25/08/2026
Wanneer het heilige het ego niet oplost, maar vergroot
Over mystiek, fascisme en de verleiding van een heilige identiteit
Mystiek en fascisme lijken op het eerste gezicht elkaars tegenpolen.
Mystiek wijst immers vaak naar het overstijgen van het persoonlijke ik, naar het loslaten van identificaties en naar een werkelijkheid die voorafgaat aan ras, nationaliteit, status en overtuiging.
Fascisme doet bijna het tegenovergestelde. Het maakt identiteit absoluut. Het verdeelt de wereld in wij en zij, verheft het eigen volk en zoekt vijanden die de vermeende zuiverheid daarvan bedreigen.
En toch kunnen mystiek, esoterie en fascisme elkaar ontmoeten.
Niet omdat mystiek fascistisch zou zijn, maar omdat het menselijke verlangen naar transcendentie ook gekaapt kan worden door het verlangen naar macht, zekerheid, identiteit en uitverkorenheid.
Daar ontstaat wat je een politieke pseudomystiek zou kunnen noemen.
De Wewelsburg: het heilige centrum van de SS
Een indrukwekkend historisch voorbeeld is de Wewelsburg bij Paderborn.
Heinrich Himmler liet het kasteel vanaf 1933 ontwikkelen tot een centrale ontmoetingsplaats voor de SS. De SS beschouwde zichzelf nadrukkelijk als een militaire én raciale elite. Eind jaren dertig ontstonden plannen om het complex steeds nadrukkelijker een ideologische en ceremoniële functie te geven. Scandinavisch-Germaanse symboliek kreeg er een prominente plaats en Himmler wilde er onder meer bijeenkomsten van de hoogste SS-leiders en eedceremonies laten plaatsvinden. (Wewelsburg)
Hier moeten we overigens oppassen voor latere sensatieverhalen. Niet iedere fantastische bewering over occulte SS-rituelen in de Wewelsburg is historisch bewezen. Wat wél uitstekend gedocumenteerd is, is dat Himmler van de plek een ideologisch centrum van een raciale elite wilde maken en daarbij religieuze, culturele en mythologische elementen gebruikte. Het huidige museum behandelt daarom uitdrukkelijk zowel de ideologische als de religieuze en culturele ambities van de SS én hun uiteindelijke verbinding met vervolging, kampterreur en vernietiging. (Wewelsburg)
Dat is belangrijk.
Want het probleem begint niet bij runen, mythen of rituelen op zichzelf.
Het begint wanneer zulke symbolen worden gebruikt om een groep te vertellen:
wij zijn niet zomaar mensen, wij vertegenwoordigen een hogere werkelijkheid.
De Externsteine: wanneer mythe belangrijker wordt dan waarheid
Hetzelfde mechanisme zien we bij de Externsteine in het Teutoburgerwoud.
Vanaf het einde van de negentiende en vooral vanaf de jaren twintig werden deze indrukwekkende rotsformaties door völkische denkers steeds vaker voorgesteld als een oeroud Germaans heiligdom.
Een belangrijke figuur daarin was Wilhelm Teudt. Hij meende in de Externsteine sporen van een grote Germaanse cultusplaats te herkennen. Zijn theorieën werden door vakwetenschappers tegengesproken, maar juist binnen nationalistische en later nationaalsocialistische kringen kregen ze grote aantrekkingskracht. (lwl.org)
Dat is psychologisch veelzeggend.
De mythe hoefde niet bewezen te worden.
De mythe moest waar zijn, omdat zij bevestigde wat men al wilde geloven.
Vanaf 1934 werden de Externsteine door vertegenwoordigers en organisaties van het naziregime gebruikt. Archeologische opgravingen moesten bewijs leveren voor de gedachte dat hier ooit een Germaanse cultusplaats had gestaan. Dat bewijs werd niet gevonden. De huidige beheerder van de Externsteine vermeldt expliciet dat de opgravingen van 1934-1935 geen bewijs voor zo’n Germaans heiligdom opleverden. (Externsteine)
En toch bleef de mythe bestaan.
Dat is misschien wel een van de belangrijkste lessen.
Wanneer identiteit op het spel staat, kan bewijs zijn betekenis verliezen.
Van archeologie naar heilsgeschiedenis
Een rotsformatie wordt dan geen rotsformatie meer.
Een bos wordt geen bos meer.
Een oud symbool wordt geen oud symbool meer.
Alles wordt onderdeel van een groot verhaal:
voorouders → bloed → bodem → volk → lotsbestemming → strijd → wedergeboorte.
Geschiedenis verandert zo ongemerkt in heilsgeschiedenis.
Het Ahnenerbe, de door Himmler gesteunde onderzoeksorganisatie, speelde daarin een belangrijke rol. Onder het mom van onderzoek naar de Germaanse voorgeschiedenis werden wetenschap, ideologie en mythe met elkaar verweven. Rond de Externsteine probeerde men bijvoorbeeld bevestiging te vinden voor een reeds gewenste conclusie over een voorchristelijk Germaans heiligdom. (ezw-berlin.de)
Dat is de omkering van werkelijke wetenschap.
Wetenschap vraagt:
Wat laten de feiten zien?
Ideologie vraagt:
Welke feiten kunnen mijn overtuiging bevestigen?
En politieke mystiek gaat nog verder:
Mijn overtuiging is zo heilig dat zij geen bewijs meer nodig heeft.
Het collectieve ego
Hier raakt fascisme aan een heel andere vorm van spiritualiteit.
Werkelijke mystieke tradities zeggen steeds opnieuw, ieder in hun eigen taal:
onderzoek degene die zegt ik.
Wie ben je vóór je naam?
Vóór je geschiedenis?
Vóór je overtuigingen?
Vóór nationaliteit, status, geloof en groepsidentiteit?
Politieke mystiek beweegt precies de andere kant op.
Daar wordt het kleine ego niet doorzien, maar opgenomen in een groter collectief ego.
Niet meer: ik ben bijzonder.
Maar: wij zijn bijzonder.
Niet: ik ben uitverkoren.
Maar: ons volk is uitverkoren.
Niet: ik ben bedreigd.
Maar: onze beschaving wordt bedreigd.
Het persoonlijke narcisme kan daardoor verdwijnen in iets wat veel nobeler lijkt: vaderland, traditie, ras, religie, beschaving of lotsbestemming.
Maar psychologisch kan hetzelfde mechanisme intact blijven.
Superioriteit.
Gekrenkte grootheid.
Behoefte aan erkenning.
Projectie.
Zuiverheidsdenken.
En uiteindelijk het aanwijzen van iemand die verantwoordelijk moet worden gemaakt voor alles wat het geïdealiseerde zelfbeeld verstoort.
De vijand wordt noodzakelijk
Daarom heeft een totalitaire identiteit vrijwel altijd een vijand nodig.
Want wanneer wij onszelf voorstellen als zuiver, groots of uitverkoren, moeten de eigenschappen die niet in dat zelfbeeld passen ergens anders terechtkomen.
Jung zou hier spreken over de schaduw.
Wat wij niet in onszelf verdragen, verschijnt buiten ons.
De ander wordt decadent.
Onrein.
Corrupt.
Parasiterend.
Ontworteld.
Gevaarlijk.
De vijand is dan niet langer iemand met andere belangen of overtuigingen.
Hij wordt een metafysische bedreiging.
En precies daar wordt politiek gevaarlijk.
Want wanneer het kwaad volledig buiten onszelf is geplaatst, voelt bestrijding van de ander niet meer als geweld.
Het kan zelfs worden beleefd als zuivering.
De leider als verlosser
In zo’n klimaat verandert ook de positie van de politieke leider.
Hij is niet langer slechts bestuurder.
Hij wordt de man die ziet wat anderen niet zien.
Degene die het volk wakker maakt.
Die de verloren grootheid herstelt.
Die orde brengt in chaos.
Die het verval zal stoppen.
Politiek krijgt daarmee religieuze trekken.
Er ontstaan rituelen, symbolen, massabijeenkomsten, martelaars, heilige teksten, vijanden, ketters en een verlossingsverhaal.
De leider vertegenwoordigt niet meer een programma.
Hij vertegenwoordigt het lot.
En zodra iemand zo’n plaats krijgt, wordt kritiek op de leider gemakkelijk ervaren als kritiek op de groep zelf.
Feiten verliezen dan opnieuw hun corrigerende vermogen.
Een gevaarlijke spirituele parallel
Dit mechanisme beperkt zich niet tot het historische fascisme.
Ook binnen hedendaagse spirituele gemeenschappen en satsangs kunnen vergelijkbare structuren ontstaan wanneer voortdurend gesproken wordt over:
de ontwaakten en de slapenden,
de bewusten en de onbewusten,
de hogere en lagere frequenties,
de zuiveren en de besmetten,
de mensen die “het zien” en de “schapen”.
Het vocabulaire klinkt spiritueel.
Maar de onderliggende psychologische structuur kan dezelfde oude structuur van superioriteit en uitsluiting bevatten.
Het ego heeft dan eenvoudig nieuwe kleding aangetrokken.
Het zegt niet langer: ik ben beter dan jij.
Het zegt: ik ben bewuster dan jij.
En dat is misschien een van de subtielste vormen van spiritueel narcisme.
Mystiek zonder vijand
Hier ligt voor mij het beslissende onderscheid.
Echte mystiek vraagt uiteindelijk niet wie tot de juiste groep behoort.
Zij vraagt: wie is degene die zich zo krampachtig met een groep moet identificeren?
Niet: welk volk, leraar of leider bezit de waarheid?
Maar: wat blijft er over wanneer alle identificaties even stilvallen?
Daarom kun je het verschil misschien zo samenvatten:
Mystiek doorziet identiteit.
Fascistische mystiek vergoddelijkt identiteit.
De eerste beweging maakt grenzen transparanter.
De tweede maakt ze absoluut.
De eerste vermindert de noodzaak van een vijand.
De tweede kan nauwelijks zonder vijand bestaan.
De eerste zegt uiteindelijk: ook de ander is niet werkelijk afgescheiden van mij.
De tweede zegt: zonder de ander zou onze wereld zuiver zijn.
Daar loopt een vrijwel onoverbrugbare grens.
Het heilige als spiegel
De les van plekken als de Wewelsburg en de Externsteine is daarom groter dan alleen hun historische betekenis.
Ze laten zien hoe gemakkelijk het menselijke verlangen naar het heilige kan worden misbruikt.
Wij willen behoren.
Wij willen betekenis.
Wij willen deel uitmaken van iets dat groter is dan wijzelf.
Daar is niets verkeerd aan.
Maar precies dat verlangen maakt ons ook kwetsbaar voor degene die zegt: jij behoort tot iets groots en ik weet wie het bedreigt.
Misschien begint volwassen spiritualiteit daarom niet met de vraag:
Waar behoor ik bij?
Maar met een ongemakkelijker onderzoek:
welk deel in mij verlangt ernaar uitverkoren te zijn?
Want wanneer het heilige werkelijk het ego doorziet, wordt de mens er niet groter van.
Hij hoeft zich niet boven anderen te verheffen.
Hij wordt eenvoudiger.
Minder zeker van zijn eigen gelijk.
Minder afhankelijk van vijanden.
En misschien juist daardoor menselijker.