodra ik vertrokken ben.
Bij het afrekenen valt de rekening me alles mee.
'Zadel... stroppie,' mompelt de verkoper terwijl hij de bon maakt. 'Klinkt niet vriendelijk, maar zo heet het nou eenmaal.' Hij rekent geen montagekosten. 'Dertig euro.'
Voor dat bedrag heb ik in één klap afscheid genomen van maandenlang ongemak.
Ik wens de mannen een fijne werkdag, stap op en fiets naar huis. Wat een verschil. Geen gepiep. Geen doorzakken. Geen opstandig zadel dat me onderweg probeert te mishandelen. Soms vraag je je af waarom je iets zo lang uitstelt. Dit had ik maanden eerder moeten doen.

WORLDPRIDE: OP DE BARRICADEIk ben niet iemand van de barricaden. Je zult mij niet snel zien meelopen in een protestmars....
27/07/2026

WORLDPRIDE: OP DE BARRICADE
Ik ben niet iemand van de barricaden. Je zult mij niet snel zien meelopen in een protestmars. Een petitie ondertekenen? Prima. Maar demonstreren of staken? Dat is nooit echt mijn stijl geweest. Misschien heeft dat iets te maken met mijn gereformeerde achtergrond. Of misschien zit het gewoon niet in mijn karakter. Terwijl het doel van een actie natuurlijk heel terecht kan zijn.
Tijdens mijn studententijd in de jaren tachtig zijn er in Kampen protesten voor meer inspraak en onderwijsvernieuwing. Colleges worden geboycot en actiecomités opgericht. De bezetting van het Maagdenhuis ligt al jaren achter ons, maar als theologiestudenten lijken we die revolutie alsnog een beetje in te halen. Ik kijk er vooral naar vanaf de zijlijn.
Dat is eigenlijk nooit veranderd. Ook tijdens Roze Zaterdag zul je mij niet snel uitbundig verkleed zien meelopen. Zelfs niet nu er elk jaar een Pride Walk door het Gooi trekt. Op zaterdagmiddag loopt de stoet door de winkelstraat. Vrienden van mij lopen mee, maar ik duik dan eerder even een winkel binnen.
En toch…
De komende twee weken staat Amsterdam in het teken van WorldPride. Het thema is Unity: eenheid, liefde, verbondenheid en tolerantie. Er zijn kleurrijke optochten, kunstprojecten, ontmoetingen en gesprekken over vrijheid, gelijkwaardigheid en mensenrechten. Het is een feest, maar ook een moment van bezinning. Een herinnering aan de strijd tegen uitsluiting en discriminatie – en aan de strijd die nog altijd niet voorbij is.
Dat brengt me terug naar de Gay Games van 1998. In die weken voelt Amsterdam anders. Alsof homoseksualiteit niet de uitzondering is, maar heel even de norm. Alsof de stad ademt: je hoort erbij. Helaas beleef ik die periode met een gebroken hart; mijn relatie is net stukgelopen. Daardoor geniet ik minder van het evenement dan ik zou willen. Toch is de sfeer me altijd bijgebleven: warm, open en solidair. Ik hoop dat WorldPride diezelfde energie opnieuw laat voelen. En dat er geen vreselijke dingen gebeuren zoals bij de Pride in Berlijn, dit weekend.
WorldPride is bovendien veel meer dan een evenement voor de queergemeenschap. Ook familieleden, vrienden, bondgenoten en nieuwsgierige voorbijgangers zijn welkom. Juist daarin schuilt de kracht: mensen die elkaar ontmoeten, verschillen niet wegpoetsen maar omarmen, en samen bouwen aan een samenleving waarin respect belangrijker is dan angst.
Nederland ziet zichzelf jarenlang als gidsland op het gebied van homorechten. Maar die voorsprong is niet meer zo vanzelfsprekend. Steden als Berlijn en Barcelona hebben ons op sommige terreinen ingehaald. Dit jaar vieren we bovendien 25 jaar huwelijksgelijkheid. Misschien zijn we daardoor iets te comfortabel geworden. Alsof de strijd gestreden is.
Maar zo voelt het niet. Ik weet eerlijk gezegd niet of ik met een eventuele partner overal onbekommerd hand in hand over straat zou lopen. Dat zegt iets. Naar mijn gevoel is Nederland de afgelopen jaren minder tolerant geworden. Juist daarom blijft Pride meer dan een feest. Het is ook een protest. Een herinnering dat rechten die ooit zijn bevochten, ook weer onder druk kunnen komen te staan.
Wie over de grens kijkt, ziet hoe kwetsbaar die rechten zijn. In verschillende Afrikaanse landen zijn anti-homowetten de afgelopen jaren aangescherpt. In Ghana dreigen gevangenisstraffen voor mensen die openlijk lhbti'er zijn of zich als bondgenoot uitspreken. Er zijn zelfs voorstellen geweest die burgers verplichten om vermeende overtredingen te melden bij de autoriteiten.
En Ghana staat niet alleen. In meer dan dertig Afrikaanse landen is homoseksualiteit strafbaar. Wereldwijd zijn er nog altijd tientallen landen waar homoseksualiteit wordt gecriminaliseerd, en in sommige landen kan daar zelfs de doodstraf op staan.
Voorstanders van zulke wetten beroepen zich vaak op traditionele familiewaarden en culturele identiteit. Opvallend genoeg ontvangen sommige van deze bewegingen financiële en ideologische steun van conservatieve religieuze organisaties uit het Westen - ook uit Nederland.
Dat maakt voor mij duidelijk waarom WorldPride nodig is. Niet alleen om te vieren hoe ver we gekomen zijn, maar vooral om zichtbaar te blijven. Om solidair te zijn met mensen die nergens veilig zichzelf kunnen zijn. Om te laten zien dat verschillen geen bedreiging vormen, maar onderdeel zijn van een vrije samenleving.
Misschien ben ik nog steeds niet iemand die vanzelf op de barricaden klimt. Maar soms zijn er momenten waarop zelfs een toeschouwer beseft dat langs de kant blijven staan geen optie meer is.

OVERHEMDCRUSHIedere keer als ik het kledingstuk in de blauwe bak zie liggen, denk ik aan je.De eerste keer dat ik het ov...
20/07/2026

OVERHEMDCRUSH
Iedere keer als ik het kledingstuk in de blauwe bak zie liggen, denk ik aan je.
De eerste keer dat ik het overhemd opmerk, blijf ik abrupt staan. Alsof iemand even aan de tijd trekt. Een flits, recht terug naar toen. Dit shirt – precies in deze kleurcombinatie – heb ik in geen vijf decennia meer gezien. En toch herken ik het meteen. Het dessin staat in mijn geheugen gegrift. Vooral dat ene, smalle gele streepje.
Ruw katoen. Blokken in blauw, donkergroen en wit. Lange mouwen, twee borstzakken, een knoopsluiting. Een werkoverhemd, eigenlijk. Niets bijzonders. behalve dat jij het draagt. Hoe vaak heb ik je er niet in zien lopen. Of beter gezegd: hoe vaak heb ik je niet stiekem bekeken.
Je draagt het op de dag dat de fotograaf naar school komt. Die foto – van jouw klasgenoot, de jongen die in de krant staat vanwege de Vietnamese bootvluchtelingen – wordt voor mij iets heel anders. Want jij staat erop. Op de achtergrond, een beetje schuin, maar onmiskenbaar jij. In dat overhemd.
Ik heb het artikel zorgvuldig uitgeknipt. Bewaard. Verstopt bijna. Eindelijk heb ik iets van je dat blijft. Als het goed is, ligt het nog ergens. Vergeeld misschien, maar nog steeds met dezelfde lading. Dat zegt genoeg.
Als ik nu met mijn vingers over de stof strijk, terwijl ik de overhemden in de bak tel, gebeurt er iets. Een glimlach sluipt over mijn gezicht. En ergens, diep vanbinnen, gloeit iets dat ik nooit helemaal ben kwijtgeraakt.
Dat gele streepje… het trekt nog steeds mijn aandacht. Eigenlijk is het geen mooie combinatie. Ik zou het zelf nooit kiezen. Maar omdat jij het draagt, is het onweerstaanbaar. Draag je het met tegenzin? Heeft je moeder het voor je gekocht, zonder dat je er iets over te zeggen hebt? Misschien. Maar op jouw lijf krijgt het iets magisch. Iets verleidelijks.
Je draagt een S’je. De strakke jeans eronder zit je als gegoten. Ik durf nauwelijks te kijken en tegelijkertijd kan ik het niet laten. Je bewegingen hebben iets vanzelfsprekends, iets lichts waardoor mijn blik steeds blijft hangen. De lijnen van je lichaam, de spanning onder de stof… het is nieuw voor me. Intens. Verwarrend. Opwindend. Ik ben hopeloos verliefd.
We fietsen elke dag dezelfde route. Langs de Drentse Hoofdvaart, in een groep die groeit en weer uitdunt. Vaak rij ik net achter je. Dicht genoeg om alles te zien, ver genoeg om niets te hoeven zeggen.
Bij mooi weer draag je het overhemd open, met een T-shirt eronder. Het katoen beweegt met je mee, strijkt langs je lichaam bij elke trap die je maakt. Mijn blik volgt, bijna automatisch. Alsof ik geen keuze heb.
Soms rijden we naast elkaar. Zeldzaam. Bijna toevallig. Eén keer – ik weet het nog – kijk je me aan. ‘Doe het nou,’ zeg je. Of heb ik dat alleen maar gedacht? Wat moet ik zeggen? Dat ik je meer dan leuk vind? Dat ik je wil aanraken, dichtbij je wil zijn, wil voelen of je echt zo warm en zacht bent als ik me voorstel?
Ik zeg niets.
En dan, ineens, ben je weg. Een andere school. Een andere route. Alsof je nooit echt hebt bestaan – alleen even langs mijn leven bent gefladderd.
Toch kom ik je nog af en toe tegen. Op een schuurfeestje bij mij thuis. Of later, zakelijk bijna, als je melkmonsters komt nemen. Maar elke keer gebeurt hetzelfde: ik raak mijn woorden kwijt. Mijn rust. Mijn zinnen.
En nu lig je hier weer. Of iets van je. In de vorm van een overhemd. Het ligt al een tijdje in de bak. Te uitgesproken, blijkbaar. Niet populair. Bijna zielig. Alsof niemand ziet wat ik zie. Misschien wordt het straks afgeprijsd. Verplaatst. Uiteindelijk weggestuurd naar de outlet.
En toch… iedere keer als ik het aanraak, is het alsof jij heel even terug bent.

BLIKSEM, DONDER EN HAGELSTENENTijdens mijn jeugd, diep in de nacht. In de verte hoor je het onweer donderen. Even later ...
13/07/2026

BLIKSEM, DONDER EN HAGELSTENEN
Tijdens mijn jeugd, diep in de nacht. In de verte hoor je het onweer donderen. Even later bereikt het onze boerderij. Door het donkere slaapkamerraam zie ik hoe de bliksem de hemel opensplijt. De donder is machtig. Mijn moeder roept dat we naar beneden moeten komen. We zitten met z’n vieren rond de keukentafel, ik heb mijn pyjama nog aan. Op de tafel staat, meen ik, de geldkist met daarin de verzekeringspapieren. Bij een heftige onweersbui is dit een vaste gewoonte.
Een nieuwe felle schicht doet iedereen aan tafel opschrikken. We tellen hoelang het duurt voordat de donder klinkt. Elke seconde staat voor driehonderd meter afstand. We komen tot vijf.
‘Misschien beter om wat kleren aan te doen en schoenen,’ adviseert mijn vader.
Ik pak een broek en T-shirt en veter mijn schoenen. Onze jassen hangen klaar aan de kapstok, zo kunnen we ze meteen pakken en naar buiten rennen als de bliksem inslaat.
Opnieuw zet een bliksemschicht alles buiten in het licht. Drie tellen later volgt de donder. Het onweer komt steeds dichterbij.
Soms zitten we zo best lang aan die tafel. Het onweer lijkt dan boven de boerderij te blijven hangen. Mijn vader zegt dat de onweersbui tegen het Fochteloërveen aanhikt en niet over de hoge bomen heen kan komen.
Een fel licht en meteen een helse knal. Oei, die is dichtbij. Een rilling gaat over mijn rug. Ik zit het liefst zo ver mogelijk van het raam vandaan. Buiten dendert een donderorkest. Het huis van de buren baadt in een zee van elektrische ontladingen. Ik hoop dat het snel voorbij is.
Eindelijk begint het te regenen. Steeds harder.
‘Het teken dat we het ergste onweer gehad hebben,’ zegt mijn vader geruststellend. De stortregen valt loodrecht en in dikke, zware druppels. Mijn vader gaat voor het raam staan en kijkt hoe het water uit de dakgoot klettert, het tegelpad overspoelt en de sloot voor de boerderij vult. ‘Dat wordt morgen niet op het land werken, alles is kletsnat,’ constateert hij droog.
Opstaan voor het onweer is echt iets uit mijn jeugd. Alleenstaande boerderijen zijn in het vlakke land natuurlijk het hoogste punt en trekken de bliksem aan. Net als hoge bomen, daarom moet je bij een onweersbui ook nooit onder een boom gaan schuilen, heb ik geleerd.
We kennen het gevaar van onweer en hebben er ontzag voor. Tweemaal vliegen de vuurballen rond de boerderij als de bliksem inslaat op de elektrische afrastering van de weilanden. Behoorlijk intens en super eng.
Tegenwoordig ga ik niet meer mijn bed uit tijdens een onweer. Zelfs niet als het vreselijk te keer gaat en klap op klap volgt. Ik tel nog wel steeds en zorg ervoor dat alle ramen en deuren dicht zijn.
Ook hier in de stad kan het flink onweren. Ik herinner me nog een doordeweekse dag. Ik werk thuis. De lucht betrekt, je ziet aan de hemel dat er noodweer opkomst is. Een onheilspellende rollende grijze wolk alsof de hemel in een zee is veranderd en de branding elk moment op mijn flat kan stukslaan - een zogenaamde shelf cloud. Ineens is daar die enorme klap. De radio valt uit. Buiten hoor ik het kraken van hout. Eén van de grote hoge bomen in de binnentuin tussen de flats aan de overkant is door de bliksem letterlijk doormidden gespleten. Rumoer op straat, geschrokken buurvrouwen die naar buiten komen om te zien wat er aan de hand is. Vanuit mijn hoge positie kan ik het allemaal goed overzien. Ik wijs naar de getroffen boom.
Bij de tropische temperaturen afgelopen juni is het in Hilversum opnieuw raak met zware onweersbuien. Toch een bewijs dat de klimaatverandering een verontrustende slag sneller gaat. De afgelopen tien zomers zijn warmer en droger dan de scenario’s van de wetenschappers voorzien. Met onverwachte harde stortregens. In de nacht van zaterdag op zondag breekt er een heftig onweer los met zware windstoten. Hagelstenen van wel vijf centimeter dikte bekogelen de lichtkoepel van ons trappenhuis. Het is een oorverdovend kabaal. De schade is enorm. Gaten in de koepels van alle portieken. De auto’s in de straat zitten onder de butsen en deuken. Het lijken wel allemaal grote poffertjespannen. Bij een buurvrouw is er zelfs een forse hagelsteen door de voorruit gegaan.
Geen leuke ervaring, want deze uitschieters in hitte en felle onweersbuien zullen blijven komen. Zeker als je weet dat de politiek qua klimaatbeleid hopeloos achter de feiten aansukkelt. Tijd voor een betere aanpak.

SCIENCEFICTION OF NIET?Waarom fascineert de mogelijkheid van buitenaards leven ons toch zo? Misschien omdat het een van ...
06/07/2026

SCIENCEFICTION OF NIET?
Waarom fascineert de mogelijkheid van buitenaards leven ons toch zo? Misschien omdat het een van de grootste vragen is die we onszelf kunnen stellen: zijn we alleen in het universum?
Afgelopen weekend vond in Hilversum een internationaal UFO-festival plaats. Een van de publiekstrekkers was de nieuwe film van Steven Spielberg, een regisseur die zijn naam heeft gevestigd met enkele van de meest iconische sciencefictionfilms ooit gemaakt. Wie heeft E.T. niet in zijn hart gesloten?
Met zijn nieuwste film Disclosure Day lijkt Spielberg echter een stap verder te gaan dan ooit tevoren. Waar zijn eerdere films vooral speelden met de vraag óf buitenaards leven bestaat, stelt hij nu een andere vraag: wát als ze er al zijn?
De trailer suggereert precies dat (https://youtu.be/SCYT8vb2siQ).
Spielberg stond jarenlang bekend als een soort ‘alien-agnost’. Hij achtte buitenaards leven waarschijnlijk, maar twijfelde eraan of intelligente wezens de aarde daadwerkelijk zouden bezoeken. In Disclosure Day lijkt die twijfel verdwenen.
Het verhaal draait om Margaret (Emily Blunt), een weervrouw uit Kansas City die tijdens een live-uitzending plotseling begint te spreken in een vreemde, klikachtige taal. Ze lijkt in trance. Tot ieders verbazing begrijpt cyberexpert Daniel (Josh O'Connor) haar woord voor woord. Wat verbindt deze twee mensen? En waarom probeert de mysterieuze organisatie Wardex, geleid door een sinistere directeur (Colin Firth), koste wat kost te voorkomen dat de waarheid naar buiten komt?
‘De mensheid is niet klaar voor wat wij weten,’ klinkt het dreigend.
Dat belooft tweeënhalf uur spektakel.
Volgens Spielberg bevat Disclosure Day ‘meer waarheid dan fictie’. Dat geeft de film direct een andere lading dan zijn eerdere werk. In zijn verbeelding hebben de buitenaardse bezoekers de bekende kenmerken die we uit talloze UFO-verhalen kennen: lange, dunne vingers, geribbelde huid en grote, schotelvormige ogen.
Opmerkelijk genoeg sluit de film aan bij de groeiende publieke belangstelling voor vrijgegeven UFO-documenten van het Amerikaanse ministerie van Defensie. In de afgelopen jaren zijn tientallen foto's, video's en meer dan 160 documenten openbaar gemaakt waarin ongeïdentificeerde vliegende objecten worden besproken. Volgens UFO-onderzoekers bevatten veel van die documenten weinig nieuws, omdat ze eerder al waren uitgelekt. Het verschil is echter dat de authenticiteit ervan inmiddels officieel is bevestigd.
Dat roept vragen op. Als overheden UFO-meldingen serieus nemen, waarom blijft er dan zoveel onduidelijk? Mogelijk speelt nationale veiligheid een belangrijke rol. Defensieorganisaties zullen niet snel onthullen welke geavanceerde detectie- en observatietechnieken zij gebruiken.
Stel dat wetenschappers daadwerkelijk een signaal van buitenaards leven opvangen. Wat doe je dan? Maak je dat onmiddellijk wereldkundig? Of wacht je eerst totdat alle mogelijke verklaringen zijn uitgesloten?
In een tijdperk waarin nepnieuws zich razendsnel verspreidt, is uiterste zorgvuldigheid noodzakelijk. Daarom bestaan er internationale protocollen voor de mogelijke ontdekking van buitenaards leven. Een vreemd radiosignaal of een onverklaarbaar object aan de hemel is niet voldoende. Eerst volgt uitgebreid wetenschappelijk onderzoek: controleren, verifiëren en opnieuw controleren. Zeker in een wereld waarin hackers, desinformatie en complottheorieën een grote rol spelen.
Een opvallende aanbeveling in die protocollen is bovendien dat er niet direct geantwoord moet worden op een mogelijk buitenaards bericht. Eerst moet overleg plaatsvinden met internationale instanties, zoals de Verenigde Naties. Want hoe verstandig is het eigenlijk om onze aanwezigheid kenbaar te maken? Wie zegt dat een buitenaardse beschaving vriendelijke bedoelingen heeft?
In Disclosure Day is de waarheid zo schokkend dat machthebbers vrezen voor wereldwijde chaos. De onthulling zou zelfs kunnen leiden tot een nieuwe wereldoorlog. Het klassieke dilemma dus: heeft de mensheid recht op de waarheid, of zijn er feiten die beter verborgen kunnen blijven?
Zoals zo vaak bij Spielberg draait het uiteindelijk niet om de aliens zelf, maar om de menselijke reactie op het onbekende. Verwondering, angst, ontwrichting en de behoefte om betekenis te geven aan wat we niet begrijpen.
Misschien is dat wel de reden waarom het onderwerp ons blijft fascineren. Niet omdat we zeker weten dat er buitenaards leven bestaat, maar omdat de mogelijkheid alleen al onze verbeelding prikkelt.
Opmerkelijk genoeg noemt Spielberg dit zijn eerste film die door het publiek als sciencefiction zal worden gezien, terwijl hijzelf vindt dat het eigenlijk géén sciencefiction is. ‘Hoe geweldig zou het zijn als dit allemaal waar was?’ zegt hij in een interview. Ik weet niet of ik dat met hem eens ben. Maar vermakelijk is het zonder twijfel.

Adres

Hilversum

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Taalmens nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Scholen

Stuur een bericht naar Taalmens:

Snelkoppelingen

Delen