24/08/2026
HOOG IN DE LUCHT
Bijna geruisloos, drijven ze voorbij mijn raam – drie luchtballonnen, loom en sierlijk, alsof ze geen haast hebben. Niet binnen handbereik, maar dichtbij genoeg om even stil van te worden. Kleurrijke kolossen, barok versierd, met namen van merken die schreeuwen om aandacht. Of soms een dier, speels en absurd tegelijk, zwevend boven de woonwijk.
Voor veel mensen is het pure magie. Voor mij… niet. Begrijp me niet verkeerd: ik snap de aantrekkingskracht. Het idee van stilte, van zweven, van de wereld onder je zien verdwijnen in miniatuur. Maar waar anderen vrijheid zien, zie ik vooral afhankelijkheid. Van temperatuur. Van wind. Van timing. Van geluk, misschien nog wel het meest.
Want een ballon vaart niet echt. Hij ondergaat. Dat maakt het meteen ook zo kwetsbaar. Je kiest niet waar je heen gaat, hooguit wanneer je opstijgt. En zelfs dat is al een gok. Te warm, en je komt niet los. Te onrustig, en je bent overgeleverd aan een lucht die er plotseling heel andere plannen op na kan houden. Het zijn die kleine onzekerheden die zich opstapelen tot één grote vraag: waarom zou je dat willen?
Misschien komt het ook door waar ik vandaan kom.
Mijn vader ziet als boer in een luchtballon geen avontuur, maar een verstoring. Voor hem betekent zo’n ding aan de horizon meestal gedoe. Onrust bij het vee. Koeien die schrikken van het gesis van de brander, van de plotselinge vlam die de avondlucht opensnijdt. Dieren die uitbreken, hekken die sneuvelen, werk dat zich vermenigvuldigt zonder dat iemand erom gevraagd heeft.
Kijk naar die ene avond. Alles klopt. Het licht, de rust, het ritme van een werkdag zoals er zovelen zijn geweest. Mijn ouders die de koeien in het weiland melken, het gele melkhuisje als vertrouwd middelpunt. Je zou er een ansichtkaart van kunnen maken.
Tot iemand besluit dat het van bovenaf nóg mooier is. De luchtballon hangt laag. Veel te laag. En precies op het moment dat de passagiers hun perfecte uitzicht krijgen, gaat de gasbrander open. Wat voor hen een hoogtepunt is, wordt beneden het startschot voor complete chaos. De koeien zijn bang, slaan op hol, met alles wat aan ze vastzat. Totale paniek. Geen gewonden, gelukkig. Maar wel schade. En vooral: woede. Zeldzaam bij mijn vader, en juist daarom zo veelzeggend.
Sindsdien kijk ik anders naar die dingen in de lucht.
Alsof dat nog niet genoeg is, krijgt de lokale omroep in Dronten waar ik werk een ballonvaart cadeau. Een kans om mooie beelden te maken, de drie dorpen van bovenaf gezien in het zachte avondlicht.
Totdat je weer naar beneden moet. De landing begint netjes. Te netjes misschien. Alsof de natuur even meewerkt om daarna alsnog haar punt te maken. Een windvlaag, uit het niets, krijgt vat op de heteluchtballon. Wat een zachte aankomst had moeten zijn, verandert in een ongecontroleerde glijpartij. De mand sleurt over de grond, kantelt, mensen verliezen hun evenwicht.
En de camera - onze gloednieuwe studiocamera - wordt meegesleurd, tientallen meters door het veld. Niemand gewond. Dat is het belangrijkste. Maar de camera total loss.
Dus als ze weer langsdrijven, zoals gisteravond, kijk ik ernaar. Even. Ik volg de luchtballonnen tot ze kleiner worden, tot ze oplossen in de lucht. En ik denk: mooi is het zeker. Maar geef mij de grond maar.