Eigenwize coaching

Eigenwize coaching Als senior systemisch EFT-, lifecoach werk ik graag met jou. Geen wollige taal maar met eerlijke spiegels vindt jij jouw eigen(wize) pad. Wêz Wolkom!

Met > 5.000 opstellingen op mijn naam heb ik inmiddels een scherp oog voor wat er écht onder de oppervlakte speelt. Mijn hart is uit t juiste hout gesneden. Mijn tongriem kan confronteren. Mijn ogen kijken waar je schoenen lopen. Mijn oren horen de boodschap achter het verhaal. Ik ruik waar de adders onder het gras leven. Mijn lijf voelt tot hoever ik mag gaan. Als ik mij onvoorwaardelijk overgeef

aan het moment ontstaan de mooiste openingen. Zo kom ik vaak op Eigenwize,
op mijn eigen pootjes terecht. Ik ben open, eerlijk en bezit wat zelfspot. Problemen zie ik graag als uitdaging. Ik hou van het zoeken naar onverwachte kansen. Rijna van der Vlugt

Nieuw schooljaar. Fijn???Daar staat hij. Deze jong kerel. Stoer met een klein hartje.  Schoorvoetend loopt hij het schoo...
19/08/2026

Nieuw schooljaar. Fijn???

Daar staat hij. Deze jong kerel. Stoer met een klein hartje. Schoorvoetend loopt hij het schoolplein op. Zijn hand stevig om die van mij geklemd. Alsof loslaten betekent dat hij niet alleen mijn hand, maar meteen ook zijn hele veiligheidsnet moet loslaten.

Hij kijkt.
Naar de kinderen.
Naar de deuren.
Naar de juf.
Naar alles wat anders is.
Want eerlijk?

Hij vindt er geen zak aan.
Na weken vakantie weer naar school.
Zijn lijf voelt als een happende vis op het droge. Alles beweegt, alles moet weer op gang komen, maar niemand heeft hem even verteld waar de zuurstof zit.

Hij stapt naar binnen.
Niet alleen.
Eerst komt overleving.
Hand in hand met trauma.
Daarachter loopt hechting.
Mijn hand fijn knijpend.

Ergens achter ons probeert de jongen mee te komen. Zijn overleving zoekt controle. Zijn traumawil weten of hij veilig is. Zijn hechting vraagt bij wie hoor ik dit jaar?

Ik kan niks anders dan elke stap naast hem zetten. Stil een beetje volgend en een beetje sturend naar de juiste ingang. Wijzen naar de juiste juf.

Hij kijkt met grote uitpuilende ogen en zijn nek kan net nog niet zover als een uil draaien.
Stel je voor dat iemand anders doet dan vorig jaar. " Wat doe ik dan?" Is het brandalarm wat steeds afgaat. "Wat is mijzelf dit jaar?"

Als mem hoor ik op het schoolplein de gebruikelijke opmerking die ik zelf ook deels ervaar: " Heerlijk terug in de dagelijkse structuur." “Ze waren er echt wel aan toe.”
“We hebben een heerlijke vakantie gehad, maar ik ben ook wel blij dat school weer begint.”

Voor vele kinderen is deze structuur heerlijk en broodnodig maar voor onze kerel begon school al in de laatste week van de vakantie.
De dagen worden afgeteld. De juffer doorgesproken inclusief hun werkdagen, welke groep welk lokaal. Als alles gaat zoals beloofd met de doordraaidag of er wel pennen en werkboeken genoeg zijn.
Elke dag opnieuw.
"Als dat maar helder is, dan..."

Hoe dichter maandagochtend komt, hoe stiller én ontploffender sommige bommen in huis worden, want een nieuw schooljaar is niet alleen dát nieuw schrift.

De klas indeling, wie zit waar?
Welke geur hangt in de klas?
Wat zie ik door de ramen?
Welke geluiden horen bij dit stuk van de school?
Welke geur hangt in de klas?

Ja...Zelfs geuren. Waar ik denk; "lekker fris!"
Ruikt hij van verre dat de wc met een ander schoonmaakmiddel is gedaan.

Zijn zenuwstelsel denkt: "ALARM."
Zijn lijf staat strak en schouders zitten vast aan de oren. Zijn ogen staan op steeltjes en de adem komt niet verder dan de eerste rib.

Ergens tussen de kapstok en het digibord probeert hij te bedenken hoe hij vandaag moet overleven.

Dit is hoe hij werkt elk jaar opnieuw. Dus ook vandaag in groep 8. Hij komt niet blanco binnen. Hij neemt zichzelf met een goedgevulde rugzak mee. En een zenuwstelsel op scherp.

Hij heeft een landingsbaan nodig voor zijn lijf en veiligheid. Dan pas komt de nieuwsgierigheid voor al het nieuwe, voor vrienden, spelen ontdekken dan even niks...
Om daarna te kunnen leren.

Vaak dacht ik. Je gaat naar school. Dat is fijn. PUNT. Kiek, daar zat dan toch echt wel een blinde vlekje. Zoals het jaar is afgesloten, zo start het niet voor hem.

Alles is nieuw en nog nooit meegemaakt. Bepaalde resultaten in het verleden geven geen garantie voor de toekomst.

Er is maar één geur of geluid nodig om alles te laten exploderen of imploteren. Dus als het één ander kind is of een andere toon dan is het BOEM!

Weg intentie om er een leuke dag van te maken.
Niet omdat hij niet wil of lastig doet.
Niet omdat hij geen zin heeft.
Gewoon omdat de berg van prikkels groter is dan zijn lengte.

Mocht je dus een kind in onze tuin zien rennen, horen schreeuwen of naar huis lopend stevig mijn hand vast heeft besef dan zijn zenuwstelsel kent deze manier van schoolgaan nog niet.

Maar ook het kind dat huilt, niet los wil laten, stil wordt, met grote ogen alles scant, op het schoolplein ontploft

Of juist roept dat het allemaal prima gaat terwijl je aan alles ziet dat er helemaal niets prima gaat…

Kijk dan eens wat verder dan het gedrag.
Misschien loopt daar geen ongemotiveerd kind.
Misschien loopt daar een kind dat met zijn hele systeem probeert uit te zoeken: "Ben ik hier veilig? Hoor ik hier? Wie ben ik hier?"

Een nieuw schooljaar vraagt soms geen enthousiasme, maar tijd, herhaling en voorspelbaarheid. Een veilige volwassene.
En heel veel ruimte om opnieuw te landen.

Dus…
Nieuw schooljaar fijn? Vraag het mij in week drie nog eens. Als het goed is, komen er dan kinderen thuis met iets meer ontspanning in hun lijf en met minder spanning achter de ogen.
Met weer ruimte voor grapjes.
Voor verhalen.
Voor spelen.
Staan die bange grote ogen ineens weer gewoon blij. Niet omdat school veranderd is.
Maar omdat het kind eindelijk heeft ontdekt:
"Ik ben hier veilig."

Mijn leven begon in een klein plaatsje in Friesland. Mijn ouders trouwden en een jaar later kwam ik hun huwelijksgeluk v...
16/08/2026

Mijn leven begon in een klein plaatsje in Friesland. Mijn ouders trouwden en een jaar later kwam ik hun huwelijksgeluk verblijden met mijn komst.

9,5 pond vers aan de haak.

Een stevige binnenkomer dus. Ik was blijkbaar vanaf het begin al niet van plan om subtiel aanwezig te zijn.

Mijn start werd overschaduwd door ziekte en verlies. Pake en beppe vaderskant waren ziek.

Toen ik ongeveer een half jaar oud was, overleden ze dag op dag van elkaar. Mijn vader was ineens wees. Met een baby en een vrouw.

Misschien begint daar wel mijn levenslange verhouding met verlies. Want vanaf dat moment loopt de dood als een dunne draad door mijn leven. Niet altijd zichtbaar. Wel aanwezig.

Toch groeide ik op met iets wat minstens zo belangrijk was: liefde. Buiten spelen. Zandbulten. Modder aan je knieën. Een veilig huis. Liefhebbende ouders. Altijd genoeg door mijn moeders enveloppen systeem.

Twee jaar later verwelkomde ik mijn eerste van drie broers. Het bedrijf waar heit werkte ging failliet. Gelukkig vond hij snel een nieuwe baan.
De voor ons net nieuwe auto? Reed hij binnen enkele dagen in de prak.

Het leven had blijkbaar besloten dat we maar meteen wat oefenmateriaal nodig hadden.

Vanaf mijn twaalfde werd verlies concreter.
Mijn pake overleed plotseling. De man met wie we in de perenboom klommen tot ergernis van beppe. De man van de vakanties met de rode DAF. Eén dagje pake en beppe, altijd feest.

Zijn tong steevast om de fles yoghurt.
Zijn belangstelling voor ons. Voor mijn ouders. Bij hem hoefde je niets te presteren. Je was er. Dat was genoeg. Het was een warm bad.
Daarnaast was er beppe bôle. Brood met gebakken ei zoals alleen mijn beppe dat kon maken. Sommige herinneringen zitten niet in je hoofd. Die zitten ergens dieper. In je lijf, je hart, je zenuwstelsel.

Ik was dertien toen mijn jongste broer werd geboren. Bijna verloor ik mijn moeder.
Mijn broers, natuurlijk ook.
Twee jaar later deed ze het nog eens dunnetjes over. Bijna doodgaan. Ik leerde misschien toen al iets wat later een patroon zou worden: Als je van iemand houdt, kun je hem ook verliezen.

Dus maar niet te veel voelen. Niet te afhankelijk worden. Zelf je broek ophouden. Doorgaan. Dat is de vermijdende kant in mij. Niet zeuren of moeilijk doen. Gewoon zelf oplossen en niet te lang stilstaan bij wat pijn doet.

Maar er was ook een andere kant. De kant die blijft liefhebben. Die verbinding zoekt.
Die geloofd dat het leven mooi is.
Mijn veilige kant.

Die twee dansen mijn hele leven met elkaar.
Soms hand in hand. Soms met de ellebogen tegen elkaar.

Ik rolde door verkering, school en opleiding.
Op mijn negentiende trouwde ik met de liefde van mijn leven. Hoewel… Op mijn elfde wist ik het eigenlijk al. Een ingeving. Zo'n weten waar je hoofd helemaal niets over te zeggen heeft.

Ik wist gewoon: Hij.
Toen dacht ik: Mooi.Dan maken we er een prachtleven van. Als ik ergens voor ga, dan ga ik. Geen halve maatregelen.

Al snel waren we zwanger en leerden we wat het betekent om met lege handen thuis te komen. Mijn lijf, dat mij tot dan toe altijd raad en daad had gegeven, liet me in de steek.
Ik faalde. Rauw, diep en onbegrijpelijk.

In die tijd sprak je niet over miskramen.
Dus je droeg het.Alleen.

Want samen verdriet hebben betekent nog niet dat je hetzelfde verdriet hebt. Waar ik het kinderhart onder mijn hart had gevoeld, daar rouwde ik ook. Voelend wat leegte voor g*t geeft in hart en zenuwstelsel.

Mijn man kon na twee weken verder met zijn leven. Werk, sport, vrienden en helpen bij de dagelijkse dingen. Terwijl mijn lichaam nog wist dat daar iemand had gezeten.

We raakten elkaar kwijt in verdriet.
Niet omdat we niet van elkaar hielden.
Maar omdat verdriet soms een taal spreekt waarvoor je geen woorden hebt.

Mijn vermijdende kant wilde door.
Mijn veilige kant wilde verbinden.
Ergens daartussen probeerden wij elkaar terug te vinden. Dat lukt. Steeds opnieuw.
Want liefde bleek niet hetzelfde als nooit elkaar kwijtraken. Liefde bleek elkaar blijven zoeken en vinden.

Toen we uiteindelijk ons levende kind in onze armen mochten sluiten, kwam er intense vreugde. Maar ons verhaal was nog lang niet klaar. Er volgden tien miskramen.

Tien keer hoop. Tien keer verlies.
Tien keer een lijf dat opnieuw moest herstellen.
Tien keer een hart dat moest leren leven met iets wat het niet wilde leren.

Onverwachts kwam er opnieuw leven.
We mochten ons tweede levende kind in onze armen sluiten.

Dít is de grootste rode draad van mijn leven: Ik heb geleerd hoe het voelt om iets kwijt te raken. Minstens zo vaak heb ik mogen ontdekken dat verlies niet het einde van het verhaal is
Dat er na een afdaling weer een helling omhoog komt.

Dat je soms eerst helemaal naar beneden moet, je beerput in, voordat je ontdekt dat je nog steeds kunt staan.

Ik had er nog twee miskramen voor nodig om Zijn les te ontvangen.

Tja.
Eigenwijsheid blijkt overerfbaar.
Sommige lessen leer ik blijkbaar niet één of twéé keer. Nee hoor. Ik test ze graag grondig.

Tot mijn systeem zegt: Rijna, nu heb je het toch echt wel door. Dát is precies waarom ik nu zo goed begrijp wat hechting met je doet.

Hoe je jezelf soms beschermt zonder dat je doorhebt dat je jezelf daarmee ook klein houdt. Hoe je talenten kunnen ontstaan uit precies datgene waar je ooit van moest overleven.

Hoe je diezelfde talenten later kunt leren inzetten vanuit vertrouwen, in plaats van vanuit angst. Met diezelfde eigenwijsheid help ik nu anderen om hun hechting te verstaan om te ontdekken wat er onder hun gedrag ligt. Welke kracht, welk talent en welke wijsheid daar al die tijd verscholen hebben gezeten.

Mijn grootste levensles is nooit geweest om niets te verliezen. Maar om mezelf niet meer te verliezen wanneer het leven iets (af)neemt.
Want daar begint mijn veilige hechting.
Niet bij de zekerheid dat iedereen blijft.
Maar bij het vertrouwen: ik blijf bij mezelf. Bij de weg die voor mij klaar ligt. Zelfs als het leven even een gitzwarte beerput wordt.

"Mem," zegt ze bedachtzaam terwijl haar blik van heit naar mij glijdt. "Waarom doet jouw hoofd zo mistig?"Ik had net uit...
24/07/2026

"Mem," zegt ze bedachtzaam terwijl haar blik van heit naar mij glijdt. "Waarom doet jouw hoofd zo mistig?"

Ik had net uitgelegd dat woorden vandaag niet wilden komen. Dat mijn hoofd voelde alsof iemand er watten in had gestopt. Ze fronst: "Maar ik zie helemaal geen wolken om je hoofd.
Waar is jouw mist dan?"

Elf is ze. Eindelijk begon de wereld een beetje voorspelbaar te worden. Eindelijk was mem weer haar vaste baken. Niet perfect, maar wel stevig. Iemand van wie je wist waar je aan toe was.

Nu lijkt dat baken ineens te bewegen.
De ene keer lach ik. De volgende keer klinkt mijn stem harder dan ik bedoel. Zelf schrik ik er nog het meest van.
"Hoe ik het zeg komt me beroerd de strot uit. Daar moet je niet naar luisteren. Maar wat ik zeg moet je wél serieus nemen." Ik meen het.

Maar een meisje met een angstige hechtingsstijl kan dat niet uit elkaar trekken. Ze hoort mijn woorden. Ze voelt mijn spanning. Ze probeert te begrijpen wat niet te begrijpen is. Dus gaat ze opletten. Nog beter luisteren. Nog harder haar best doen. Want als mem anders doet, zal er vast een reden zijn. Misschien ligt die wel bij haar.

Ondertussen erger ik me groen en geel.
Aan mezelf. Aan mijn hoofd dat woorden kwijt is. Aan mijn emoties die zonder toestemming alle kanten op vliegen.
En eerlijk? Ook aan alles en iedereen om me heen.

Ik hoor mezelf streng praten terwijl het voor mijn gevoel heel redelijk klinkt. Wat een ander ook zegt; het landt verkeerd. De toon stoort. Het tempo stoort. Soms lijkt zelfs ademhalen irritant.

Afstervende eieren en jonge kinderen...
Ik kan je vertellen: dat is een combinatie waar geen handleiding voor bestaat.

En kinderen?
Die voelen haarfijn waar beweging zit.
Ze testen niet omdat ze vervelend zijn, maar omdat ze willen weten of de muur er nog staat.
"Mag dit nu wel?"
"Hoe ver kan ik gaan?"
"Blijf je nog steeds mijn mem?"

Systemisch gezien is dat precies wat kinderen doen als de bedding beweegt.
Ze zoeken niet naar grenzen. Ze zoeken naar houvast. En ik ben helemaal klaar met dat gedoetje dat overgang heet.

Maar misschien is dit wel de belangrijkste opdracht van allemaal: blijven zeggen dat mijn storm van mij is.
Zodat een meisje van elf niet hoeft te geloven dat zij degene is die het weer in huis moet veranderen.

"Mem... mem... kijk! Hoe kin pake dit?"Alsof hij een gouden schat draagt, zet hij het vogelhuisje voor me neer. Nieuw va...
10/07/2026

"Mem... mem... kijk! Hoe kin pake dit?"
Alsof hij een gouden schat draagt, zet hij het vogelhuisje voor me neer. Nieuw van oud en hard nodig.

De oude hadden hun tijd gehad. Jaren geleden maakte Pake ze uit een afgedankte kast. Geen bouwtekening. Geen cursus. Gewoon kijken, bedenken en maken.

Inmiddels hebben generaties koolmeesjes, roodborstjes en mussen er gewoond. Hij draait het huisje rond in zijn handen."Kijk... een gaatje voor de schroef." Hij voelt het hout. Draait het nog een keer om. Telt de schroeven.

"Pake heeft zere handen, hè?"
"Ja."
"Als ik pijn heb, huil ik."
Ik knik; "Dat mag." Hij kijkt weer naar het vogelhuisje."Pake doet dat nooit."
"Nee," denk ik. Hij draagt zijn pijn, zonder woorden, zoals hij zoveel draagt. Niet omdat het geen pijn doet, maar omdat sommige mensen al jong leerden dat je gewoon doorgaat.

Ik zie het manneke naast me denken. Hij vraagt niet veel. Komt niet even tegen je aanhangen. Hij kijkt van een veilige afstand.

Alsof hij eerst wil ontdekken of iemand blijft Juist daarom ziet hij alles. "Mem... waar kan ik Pake het beste zien?" Geen vraag over het vogelhuisje. Over Pake, want soms wordt liefde zichtbaar in hout. Woont iemamd een beetje verder in wat hij maakt

Hij wil het huisje eerst in de kastanjeboom bij zijn slaapkamer hangen. "Dan zie ik hem altijd."
"Ook met de gordijnen dicht?" Hij grijnst.
"Nee... dat is ook zo."

We lopen naar de serre, naar de plek waar koning winter het oude huisje versleet. "Als we hem hier hangen," zeg ik, "zie je hem iedere ochtend als eerste. En 's avonds als laatste." Hij streelt voorzichtig over het hout. Alsof hij daarmee iets aanraakt wat je niet kunt vastpakken.

"Ik wil later kunnen timmeren als Pake."
Stilte. "Ik wil ook oplossingen bedenken. Dingen maken. Met mijn hart, mijn hoofd en mijn handen." Dan fluistert hij de vraag die al die tijd onder zijn woorden lag. "Kan ik dat wel?"

Ik kijk naar hem. Naar dit jongetje dat nog steeds zoekt of hij ergens op mag lijken.
Dat helden verzamelt om zichzelf een beetje te kunnen geloven. En stiekem allang gekozen heeft. Niet voor de luidste. Niet voor de sterkste. Maar voor een man die ondanks de pijn blijft bouwen. "Ja, kerel, ik geloof dat jij dat kunt." Hij knikt. "Dan ga ik bij scouting goed oefenen."

Twee dagen later klinkt er gejuich.
"Mem! Kijk!" Een koolmeesje verdwijnt door het ronde g*t naar binnen. Hij straalt. Alsof niet alleen het vogelhuisje een bewoner heeft gevonden. Maar hijzelf, heel even, ook een thuis.

"Jij bent stom!" schreeuwt ze. "Ik doe nooit meer een spelletje met jou!"  Daar vliegen adders door de lucht. Samen met ...
27/06/2026

"Jij bent stom!" schreeuwt ze.
"Ik doe nooit meer een spelletje met jou!"
Daar vliegen adders door de lucht. Samen met de ladders krijgt hij vliegles.

Stampend verdwijnt ze. Foetsie over het grasveld. Niet het verloren spel. Niet de verkeerd gevallen dobbelsteen. Voor haar is verlies veel groter.

Het is haar angst om "kwijt te raken wat veilig voelt," die mee door de lucht vliegt. Het vasthouden aan spelregels betekent dat haar controle, de controle kwijt is over zelf beslissen om te verdwijnen.

Spelregels zijn ter onderhandeling, víndt zij. Dobbelstenen mogen opnieuw, víndt zij. Mem mag en kan niet drie keer winnen vandaag, víndt zij.
Want als mem wint... waar blijft zij dan?

Ik geef uitleg en geduld. Praat over kansen, over eerlijk spelen. Over winst en verlies. Dat het bij het spel hoort.

Mijn woorden belanden achter de adders en onder de ladders omdat haar zenuwstelsel allang met loeiende sirenes overuren draait.

Stampen, schelden, gooien met het spel is de enige regulatie die lukt.
Mijn schaamte en schuld wordt getriggerd als ze het grasveld oversteekt.
"Niet mooi... Niet handig.. De enige uitweg die ze lijflijk kent, kiest ze opnieuw." Mijn gedachten manen mij tot rust, geduld. " Ik tel tot tien, twintig... HONDERD."

Mijn systeem fluistert dat ik móet opruimen, de grens móet inslikken en de spelregels móet buigen om rust te kopen.

Ik kies een andere route.
"Ik ga nu boek lezen," zeg ik kalm en duidelijk;" als jij zover bent, mag jij het spel opruimen. Dan gaan we het een andere keer weer spelen."

Als een briesend paard hinnikt en steigert ze alles eruit wat niet bij opvoeden hoort. Tot ze stil valt...

Gewoon zit... Vingers in haar mond...
Langzaam komt er beweging.
Over mijn boek blijf ik 'stiekem' kijken.

Voorzichtig zoekt ze de pionnen en het spel bij elkaar. Zo vindt ze haarzelf terug.
"Sorry mem..." Dit is genoeg voor vandaag.

Zelfregulatie begint met één klein stapje verantwoordelijkheid. Het kan als er weer genoeg veiligheid is om het te proberen.

Ik glimlach en open mijn armen. Niet omdat haar bui voorbij is. Iedere keer oefent ze opnieuw met verliezen, begrenzing en vertrouwen. Heel langzaam mag ze ontdekken dat je het spel wel kunt verliezen maar niet elkaar.

Dus morgen krijgen de adders en ladders gewoon weer vliegles en ik...?
Ik ga nog een rondje oefenen in geduld.

Rijna, gezinshuisouder en coach, schrijft rake, liefdevolle en levendige vertelsels uit 't alledaagse van spelen, zorg en chaos.

14/05/2026

Hoe aanname in het verkeerde keelg*t kan schieten. Nieuw vertelsel van coaching, , ,

Loederdag "Ze denkt toch niet dat ik iets voor haar maak?"Hij zit boos & gefrustreerd naast mij.School belde. Een ontplo...
13/05/2026

Loederdag
"Ze denkt toch niet dat ik iets voor haar maak?"

Hij zit boos & gefrustreerd naast mij.
School belde. Een ontploffing met rondvliegende knutsels en fruit is de aanleiding.

Samen wachten we op juf. De woede is nog niet gedaald. Ik heb afgesproken dat wij eerst samen afkoeltijd krijgen.
Zo zitten we stil starend naar het schilderij aan de muur.

Niks in hem beweegt of maakt geluid.
Het enige wat ik kan waarnemen is zijn geïrriteerde, niet controleerbare ademhaling. Boos! Het hele scheldarsenaal wat wij kennen kwam er vandaag op school uit.

Ik wacht tot het lichaam ontspant.
Tot hij initiatief toont. Het begint met rustiger ademhalen. Een voorzichtige wiebel op de stoel. Tot ie merkt dat de stoel kan draaien.

Voor ik t weet is alles in beweging, hij en stoel. Ik laat het even dan pak ik de leuning vast. "He, wat doe je?" Een schok gaat door het lijf. " Oh, jij bent t."

"Ja ik ben er," zeg ik rustig.
"Fijn, dan kun jij mooi met juf praten."
" uhm... waarover ga ik met juf praten dan?" "Nou ik zeg sorry en jij zegt dat ik géén moederdagcadeau ga maken."
"Uhm... ik zou t graag anders afspreken. Ik ben niet boos geworden of gaan gooien met spullen door de klas."
" Daar zeg ik sorry voor, de rest doe jij!"

"Je weet dat het bij ons niet zo werkt. Ik ben er als hulp, maar jij verteld wat je dwars zit."
"Nou zeg, je kan t ook gewoon vóór mij doen."
"Nee ik kan t alleen samen met je doen.
Wil je vertellen waar we elkaar kunnen helpen?"

De stilte vult de ruimte tijdens het innerlijke gevecht. Want spreken over gevoelens dat doet ie nog steeds liever niet. Altijd bang voor afwijzing.

Een zichtbare tweestrijd wordt naast mij gestreden. Wiebelen,draaien, opstaan, toch weer zitten en opnieuw.
"Oké dan. Ik wil dat je juf verteld dat ik geen moederdagcadeau maak voor dat loeder. Ik wil maar één cadeau maken en die is voor jou."

"Het is prima wat jij wilt. We gaan juf vertellen dat jij geen moederdagcadeau maakt voor mama. Mag ik daarbij vertellen dat dit je te veel pijn doet omdat je nog niet weet hoe je wel moederdag kan vieren met mama?"

"Ja want t is net als met kaartjes sturen dat lukt mij niet. Al fluisterend komt erachteraan; "omdat ik mama lief vindt en t niet leuk vind dat ik niet bij haar woon."

We gaan t gesprek in. Hij verteld uiteindelijk alles zelf. De juf heeft het schaamrood op de kaken. "Och jongen ik dacht je te helpen door aan beide moeders te denken."

"Dat had juf dus mooi fout." Hij floept t eruit. Kruipt in zijn schulp want dit zijn de momenten dat het verkeerd gaat.
Juf kijkt m aan " Ja jongen je hebt gelijk. Juf zat fout. Ik dacht dat ik t mooi oploste. Maar het bleek verkeerd. Juf verg*t te praten en te vragen wat je nodig hebt. Sorry daarvoor."

"Dankjewel en t is niet zo erg." Iedereen doet weleens fout zeggen heit en mem."

Samen maken ze afspraken over hoe ze het voortaan gaan doen. En ik, ik zit ervoor spek en bonen bij. Want hij dopt dit boontje zelf en daar ben ik enorm trots op.

Tussen de bami en dodenherdenking doorDe schop ging de grond in.Niet één keer. Gewoon door. Alsof doorgaan het enige is ...
06/05/2026

Tussen de bami en dodenherdenking door

De schop ging de grond in.
Niet één keer. Gewoon door. Alsof doorgaan het enige is wat kan.

Negen jaar geleden kwam je binnen als kleine meid. Al snel lag je in de kinderwagen. Je hoorde er al snel bij. En dat wist je. Je veroverde harten alsof het niks is. Over het parkeerterrein paradeerden ze met je alsof je een trofee was. Eerlijk... dat was je ook.

Elke schoot werd van jou.
Geen overleg of vraag, gewoon zitten.
Alles wat op de grond lag? Voor jou! Ook zonder toestemming. Jouw systeem was daar helder in.

Je groeide groot. En met jou de liefde voor de medemens. Altijd rennen naar het hek.
Iedereen begroeten alsof ze speciaal voor jou kwamen. Op camping precies hetzelfde.
Elke dag dezelfde mensen en elke dag:" Hé, nieuw!Kom maar hier!"

Dan de stille, andere kant. Zacht, vol liefde en aandacht.
Als het thuis moeilijk was...
Een kind het even niet redde...
Dan was jij er al.
Niet pratend of analiserend maar gewoon even een kroep.
Dicht tegen de ander aan.
Wachtend tot het lijf zakte.
Tot de adem weer rust vond.
Wie je dat leerde?
Niemand. Het maakte jou tot jou.
Jij droeg het gewoon.

Nu is t alleen maar rauw.
Niet mooi of rond maar AUW!
De tranen komen ergens tussen een lege plek op de vloer en een riem die er nog hangt.
Herinneringen vallen binnen zonder te kloppen.
Daar is de rauw van het rouwen.
Dat stemmetje dat zegt: “Kom op, het was maar een hond.”

Tegelijkertijd besef ik: "je was bedding. Voor ons en voor onze kinderen."
De laatste dagen waren zwaar.
Pijn. Ontkenning. Doorgaan zonder opgeven bleek jouw stijl, dus de onze werd het ook.

Tot de bami.
Alsof je lijf zei: "nu is het klaar."
Je ging liggen.
Ik mocht je niet meer aaien en dichtbij troosten.
Alleen op afstand.
Ik dank je voor alles en laat je gaan.
Een laatste aai over je stille lijf.
En jij… met een smile van oor tot oor… gewoon weg.
Alsof je nog één keer wilde zeggen: "het is goed zo."

Dank je wel, lieve, kleine kroepdoos.
Voor je trouw en je haarscherpe aanwezigheid.
Je eindeloze geduld met ons en onze kinderen.
Ren maar.
Daar waar geen hekken zijn.
High five van ons.
Wij huilen hier nog even.
Uiteraard lachen we tussendoor, want jij zou niets anders willen.
Dag lieve Floor. Tot ziens.

Hij zit daar. Klein lijf, grote strijd.Niet zichtbaar voor de buitenwereld, maar vanbinnen woedt het. Een soort keuzemen...
01/04/2026

Hij zit daar. Klein lijf, grote strijd.

Niet zichtbaar voor de buitenwereld, maar vanbinnen woedt het. Een soort keuzemenu waar geen goede knop op zit: pesten of gepest worden. Alsof hij moet kiezen wie hij verliest. De ander of zichzelf.

Op school gonst het.
Ze werken hard met en voor deze groep.
Blikken, grapjes, duwtjes die nét te hard zijn om per ongeluk te zijn. Hij ziet het allemaal. Sterker nog: hij voelt het al voordat het gebeurt. Zijn voelsprieten staan altijd aan. Niet omdat hij dat wil, maar omdat zijn systeem hem daar al lang geleden toe heeft gedwongen.
“Als ik meedoe, hoor ik erbij.”
“Als ik het niet doe, ben ik de volgende.”
Daar zit zijn knoop. Hij wil niet pesten. Zijn lijf verzet zich. Alsof er iets in hem zegt: dit ben jij niet. Tegelijk… wil hij ook niet alleen staan op dat plein waar de hiërarchie harder klinkt dan de bel.

Thuis zit een mem. Zoekend. Niet naar oplossingen die zijn al duizend keer de r***e gepasseerd maar naar woorden die geen kant kiezen.Neutraal, zacht, open. “Vertel eens,” zegt ze gemeend.
Geen oordeel. Geen snelle fix. Alleen ruimte.
Hij kijkt haar aan. Eerst wantrouwend. Dan een beetje minder. Langzaam begint hij te praten. Over wat hij ziet. Wie er bovenaan staat. Wie er onder hangt. Hoe snel rollen wisselen. Zijn observatievermogen is messcherp. Hij leest de groep alsof het een boek is dat niemand anders snapt.

Daar… precies dáár… zit zijn kracht.
Samen zoeken ze. Niet naar hoe hij harder moet worden, maar naar hoe hij kan blijven wie hij is én kan bewegen in de groep. Kleine stapjes. Een grap die niet snijdt. Een moment van naast iemand staan zonder jezelf te verliezen. Investeren in die ene jongen die ook net buiten de lijn valt. Niet groots. Wel echt. De juf ziet het. Mem voelt het.

En hij?Hij doet het.
Tijdens een klassegesprek. Vertellen over de dagelijkse buikpijn. Het naar school willen maar alleen op het laatste moment. Hij blijft vertellen, tot grote verbazing van de juf. Over geen pester willen zijn. Geen slachtoffer willen zijn. Niet de redder willen zijn van anderen. Die zichzelf en de ander goed genoeg vindt. Een jongen die kwetsbaar en open anders kiest, terwijl alles in hem weet hoe spannend dat is. “Wat heb jij dat knap gedaan,” zegt de juf.

Mem knikt. Trots.
Stil, en buigt met diep respect.
Dit had ze niet kunnen bedenken, laat staan durven aandragen.
En hij… glimlacht. Een beetje ongemakkelijk. Maar recht vanbinnen.

“Niet aankomen… niet aankomen…” hoor ik mezelf fluisteren terwijl mijn handen boven dat kleine lijfje blijven hangen.Een...
21/03/2026

“Niet aankomen… niet aankomen…” hoor ik mezelf fluisteren terwijl mijn handen boven dat kleine lijfje blijven hangen.
Een roodharig manneke. Anderhalf jaar oud. Zo klein, zó duidelijk in zijn grenzen. Aanraken is te veel. Verschonen een strijd. Alles moet strak, voorspelbaar, veilig. Liggen in overgave? Alleen als het niet anders kan. Zo kort mogelijk. Alsof zijn lijf zegt: "ik doe het wel zelf."

Contact maken… het lukt niet. Niet echt. Ik ben er wel, hij ook. Maar ergens ertussen zit een onzichtbare muur. Tot hij zichzelf ontdekt. Hij staat voor de spiegel. Klein, stevig op zijn benen en zijn hand glijdt over het glas, volgt de contouren van dat rode haar. Hij kijkt, en kijkt en nog een keer. Alsof hij een geheim probeert te ontrafelen. Hij buigt, kijkt achter de muur. Waar kom ik vandaan? lijkt zijn lijf te vragen.
Dan, voorzichtig, raakt hij zijn eigen hoofd aan.

“Hallo.” Hij zwaait. Niet naar mij. Naar zichzelf.
Ik schuif een beetje opzij, wil het vangen, vastleggen. “Oooh mem…” Zijn ogen zoeken. In de spiegel. Niet naast zich. Niet achter zich. In die andere wereld.Daar kies ik. Niet verstoren. Maar volgen. “Mem zwaaie.” Hij zwaait, wacht en kijkt; “Ik zwaaie.” Ik zwaai terug. In zijn wereld. Daar gebeurt het.

Voor het eerst in drie maanden… is er contact. Geen geforceerd nabij zijn. Geen aanraking die te veel is. Maar via het glas. Via zijn eigen spiegelbeeld. Recht de ziel in. Hij durft écht te kijken. Hij laat me dichterbij komen. 30 centimeter achter hem. Meer niet. Nog niet.
Nog één stapje… denk ik. Maar de magie breekt. Zoals dat gaat.

Er is iets geopend. De spiegel wordt onze brug. In winkelramen, in deuren, overal waar iets weerspiegelt, pak ik mijn kans. Heel even samen in één beeld. Tot, ergens tussen twee etalages in, zijn hand ineens de mijne vindt. Klein. Voorzichtig. Hij kijkt. Recht zijn lijf. En zegt: “Samen.”

Adres

Drachtstercompagnie

Openingstijden

Maandag 09:00 - 17:00
Dinsdag 09:00 - 17:00
Woensdag 09:00 - 17:00
Donderdag 09:00 - 17:00
Vrijdag 09:00 - 17:00

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Eigenwize coaching nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Scholen

Stuur een bericht naar Eigenwize coaching:

Snelkoppelingen

Delen