28/06/2026
https://archive.is/gAOLo
Tussen de kapotte stofzuigers en broodroosters in een Parijs Repair Café blijkt: Frankrijk is koploper repareren
Circulaire economie In de honderden Repair Cafés die Frankrijk telt, worden föhns, lampen en dvd-spelers nieuw leven ingeblazen. „De conclusie is snel dat het makkelijker is om iets opnieuw te kopen.”
Het verrassendst is de vreugde die vrijkomt als een reparatie lukt. „Het is Kerst!”, roept Joëlle Feauveau (62) als haar lamp-op-kunstzinnig-pootje voor het eerst in jaren weer licht geeft. „Als ik thuiskom, doe ik een dansje”, glundert François Fuchard (71) als de laser van zijn nineties ademende dvd-speler na een decennium weer een dvd herkent. En als de koffiemachine van Sylvie Mencia (53) na flink stoffen en fröbelen weer bonen weet te vermalen tot koffie, komen van alle kanten reparateurs en bezoekers een kijkje nemen.
De vreugde breekt de geconcentreerde stilte die het grootste deel van de tijd hangt in het Repair Café in het residentiële twaalfde arrondissement van Parijs. Hier komen elke dinsdag een vijftal reparateurs samen in een buurthuis in een voormalig stationsgebouwtje, die Parijzenaren helpen hun kapotte apparatuur nieuw leven te geven. Op een zonnige lentedag komt van alles voorbij: eerdergenoemde lamp, dvd-speler en koffiemachine, maar ook een föhn, een hogedrukspuit, een broodrooster en zelfs een elektrische fiets.
Het eerste Repair Café ontstond in 2009 in Amsterdam, inmiddels zijn er wereldwijd bijna vierduizend te vinden. Het idee is dat vrijwilligers met kennis van reparatie op gezette tijden samenkomen in een locatie waar gereedschap en materiaal beschikbaar zijn gesteld en mensen gratis hun spullen kunnen laten repareren. „Het gaat om co-reparatie”, legt vrijwilligster Sabine Jourdan (56) uit terwijl de eerste bezoekers met boodschappentassen gevuld met kapotte apparatuur aankomen bij het Repair Café. „Het idee is dat mensen niet hun product achterlaten, maar dat ze samen met de reparateurs hun koffiezetapparaat of föhn onder handen nemen en zo ook nog wat leren.” Zo’n 50 à 60 procent van de producten kan ter plekke gerepareerd worden.
Lees ook
Een kapotte Miele-wasmachine? Reparatie is er niet makkelijker op geworden
Frankrijk Europees koploper
Van de vierduizend Repair Cafés wereldwijd bevinden zich ruim zeshonderd in Frankrijk – alleen al in Parijs kunnen mensen op zeventien plekken terecht om gratis hun spullen te (laten) repareren. Dat is geen toeval: niet alleen heeft Parijs al 25 jaar een links stadsbestuur dat alle vormen van recycling en hergebruik stimuleert. Ook is Frankrijk „een voorloper als het gaat om wetgeving waarmee wordt gestreefd naar producten van hogere kwaliteit, producten die langer meegaan en producten die we kunnen repareren”, zegt universitair docent Jessika Richter van Het Internationaal Instituut voor Industriële Milieueconomie van de Zweedse Universiteit van Lund.
Zo was Frankrijk in 2015 het eerste land dat obsolescence programmée (geplande veroudering, waarbij bedrijven ervoor zorgen dat hun producten voor het einde van de verwachte levensduur stoppen met werken of slechter gaan werken) illegaal maakte. „Denk aan Windows 10 dat niet meer geüpdatet kon worden, waardoor consumenten gedwongen werden een nieuwe computer aan te schaffen”, zegt Richter via een videoverbinding. Ze deed onderzoek naar het fenomeen. Deze praktijk is niet nieuw: zo besloten al in de jaren dertig internationale lampenproducenten gezamenlijk de levensduur van hun peertjes te verkorten. „Destijds werd het zelfs in marketingmagazines gepromoot als een geweldige manier om economische groei aan te sporen.”
Ik heb wel eens mensen geholpen die op het punt stonden een product weg te gooien dat niet eens echt stuk was
Gilles Kantardjian — vrijwilliger Repair Café
In 2020 zette Frankrijk nog een stap toen het Franse parlement de Wet tegen verspilling en voor een circulaire economie (AGEC) aannam, waarin onder meer is opgenomen dat producten een label moeten hebben waarop te zien is hoe repareerbaar ze zijn. Via dezelfde wet ontstond de bonus réparation waarmee Fransen een deel van de kosten van een reparatie kunnen terugkrijgen van de staat.
In het Repair Café in Parijs zien vrijwilligers en bezoekers de noodzaak van dit soort wetgeving. „Ik heb wel eens mensen geholpen die op het punt stonden een product weg te gooien dat niet eens echt stuk was”, zegt vrijwilliger Gilles Kantardjian (68). „Dan moest er alleen wat stof worden weggeveegd.” De uit Benin afkomstige verpleegkundige Mencia vertelt, nadat ze met Kantardjian haar Delonghi-koffiezetapparaat uit elkaar heeft geschroefd, dat ze toen ze twaalf jaar geleden naar Frankrijk verhuisde schrok hoe gemakkelijk producten hier worden weggegooid. „Er is zoveel verspilling hier. In Afrika is het omgekeerd: daar wordt álles gerepareerd. Ik heb mijn vader zoveel producten nieuw leven zien geven, dat het voor mij uitgesloten is dat ik iets zomaar in de prullenbak gooi.”
Ze vertelt dat haar Franse man vindt dat het repareren van producten te lang duurt. Wat niet onwaar is: zo is Mencia deze dinsdag al voor de tweede week op rij in het Repair Café omdat het euvel in haar koffiezetapparaat niet in één keer kon worden opgelost. Kantardjian zegt dat voor veel mensen ook meespeelt dat er nog maar weinig reparateurs in Parijs te vinden zijn en zij vaak hoge prijzen vragen. „Dus is de conclusie al snel dat het makkelijker is om iets opnieuw te kopen.”
Vrijwilligster Anne Brygoo (78) ziet dat vooral de jongste generatie makkelijk producten weggooit – het valt ook op dat de meeste mensen in het Repair Café op leeftijd zijn. „We zijn in Frankrijk verwend. Maar het speelt ook mee dat producenten het moeilijk maken producten te repareren”, zegt ze wijzend op een broodrooster met een moeilijk repareerbare elektronische printkaart in plaats van een simpele mechanische schakelaar.