08/03/2019
Vader mag blijven leven– een familieopstelling in vogelvlucht
Als ik schrijf vader, moeder, opa en oma bedoel ik: de representanten hiervan in de opstelling.
Representant: iemand die in de opstelling iemand of iets representeert.
Toen ik B. vroeg wat ze wilde onderzoeken, twijfelde ze. Wilde ze weten waarom ze toch altijd ruzie met een mannelijke collega had, of waarom ze zo’n hekel aan haar vader had?
Ja duh, de relatie met haar vader natuurlijk. De bron voor vrijwel alle conflicten en toestanden in ons volwassen leven, ligt in de (vroege) kindertijd. “Ik vraag me vaak af waarom hij niet gewoon doodgaat, hij is 92. Ik wil gewoon dat hij dood gaat.” Woest was ze, om iets onaardigs wat hij lang geleden tegen haar gezegd had. Woest, al 43 jaar. B. voelde zich ongezien en onbemind, niet alleen door haar vader maar ook door haar broers en zussen. Ze deed dan ook vrijwel niet mee aan familiebijeenkomsten.
Ik stelde B. voor eens te beginnen met haar vader en haar opa, om te onderzoeken hoe de relatie tussen die twee mannen was. Dat vond ze goed. Naast deze twee mannen zocht ze ook iemand voor zichzelf uit en gaf ze een plek in de ruimte.
Dochter, vader en opa hadden geen enkel contact met elkaar. De representant van haar vader stond als een gek te wiebelen en barstte steeds in lachen uit, een vreemd, onmachtig gehinnik. Hij wist zich letterlijk geen houding te geven. Uiteindelijk zakte hij door zijn hoeven en ging maar op de grond zitten. Zijn dochter kon hij niet aankijken, hij zag haar gewoon niet. Die stond er dan ook tamelijk eenzaam bij. Tijd om B. haar eigen plaats te laten innemen, met haar representant nu als haar ziel bij zich.
Opa stond ongenaakbaar tegenover zijn zoon, armen over elkaar, de minachting droop van zijn gezicht. ‘Is dat mijn zoon, die idioot?’ Toen ik voorstelde een hulpbron voor hem in te schakelen, beet hij me woedend toe: ‘Ik heb niemand nodig, helemaal niemand.’
Ik deed het natuurlijk toch en vroeg een deelneemster of ze zijn vrouw wilde representeren. Ook bij de vader zette ik een representant voor zijn echtgenote neer, waardoor hij zienderogen sterker werd.
Onmiddellijk zagen we bij opa de boosheid en minachting verdwijnen en plaats maken voor iets zachters. Ook bij de vader veranderde er iets: het onbeholpen gelach hield op, hij stond op en keek zijn vader recht aan, als een volwassen man. En opa keek terug. Na een interne worsteling en met grote moeite, vertelde hij zijn zoon dat hij veel van hem hield en trots op hem was, en dat het hem zeer speet dat hij dat nooit tegen hem had kunnen zeggen, nooit zachtheid of liefde kon tonen.
De schouders van vader ontspanden zich, er kwam een glimlach op zijn gezicht . Nu hij zelf gezien was, kon hij eindelijk naar zijn dochter kijken, voor het eerst in de opstelling. Daar stonden ze tegenover elkaar, ouders en kind, nieuwsgierig naar elkaar. Vader keek liefdevol naar zijn oudste dochter. B. bezag hem voor het eerst met andere ogen. Samen met haar ziel wilde ze wel een paar stappen dichterbij komen. Niet te dichtbij, daarvoor was nog wat tijd nodig. Maar de wond die voor de opstelling ontstellend veel pijn deed, was voor een deel geheeld.
PS Drie weken na de opstelling vertelt B, dat ze een zussendag heeft gehad. Ook waren er diverse momenten met haar vader geweest, waarop ze observeerde dat ze rustig kon blijven, waar ze anders zou zijn ontploft.