15/07/2026
Van goed en slecht, naar fijn en niet fijn
In mijn praktijk zie ik het steeds weer terug. Twee mensen tegenover elkaar, allebei met pijn in hun ogen, allebei verwikkeld in dezelfde strijd: wie heeft er gelijk. Wie deed het fout. Wie is de goede en wie de slechte in dit verhaal.
Ik zie het in de schouders die zich spannen zodra er verdedigd moet worden. In de stiltes die volgen op een verwijt. In de moeheid van stellen die al jaren dezelfde discussie voeren, alleen met andere woorden.
Wat ik zie, keer op keer, is dat mensen niet vechten om gelijk te krijgen. Ze vechten om gezien te worden. Om ergens bij te mogen horen. Om te bewijzen dat ze bestaansrecht hebben in de relatie — een patroon dat vaak al veel eerder begon, lang voor deze partner er was.
En dat oordeel — goed of slecht — is nooit echt van onszelf. Het is geleend. Van een familiesysteem waarin je moest voldoen om geliefd te worden. Van een kindertijd waarin gelijk hebben veiligheid betekende. We nemen die meetlat mee de volwassenheid in, en leggen hem, onbewust, over onze liefste relaties heen.
Er is een weg terug naar onszelf. Ik nodig mensen uit om het woord "fijn" en "niet fijn" te gebruiken in plaats van goed en slecht.
Dat klinkt misschien klein. Dat is het niet.
Fijn en niet fijn oordelen niet over wie de ander is. Ze spreken alleen over wat er in jouw lichaam gebeurt. Geen bewijsvoering nodig, geen toelichting die overtuigen moet. Je voelt het, en dat is genoeg om het uit te spreken.
"Dit voelt niet fijn voor mij" is een heel andere zin dan "jij doet iets verkeerd." De eerste opent een deur. De tweede sluit hem.
Want zodra je iemand aanspreekt op wie ze zíjn, gaat het lichaam in verdediging. Dat is geen zwakte, dat is oud overlevingsgedrag — het zenuwstelsel dat zichzelf beschermt tegen afwijzing. Maar zodra je spreekt vanuit je eigen ervaring, ontstaat er iets anders. De ander hoeft zich niet meer te weren. Er is ruimte om te luisteren, in plaats van te overleven.
En misschien nog belangrijker: de verantwoordelijkheid voor je gevoel leg je niet meer buiten jezelf neer. Je haalt hem terug. Je gaat naar binnen. Wat voel ik hier eigenlijk? Wat heb ik nodig? Waar verlang ik naar, onder deze irritatie, deze pijn, dit ongemak?
Dat is het echte werk. Niet de ander overtuigen. Maar jezelf leren kennen, in het contact met de ander.
Zo verzacht de dynamiek. Zo wordt de relatie geen rechtbank meer, maar een plek van onderzoek. Van twee mensen die elkaar niet meer beoordelen, maar elkaar ontmoeten in wat er werkelijk is.