03/04/2026
Gisteren waren de leerlingen bezig met het metriekstelsel.
Rijtjes opgaven waar ze moesten uitrekenen wat de waarde is.
Van cm naar hm , van dl naar ml, van dg naar mg.
Voor sommige kinderen is dit abracadabra en een ander vindt deze sommen heerlijk.
De manier waarop ze het uitrekenen is toch wel verschillend.
De één tekent het trappetje. De ander gebruikt het zinnetje om alle maten in de juiste volgorde te schrijven.
Dan moeten nog de 'keer' en 'deel' erbij geschreven worden. Ja, welk kant hoort daar nu altijd bij. Maak je hier gebruik van een ezelbruggetje?
Zelf vind ik het altijd fijn om de kinderen mee te nemen naar een kader. Neem twee maten in je gedachte en kijk wat er gebeurt.
1 meter = 100 cm. Dit is voor de meeste kinderen geen probleem. Ze zien ook echt een meter voor zich en kunnen zich voorstellen dat hier 100 stukjes van een cm in passen.
Ja dan komt het volgende onderdeel. Hoe zit het ook alweer met de komma? Gisteren zag ik ook een aantal kinderen met hun ogen draaien. Je ziet de vertwijfeling toeslaan.
Natuurlijk kun je een ezelbruggetje aanleren.
Maar het is veel belangrijker dat ze het zien. En hoe fantastisch is het dat we hier ons geld voor kunnen gebruiken. Met behulp van geld is delen en vermenigvuldigen van 10 goed uit te leggen. De kinderen zien ondertussen wat er met de komma gebeurt en kunnen het veel toepassen bij bijvoorbeeld metriekstelsel.
Wanneer ze later zeggen; 'dan schuift de komma drie plaatsen op', kunnen ze dit koppelen aan het geld en krijgt het ook echt betekenis.
Hoe ga jij hier mee om?