Gelukkig Autisme

Gelukkig Autisme Jasper Jonker – ervaringswerker en brug tussen werelden. Een geïnspireerd leven leiden is niet altijd gelukkig zijn en zweven op een wolkje...

NEE!

Ik help mijn cliënten het leven te creëren waartoe hun ziel hen oproept door toegang te krijgen tot hun diepste drijfveren en verborgen potentieel en hen te helpen zichzelf te bevrijden en te helen van blokkades, niet helpende overtuigingen en beperkingen die zij met zich meedragen. Ik help mijn cliënten om hun unieke energiesysteem te ontdekken en te leven, zodat ze het leven kunnen creëren dat ze wensen in overeenstemming met hun ziel. Een geïnspireerd leven leiden is een leven waarin we onze waarheid WETEN, onze waarheid SPREKEN en onze waarheid LEVEN. Het is veerkrachtig zijn wanneer we voor uitdagingen staan, krachtige keuzes maken die ons meer leven brengen en verantwoordelijkheid nemen voor onszelf. Het is opstaan als we vallen, het is doorgaan als we willen opgeven, het is vertrouwen hebben in onszelf dat we het kunnen maar ook rusten wanneer ons lichaam erom vraagt. Leef jij vandaag een geïnspireerd leven? Heb je het gevoel dat je je potentieel gebruikt en het leven creëert dat je wenst? Boek vandaag nog een 30 minuten geïnspireerd leven strategie sessie met Jasper en ontdek hoe je je kunt afstemmen op je zielsdoel en het leven kunt creëren waar je naar verlangt.

Misschien hoef ik niet alles wat ik heb meegemaakt achter me te laten.Misschien moet ik het juist volledig genoeg doorle...
11/09/2026

Misschien hoef ik niet alles wat ik heb meegemaakt achter me te laten.

Misschien moet ik het juist volledig genoeg doorleven, zodat het ooit bruikbaar kan worden voor een ander.

Die gedachte houdt me de laatste tijd bezig.
Veel van wat ik tegenwoordig kan verwoorden, heb ik niet uit een boek geleerd.

Ik heb het eerst geleefd.
Soms jarenlang.

Het niet begrijpen waarom ik anders reageerde dan anderen.

Me aanpassen totdat ik mezelf nauwelijks nog voelde.

Steeds proberen uit te leggen waarom iets voor mij anders werkte.

Vastlopen.
Opnieuw beginnen.
Herstellen.

En telkens weer proberen betekenis te vinden in wat er gebeurde.

Lange tijd dacht ik dat ontwikkeling betekende dat je zulke stukken uiteindelijk achter je laat.

Dat je ze oplost.

Dat je op een gegeven moment kunt zeggen:

Dat hoofdstuk is klaar.

Maar steeds vaker denk ik dat echte ontwikkeling iets anders kan zijn.

Niet ontsnappen aan wat je hebt meegemaakt, maar er zo diep doorheen gaan dat je verhouding ertoe verandert.

Dat pijn inzicht kan worden.

Verwarring onderscheidingsvermogen.

Gevoeligheid een kracht.

En dat iets wat ooit alleen maar zwaar was, uiteindelijk iets wordt waarmee je naast iemand anders kunt staan.

Niet omdat je alle antwoorden hebt.

Juist niet.

Maar omdat je bepaalde plekken van binnenuit kent.

Misschien is dat ook wat er met Gelukkig Autisme aan het gebeuren is.

Het begon voor mij heel persoonlijk.

Als een plek om woorden te geven aan mijn eigen ervaring met autisme. Aan dingen waar ik vroeger zelf nauwelijks taal voor had.

Maar ik merk dat mijn vragen langzaam groter worden.

Het gaat nog steeds over autisme.

Maar daaronder gaat het steeds vaker over iets fundamentelers.

Over wie je wordt wanneer je jarenlang hebt geleerd jezelf aan te passen.

Over wat van jou is en wat je van anderen bent gaan dragen.

Over grenzen en verbinding.

Over schaamte, frustratie en verlangen.

Over betekenis vinden in moeilijke ervaringen.

Over het verschil tussen iets begrijpen en het werkelijk durven leven.

En misschien vooral:

Hoe word je steeds meer degene die je eigenlijk bent?

Ik weet nog niet precies waar dat mij of Gelukkig Autisme naartoe gaat brengen.

En misschien hoef ik dat ook nog niet te weten.
Ik voel wel dat ik een nieuwe fase inga.

Minder alleen proberen te begrijpen.

Meer doen.
Meer spreken.
Meer zichtbaar worden.

Meer van wat ik de afgelopen jaren heb opgebouwd daadwerkelijk een vorm geven.

Niet omdat mijn verhaal zo bijzonder moet zijn.

Maar omdat ik steeds sterker geloof dat een doorleefd verhaal waarde kan krijgen wanneer je het niet alleen voor jezelf houdt.

Misschien hoeven we daarom niet te streven naar een leven zonder littekens.

Misschien is de vraag uiteindelijk:

Kun je volledig genoeg leven dat wat jij hebt meegemaakt, op een dag bruikbaar wordt voor een ander?

Soms kom ik een ruimte binnen en voel ik dat er iets veranderd is.Niemand heeft iets gezegd.Er is geen ruzie.Misschien k...
09/09/2026

Soms kom ik een ruimte binnen en voel ik dat er iets veranderd is.

Niemand heeft iets gezegd.

Er is geen ruzie.

Misschien kijkt iemand net iets anders.
Praat iemand minder.
Verandert de toon.
Of valt er een stilte die voor anderen gewoon een stilte lijkt.

Maar ik merk hem op.

En dan begint voor mij vaak het moeilijkste gedeelte.

Niet het waarnemen.

Maar bepalen wat die waarneming betekent.

Wat is van mij en wat is van jou?

Ik denk dat dit iets is waar meer autistische mensen zich in kunnen herkennen.

Er wordt bij autisme vaak gesproken over moeite met sociale signalen.

Alsof we ze simpelweg niet zien.

Mijn ervaring is soms bijna het tegenovergestelde.

Ik zie veel.

Een verandering in stem.
Een andere blik.
Een kleine incongruentie tussen wat iemand zegt en hoe iemand erbij kijkt.
Een sfeer die anders voelt dan een uur geleden.

Alleen weet ik niet altijd hoe ik al die informatie moet wegen.

Misschien is iemand moe.

Misschien is iemand geïrriteerd.

Misschien heb ik iets gedaan.

Misschien heeft het helemaal niets met mij te maken.

Of misschien voel ik zelf spanning en begin ik daardoor dingen bij de ander te zoeken.

En juist omdat ik het niet zeker weet, ga ik denken.

Observeren.

Terughalen wat er eerder gebeurde.

Vragen stellen.

Nog beter kijken.

Mezelf uitleggen.

Soms probeer ik zo lang te begrijpen wat er tussen mij en een ander gebeurt, dat ik nauwelijks meer merk wat er ín mij gebeurt.

Want er zijn eigenlijk minstens drie dingen tegelijk aanwezig:

Wat van mij is.

Mijn spanning.
Mijn geschiedenis.
Mijn verwachtingen.
Mijn interpretaties.
Mijn behoefte aan duidelijkheid.

Wat van de ander is.

Zijn of haar stemming.
Grenzen.
Gedachten.
Geschiedenis.
Dingen waar ik misschien helemaal niets vanaf weet.

En dan is er nog iets wat ik lang moeilijk vond om te zien:

Wat tussen ons ontstaat.

Want contact is geen optelsom van twee losse mensen.

Mijn onzekerheid kan iets bij jou oproepen.

Jouw terugtrekken kan mijn onzekerheid vergroten.

Daardoor ga ik meer vragen.

Daardoor trek jij je misschien nog verder terug.

En voordat we het weten is er iets ontstaan wat niet volledig van mij is en ook niet volledig van jou.

Het zit in de ruimte ertussen.

Ik merk dat ik vooral wanneer ik moe of overprikkeld raak steeds moeilijker onderscheid kan maken tussen die drie.

Mijn blik wordt smaller.

Eén blik, opmerking of gevoel kan steeds groter worden.

En mijn eerste neiging is dan vaak om nóg beter te proberen begrijpen wat er gebeurt.

Terwijl ik misschien juist iets anders nodig heb.

Afstand.

Rust.

Terug naar mijn lichaam.

En de mogelijkheid openhouden dat ik iets nog niet weet.

Dat vind ik moeilijk.

Want onzekerheid over contact voelt voor mij vaak onveiliger dan een vervelende waarheid.

Geef me een duidelijke "nee" en ik kan ermee omgaan.

Geef me een stilte waarvan ik de betekenis niet begrijp en mijn hoofd kan er een compleet onderzoek van maken.

Daarom probeer ik iets nieuws te leren.

Niet iedere verandering in sfeer is mijn verantwoordelijkheid.

Niet ieder gevoel dat ik in contact ervaar, komt van mij.

Niet alles wat ik bij een ander opmerk, hoef ik op te lossen.

En niet iedere waarneming hoeft onmiddellijk een conclusie te worden.

Soms mag ik alleen constateren:

Ik merk iets op.

En vervolgens terugkeren naar de enige plek waar ik werkelijk verantwoordelijkheid voor kan nemen:

Wat gebeurt er nu in mij?

Een groot deel van mijn leven heb ik geprobeerd mezelf begrijpelijk te maken.Waarom ik na iets gezelligs compleet leeg k...
07/09/2026

Een groot deel van mijn leven heb ik geprobeerd mezelf begrijpelijk te maken.

Waarom ik na iets gezelligs compleet leeg kon zijn.

Waarom ik soms prima functioneerde op een drukke dag, maar vastliep omdat iemand onverwacht de planning veranderde.

Waarom ik een gesprek achteraf nog tien keer opnieuw afspeelde.

Had ik iets verkeerd gezegd?

Bedoelde diegene écht wat hij zei?

Was die stilte normaal?

Had ik moeten doorvragen?

Waarom kon ik uren bezig zijn met iets wat me interesseerde, maar voelde het beantwoorden van één simpel bericht soms als een enorme opgave?

Waarom voelde ik soms pas uren later dat iets eigenlijk te veel was geweest?

Toen ik autisme beter begon te begrijpen, vielen er ontzettend veel puzzelstukjes op hun plek.

Overprikkeling.

Maskeren.

Executieve functies.

De behoefte aan voorspelbaarheid.

Een andere informatieverwerking.

Moeite met het herkennen van signalen uit mijn eigen lichaam.

Het gaf woorden aan ervaringen waarvoor ik jarenlang vooral één verklaring had gehad:

Ik moet hier gewoon beter in worden.

Maar ik ontdekte ook iets anders.

Mijn behoefte om mezelf te begrijpen kan óók iets heel autistisch hebben.

Ik wil graag weten waarom.

Ik wil het systeem achter mezelf ontdekken.

Als A gebeurt, komt dat waarschijnlijk door B.

En als ik B begrijp, kan ik de volgende keer misschien C doen.

Er zit iets geruststellends in.

Want als ik mezelf kan analyseren, wordt mijn binnenwereld voorspelbaarder.

Alleen werkt een mens niet altijd als een systeem dat je volledig kunt doorgronden.

Soms merk ik alleen:

Ik wil hier weg.

Dit gesprek kost me meer dan ik dacht.

Deze verandering voelt veel groter dan anderen lijken te begrijpen.

Ik kan vandaag niet nóg een afspraak aan.

Iemand zegt dat er niets aan de hand is, maar alles in mij blijft zoeken naar de betekenis achter een gezichtsuitdrukking, een stilte of een net iets andere toon.

En dan begint mijn hoofd.

Waarom voel ik dit?

Is dit autisme?

Overprikkeling?

Angst?

Heb ik iets verkeerd geïnterpreteerd?

Stel ik me aan?

Moet ik mezelf juist uitdagen?

Is dit een grens of vermijding?

Voor ik het weet probeer ik mijn eigen ervaring eerst te bewijzen voordat ik haar serieus neem.

En juist daarin zit voor mij een belangrijke les.

Autisme begrijpen heeft me geholpen mezelf minder te veroordelen.

Maar mezelf begrijpen hoeft niet te betekenen dat ik voor iedere ervaring een sluitende verklaring moet vinden.

Misschien mag dit is te veel soms gewoon genoeg zijn.

Misschien hoef ik niet eerst volledig te begrijpen waarom een verandering me ontregelt voordat ik om duidelijkheid mag vragen.

Misschien hoef ik niet te bewijzen dat iets écht overprikkeling is voordat ik rust neem.

En misschien hoef ik een sociaal moment niet tot diep in de nacht te ontleden om toestemming te krijgen het ongemakkelijk te hebben gevonden.

Dat vind ik moeilijk.

Want analyseren geeft me houvast.

Luisteren vraagt iets anders.

Vertrouwen dat mijn systeem soms al informatie heeft verwerkt waar mijn bewuste denken nog geen woorden voor heeft.

Misschien is dat voor mij óók gelukkig autisme:

niet alleen steeds beter begrijpen hoe mijn autistische brein werkt,

maar ook leren dat ik niet ieder stukje van mezelf hoef te begrijpen

om het serieus te mogen nemen.

Ik heb een groot deel van mijn leven geprobeerd te begrijpen waarom ik niet gewoon mee kon doen zoals anderen dat leken ...
02/09/2026

Ik heb een groot deel van mijn leven geprobeerd te begrijpen waarom ik niet gewoon mee kon doen zoals anderen dat leken te kunnen.

Waarom contact zo ingewikkeld kon zijn.

Waarom ik dingen zo intens ervoer.

Waarom ik mezelf steeds moest uitleggen.

Waarom ik me zelfs tussen andere mensen zo alleen kon voelen.

Ik dacht lange tijd dat daar vooral iets opgelost moest worden.

Dat als ik mezelf maar genoeg zou begrijpen, genoeg zou ontwikkelen, genoeg zou aanpassen, ik uiteindelijk aan de andere kant zou komen.

Alsof er ergens een versie van mij bestond die niet meer zo geraakt zou worden.

Maar misschien heb ik jarenlang naar de verkeerde kant gekeken.

Jung schreef dat er geen bewustwording ontstaat zonder pijn.

En steeds meer begrijp ik wat daarmee bedoeld wordt.

Want juist op de plekken waar het leven mij het meeste pijn heeft gedaan, ben ik gaan graven.

Niet een beetje.

Tot op de bodem.

Ik wilde begrijpen.

Autisme. Psychologie. Filosofie. Trauma. Relaties. Bewustzijn. Mensen.

Maar uiteindelijk vooral:

mezelf.

En wie lang genoeg afdaalt in zichzelf, ontdekt iets vreemds.

Je vindt daar niet alleen je verwondingen.

Je vindt er ook je goud.

Alchemisten hadden daar een prachtige gedachte voor:

"In sterquiliniis invenitur."

"In het vuil wordt het gevonden."

Datgene wat we het liefst wegstoppen, waar we ons voor schamen of wat we jarenlang als ons tekort hebben gezien, kan precies het materiaal blijken waaruit iets nieuws ontstaat.

Niet doordat je de wond verheerlijkt.

Niet doordat pijn ineens iets moois wordt.

Maar doordat je er niet meer voor wegloopt.

Mijn anders-zijn heeft me veel gekost.

Het heeft me eenzaamheid gebracht. Vastlopen. Onbegrip. Eindeloos analyseren. Mezelf aanpassen. Mezelf verdedigen. En soms het gevoel dat ik blijkbaar verkeerd gebouwd was voor de wereld waarin ik terecht was gekomen.

Maar hetzelfde anders-zijn liet mij ook dingen zien.

Patronen waar anderen soms overheen kijken.

Woorden voor ervaringen waar mensen nog geen woorden voor hadden.

Verbanden tussen dingen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben.

En misschien vooral: een enorme behoefte om achter het masker te kijken.

Daaruit ontstond uiteindelijk Gelukkig Autisme.

Inmiddels volgen meer dan 28.000 mensen deze pagina.

Dat getal blijft voor mij vreemd.

Want het betekent dat precies datgene waardoor ik me vroeger zo alleen voelde, nu een manier is geworden waarop andere mensen zich minder alleen voelen.

Dat is de paradox.

Mijn wond en mijn gave blijken niet twee verschillende dingen te zijn.

Ze groeien uit dezelfde plek.

En nee, daarmee is mijn verhaal niet netjes afgerond.

Ik loop nog steeds tegen mezelf aan.

Ik kan nog steeds te veel uitleggen wanneer ik me niet begrepen voel.

Ik kan nog steeds verdwijnen in mijn hoofd.

Ik kan nog steeds vastlopen in contact en achteraf honderd keer proberen te reconstrueren wat er gebeurde.

Misschien is individuatie ook helemaal niet het worden van een perfect geheeld mens.

Misschien is het steeds minder hoeven vluchten voor wat je in jezelf tegenkomt.

Ook voor de delen die je liever niet had gehad.

De schaduw hoeft niet vernietigd te worden.

Ze wil gekend worden.

En soms ligt juist daar iets verborgen wat je pas kunt meenemen wanneer je bereid bent af te dalen.

Ik dacht vroeger dat succes zou betekenen dat ik mijn grootste pijn uiteindelijk achter me zou laten.

Nu denk ik iets anders.

Mijn grootste pijn hoefde niet achter mij te blijven.

Ik moest leren haar anders te dragen.

En ergens onderweg gebeurde er iets wat ik nooit had kunnen bedenken:

de plek waar ik mij het meest alleen heb gevoeld,

werd de plek van waaruit ik anderen kon bereiken.

Mijn grootste pijn werd niet mijn grootste succes ondanks de pijn.

Mijn grootste pijn werd mijn grootste succes omdat ik er betekenis aan leerde geven.

Ik heb de afgelopen tijd een inzicht gekregen dat veel verder teruggaat dan ik eerst dacht.Tijdens de opleiding tot trai...
28/08/2026

Ik heb de afgelopen tijd een inzicht gekregen dat veel verder teruggaat dan ik eerst dacht.

Tijdens de opleiding tot trainingsacteur kreeg ik meerdere keren terug dat ik veel praat over ‘veiligheid’ en ‘grenzen’. Ook viel op dat ik bij feedback vaak meteen begin uit te leggen.

Waarom ik iets deed.
Wat er in mij gebeurde.
Welke context erbij hoort.
Waar het vandaan komt.

En als iemand iets vertelt, herken ik vaak razendsnel een verband en zeg ik bijvoorbeeld: “Hé, dat werkt bij autisme ook zo…”

Ik dacht lange tijd vooral: zo verwerk ik informatie. Ik denk associatief, leg verbanden en heb context nodig.

Dat zal zeker een deel ervan zijn.

Maar ik begin me af te vragen of er nog iets veel ouders onder zit.

Ik heb een groot deel van mijn leven geprobeerd mezelf begrijpelijk te maken.

Als kind probeerde ik thuis uit te leggen waarom iets voor mij anders werkte.

Op school moest ik mezelf regelmatig verdedigen met woorden.

Later tegenover begeleiders en hulpverleners opnieuw: uitleggen wat er in mij gebeurde, waarom ik ergens op een bepaalde manier op reageerde en waarom iets wat voor een ander eenvoudig leek voor mij niet eenvoudig was.

En nog steeds merk ik hoe automatisch dat gaat. Als iemand mij niet begrijpt, geef ik meer context. Als dat niet werkt, leg ik het uitgebreider uit. Als iemand een conclusie over mij trekt die voor mijn gevoel niet klopt, voel ik bijna onmiddellijk de behoefte om het ontbrekende gedeelte aan te vullen.

Alsof ergens in mij de overtuiging is ontstaan:

"Als jij mij niet begrijpt, heb ik mezelf blijkbaar nog niet goed genoeg uitgelegd."

En daaronder zit misschien nog iets.

Want waarom is het eigenlijk zo belangrijk dat de ander mij begrijpt?

Wat gebeurt er met mij wanneer iemand een beeld van mij heeft dat volgens mij niet klopt?

Waarom kan ik dat zo moeilijk laten bestaan?

Misschien zijn begrepen worden en veiligheid in mijn leven langzaam met elkaar verweven geraakt.

Als jij begrijpt waarom ik doe wat ik doe, kan ik invloed uitoefenen op hoe jij mij ziet.

Als ik voldoende context geef, verklein ik de kans dat mijn gedrag verkeerd geïnterpreteerd wordt.

Als ik mezelf kan verklaren, kan ik mezelf verdedigen.

Taal wordt dan niet alleen een manier om contact te maken.

Taal wordt bescherming.

Dat zette mij ook aan het denken over iets waar ik trots op ben: Gelukkig Autisme.

Want wat doe ik hier eigenlijk al jarenlang?

Ik geef woorden aan een binnenwereld die van buitenaf vaak niet zichtbaar is.

Ik leg uit dat gedrag dat er ongemotiveerd uitziet overprikkeling kan zijn. Dat terugtrekken iets anders kan betekenen dan desinteresse. Dat sociaal gedrag aan de buitenkant weinig zegt over hoeveel energie het vanbinnen kost.

Dat vind ik nog steeds ontzettend belangrijk.

Maar misschien zit zelfs in iets moois dat ik heb opgebouwd een spoor van dat kind dat jarenlang dacht:

“Als ik het maar goed genoeg uitleg, begrijpen jullie misschien eindelijk wat er werkelijk in mij gebeurt.”

Dat besef raakt me.

Niet omdat uitleggen verkeerd is.

Integendeel. Het vermogen om mijn ervaringen te onderzoeken en er woorden aan te geven heeft mij ontzettend veel gebracht.

Maar een kracht kan ook een bescherming worden.

En misschien zit mijn ontwikkeling nu niet in nóg beter leren uitleggen wie ik ben.

Misschien zit die soms in precies het tegenovergestelde.

Kan ik feedback krijgen zonder onmiddellijk uit te leggen waarom ik iets deed?

Kan ik merken dat iemand mij niet helemaal begrijpt zonder direct de ontbrekende context aan te vullen?

Kan ik iets voelen zonder het onmiddellijk te analyseren?

Kan iets in mij geraakt worden zonder dat de ander eerst hoeft te begrijpen wát er geraakt wordt?

Kan ik verdragen dat iemand een onvolledig beeld van mij heeft?

Dat vind ik veel moeilijker.

Want als je jarenlang hebt geprobeerd jezelf begrijpelijk te maken, voelt niet uitleggen misschien niet als stilte.

Het kan voelen alsof je jezelf niet verdedigt.

Alsof je de ander toestemming geeft een verkeerde versie van jou mee te nemen.

Alsof je de regie over je eigen verhaal verliest.

En daar begin ik ook anders naar mijn voortdurende aandacht voor ‘grenzen’ en ‘veiligheid’ te kijken.

Misschien gebruik ik die woorden soms te snel.

Niet alles wat ongemakkelijk is, is onveilig.

Niet alles wat mij raakt, overschrijdt een grens.

Niet alles wat pijn doet, hoeft buiten mij opgelost te worden.

Soms gebeurt er simpelweg iets in mij.

Misschien is volwassen worden voor mij ook steeds beter leren onderscheiden:

- Dit raakt mij.

- Dit maakt mij onzeker.

- Hier voel ik schaamte.

- Hier ben ik bang om verkeerd begrepen te worden.

- Hier verlies ik het gevoel van controle.

Zonder dat onmiddellijk samen te vatten als: “dit voelt niet veilig” of “hier ligt mijn grens”.

Want misschien zit juist onder die woorden iets wat ik nog moet leren voelen.

Ik merk zelfs tijdens het schrijven van deze tekst hoe paradoxaal dit is.

Ik heb een inzicht over mijn neiging mezelf uit te leggen…

en wat doe ik ermee?

Ik schrijf een lange tekst waarin ik mezelf uitleg.

Misschien hoeft ook dat niet verkeerd te zijn.

Het verschil zit voor mij misschien niet in wel of niet uitleggen.

Maar in de vraag:

Leg ik iets uit omdat ik ervoor kies iets van mezelf te delen?

Of:

Leg ik mezelf uit omdat ik ergens nog geloof dat ik pas veilig ben, serieus genomen word of bestaansrecht heb wanneer jij mij begrijpt?

Die vraag wil ik voorlopig maar eens niet te snel beantwoorden.

Ik heb lang gedacht dat ik moest leren kijken zoals andere mensen kijken.Dat ik situaties verkeerd begreep. Dat ik te ve...
26/08/2026

Ik heb lang gedacht dat ik moest leren kijken zoals andere mensen kijken.

Dat ik situaties verkeerd begreep. Dat ik te veel nadacht. Te veel details zag. Te lang bleef hangen bij dingen waar anderen allang overheen waren gestapt. Dat ik ingewikkeld maakte wat blijkbaar eenvoudig hoorde te zijn.

Mijn autisme werd al jong vooral benaderd vanuit wat er aan de buitenkant anders was. Sociale vaardigheden. Gedrag. Meedoen. Aanpassen.

En daardoor ontstond ongemerkt een boodschap:

jouw manier van kijken klopt niet helemaal.

Dus ging ik twijfelen aan mijn eigen waarneming.

Als ik spanning voelde terwijl iedereen zei dat er niets aan de hand was, dacht ik dat het wel aan mij zou liggen.

Als woorden van iemand niet overeenkwamen met diens houding, gezichtsuitdrukking of gedrag, kon ik daar eindeloos over nadenken.

Als een regel logisch gezien nergens op sloeg, begreep ik niet waarom iedereen hem gewoon volgde.

Als mensen iets zeiden maar ondertussen iets heel anders leken te bedoelen, wilde ik begrijpen wat er werkelijk gebeurde.

En waar anderen soms gemakkelijk verder konden, bleef mijn hoofd onderzoeken.

Waarom?

Wat gebeurt hier eigenlijk?

Waarom doen we dit zo?

Waarom zegt iemand dit, maar doet diegene iets anders?

Waarom vinden we iets normaal alleen omdat bijna iedereen het doet?

Dat heeft me behoorlijk in de weg gezeten.

Want wie voortdurend onder de oppervlakte kijkt, ziet ook dingen die niet altijd prettig zijn om te zien. Tegenstrijdigheden. Sociale spelletjes. Macht. Groepsgedrag. Onuitgesproken verwachtingen. Mensen die iets van een ander vragen wat ze zelf niet doen.

Maar ik begin steeds meer te beseffen dat precies dezelfde eigenschap die mij zoveel moeilijkheden heeft gegeven, ook een van mijn grootste kwaliteiten is.

Ik kijk anders.

Niet per definitie beter.

Ook niet per definitie slechter.

Anders.

Ik kan iets zien waar een ander aan voorbijgaat. Verbanden leggen tussen dingen die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben. Lang bij een onderwerp blijven totdat ik niet alleen weet wat er gebeurt, maar iets begin te begrijpen van waarom.

En soms zit ik ernaast.

Dat hoort er ook bij.

Want anders waarnemen betekent niet dat mijn interpretatie automatisch de waarheid is. Misschien zit daar voor mij juist een belangrijke ontwikkeling: mijn waarneming serieus nemen, zonder haar meteen absoluut te maken.

Niet meer automatisch denken:

Iedereen ziet het anders, dus ik zal wel verkeerd zitten.

Maar ook niet:

Ik zie iets wat anderen niet zien, dus ik zal wel gelijk hebben.

Er zit een hele wereld tussen die twee.

Een wereld van nieuwsgierigheid.

Van vragen stellen.

Van leren onderscheiden wat ik werkelijk waarneem en wat ik daar vervolgens zelf van maak.

Misschien is dat ook wat ik met Gelukkig Autisme steeds meer probeer te doen.

Niet uitleggen hoe autisme er van buitenaf uitziet.

Maar woorden geven aan een binnenwereld.

Aan wat er gebeurt vóórdat gedrag zichtbaar wordt.

Aan prikkels, gedachten, patronen, emoties, tegenstrijdigheden en vragen waar soms nauwelijks taal voor bestaat.

Ik heb een groot deel van mijn leven geprobeerd mijn blik te corrigeren.

Nu probeer ik hem steeds beter te leren kennen.

Want misschien hoef ik niet hetzelfde te zien als iedereen.

Misschien moet ik vooral leren vertrouwen op wat ik zie, nieuwsgierig blijven naar wat een ander ziet en beseffen dat geen van ons ooit het volledige plaatje heeft.

Ik kijk anders.

En steeds minder voelt dat als iets wat gecorrigeerd moet worden.

Ik denk de laatste tijd geregeld terug aan mijn kindertijd. Aan het jongetje dat ik was toen ik rond mijn negende de dia...
14/08/2026

Ik denk de laatste tijd geregeld terug aan mijn kindertijd. Aan het jongetje dat ik was toen ik rond mijn negende de diagnose autisme kreeg.

Je zou denken dat zo'n diagnose het begin is van begrijpen.

Dat iemand met je gaat zitten en uitlegt: dit is ongeveer hoe jouw brein werkt. Dit is waarom sommige dingen voor jou anders binnenkomen. Dit is waarom je soms zo moe bent. Dit is waarom drukte, verwachtingen, sociale situaties en veranderingen zoveel van je kunnen vragen.

Maar zo herinner ik het me niet.

Binnen vrij korte tijd kreeg ik van de kinderpsychiater Ritalin voorgeschreven. Daarnaast kreeg ik een SOVA-training: socialevaardigheidstraining.

En als ik daar nu op terugkijk, zie ik vooral één rode draad:

mijn gedrag moest verbeteren.

Beter opletten.
Beter luisteren.
Beter sociaal functioneren.
Beter meekomen.
Minder lastig zijn.
Meer aanpassen.

Er werd vooral gekeken naar wat er aan de buitenkant zichtbaar was en hoe dat veranderd kon worden.

Maar bijna niemand leek zich af te vragen wat er onder dat gedrag zat.

Waarom was ik zo moe?

Waarom kon ik het ene moment ontzettend veel en lukte het een ander moment helemaal niet?

Waarom trok ik me terug?

Waarom raakte ik overweldigd?

Waarom kostten ogenschijnlijk simpele dingen mij soms zoveel energie?

Wat gebeurde er eigenlijk vanbinnen?

Ik kan me niet herinneren dat iemand mij ooit echt vroeg:

"Jasper, wat heb jíj nodig?"

Dat vind ik achteraf misschien nog wel het meest tekenend.

Ik kreeg een diagnose die iets vertelde over hoe anders mijn brein informatie verwerkte, maar vervolgens leek de oplossing vooral te zijn dat ík moest leren functioneren zoals de omgeving dat van mij verwachtte.

En daarin zie ik iets groters dan alleen mijn eigen jeugd.

Het systeem was, en is op sommige plekken nog steeds, sterk ingericht op het aanpassen van mensen die afwijken van de norm.

Als een kind niet goed binnen het onderwijs past, kijken we naar het kind.

Als een kind sociaal anders reageert, trainen we sociale vaardigheden.

Als een kind zich moeilijk kan concentreren, proberen we de concentratie te verbeteren.

Als een kind niet mee kan komen, moet het harder oefenen.

Steeds opnieuw lijkt de onderliggende vraag:

Hoe krijgen we deze persoon zover dat hij beter binnen onze bestaande omgeving functioneert?

Terwijl je de vraag ook kunt omdraaien:

Wat maakt dat deze omgeving zoveel van deze persoon vraagt?

Wat heeft deze persoon eigenlijk nodig?

En:

Wat zouden wij kunnen veranderen zodat iemand niet voortdurend zichzelf hoeft te veranderen?

Dat betekent voor mij niet dat vaardigheden aanleren, medicatie of begeleiding per definitie verkeerd zijn. Ik had bepaalde vaardigheden absoluut nodig.

Maar er is een enorm verschil tussen iemand helpen groeien en iemand vooral leren zichzelf te corrigeren.

Pas zeker tien jaar later begon ik zelf te ontdekken hoe belangrijk prikkelverwerking bij autisme is.

Dat overbelasting niet hetzelfde is als luiheid.

Dat je aan de buitenkant rustig kunt lijken terwijl er vanbinnen ontzettend veel gebeurt.

Dat sociale situaties niet alleen "gezellig" kunnen zijn, maar ook voortdurend waarnemen, interpreteren, nadenken en aanpassen kunnen betekenen.

Dat je lichaam soms allang aangeeft dat het genoeg is voordat je hoofd dat zelf begrijpt.

Maar in mijn omgeving hoorde ik vooral:

"Zet gewoon door."
"Wees niet zo lui."
"Tanden op elkaar."

En wanneer ik steeds moe bleef, werd er gezocht naar andere verklaringen. Misschien had ik Lyme. Misschien was er een andere lichamelijke oorzaak.

Terwijl niemand mij leerde herkennen wat overbelasting eigenlijk met mij deed.

Als je als kind maar vaak genoeg hoort dat je moet doorzetten terwijl je lichaam eigenlijk STOP zegt, leer je uiteindelijk iets wat nog jarenlang kan doorwerken:

je leert je eigen signalen niet meer vertrouwen.

Vermoeidheid wordt iets waar je overheen moet.

Overprikkeling iets waar je je niet zo druk om moet maken.

Grenzen worden obstakels die overwonnen moeten worden.

En aanpassen wordt normaal.

Misschien verklaart dat ook voor een deel waarom ik met Gelukkig Autisme schrijf zoals ik schrijf.

Ik heb eigenlijk nooit zoveel interesse gehad in nóg een uitleg over hoe autisme er van buitenaf uitziet.

Dat iemand weinig oogcontact maakt.
Dat iemand behoefte heeft aan structuur.
Dat iemand moeite heeft met veranderingen.
Dat iemand sociaal anders communiceert.

Daar is al ontzettend veel over geschreven.

Ik wil juist schrijven over wat er áchter die buitenkant gebeurt.

Over de binnenwereld die bij mij als kind nauwelijks werd gezien en die ik zelf ook niet had leren begrijpen.

Hoe voelt overprikkeling voordat je überhaupt weet dat het overprikkeling heet?

Wat gebeurt er wanneer je jarenlang probeert te voldoen aan verwachtingen die voor anderen vanzelfsprekend lijken?

Wat doet het met je zelfbeeld als anderen zeggen dat je lui bent terwijl jij werkelijk probeert vol te houden?

Wat gebeurt er als je zo vaak over je grenzen heen gaat dat je uiteindelijk niet meer weet waar die grenzen liggen?

Hoe voelt het om sociaal mee te kunnen doen en tegelijkertijd vanbinnen voortdurend bezig te zijn met analyseren, aanpassen en controleren?

Wat gebeurt er wanneer je jarenlang leert kijken naar jezelf door de ogen van de buitenwereld?

Dat is de binnenkant van autisme die ik vroeger zelf zo gemist heb.

En misschien schrijf ik daar juist zoveel over omdat ik die binnenkant achteraf alsnog woorden probeer te geven.

Niet alleen voor het jongetje dat ik zelf ooit was.

Maar ook voor mensen die nu volwassen zijn en zich pas beginnen af te vragen waarom hun hele leven zoveel energie heeft gekost.

En voor kinderen die hopelijk niet eerst tien, twintig of dertig jaar hoeven te functioneren voordat iemand vraagt hoe het eigenlijk met ze gaat.

Gedrag ontstaat namelijk niet in een vacuüm.

Onder gedrag kan angst zitten. Overprikkeling. Onzekerheid. Schaamte. Verwarring. Vermoeidheid. Een behoefte aan voorspelbaarheid. Of simpelweg een zenuwstelsel dat al uren overuren draait.

Als we alleen proberen het gedrag te veranderen, bestaat het risico dat we precies datgene corrigeren waarmee iemand probeert duidelijk te maken:

dit is te veel voor mij.

Ik had als kind niet alleen iemand nodig die mij leerde hoe ik beter mee kon doen.

Ik had iemand nodig die naast mij ging zitten en samen met mij onderzocht:

Wie ben jij eigenlijk?
Hoe werkt jouw hoofd?
Wat gebeurt er in jouw lichaam?
Waar loop jij op leeg?
Waar krijg jij energie van?
Wanneer wordt iets te veel?
Wat heb jij van ons nodig?

En misschien nog belangrijker:

Wat hoeven we helemaal niet aan jou te veranderen?

Voor mij raakt dat aan een veel grotere verandering die nog steeds nodig is.

Van:

"Hoe maken we deze persoon geschikter voor het systeem?"

naar:

"Hoe maken we een omgeving waarin verschillende mensen tot hun recht kunnen komen?"

Misschien is dat uiteindelijk ook wel een belangrijk deel van waarom Gelukkig Autisme bestaat.

Niet om mensen met autisme nóg beter te leren hoe ze zich aan de buitenkant moeten gedragen.

Maar om woorden te geven aan die binnenkant die zo lang niet gezien, niet begrepen en soms zelfs niet erkend werd.

Want voordat we vragen hoe iemand kan veranderen, zouden we misschien veel vaker moeten beginnen met één veel simpelere vraag:

Wat heb jij nodig?

De laatste jaren denk ik regelmatig na over onderdrukking. Niet alleen als iets wat voorkomt in geschiedenisboeken, dict...
14/08/2026

De laatste jaren denk ik regelmatig na over onderdrukking. Niet alleen als iets wat voorkomt in geschiedenisboeken, dictaturen of verre landen, maar vooral over wat er in een mens gebeurt wanneer die jarenlang het gevoel heeft niet vrij te zijn.

Misschien houdt dat onderwerp me ook zo bezig omdat ik er, op totaal verschillende manieren en in totaal verschillende verhoudingen, iets in herken.

Ik spreek, steun, coach en begeleid regelmatig een Eritrese man van in de vijftig in de bibliotheek. We oefenen Nederlands, bespreken praktische zaken en praten vooral veel over het leven.

Langzaam heb ik daardoor ook meer van zijn levensverhaal leren kennen.

Hij heeft, zoals een groot deel van de Eritrese mannen en vrouwen, jarenlang in de dienstplicht gezeten. Hij moest oorlog voeren tegen Ethiopië terwijl hij dat zelf helemaal niet wilde. Hij vertelt over een systeem waarin hij nauwelijks zeggenschap had over zijn eigen leven en waarin hij zich tijdens zijn diensttijd eerder als een soort slaaf behandeld voelde dan als iemand die zelf mocht bepalen wat hij met zijn leven deed.

Dat zijn ervaringen die ik niet uit eigen ervaring ken en die ik ook niet met de mijne gelijk wil stellen.

Maar wanneer wij praten, herken ik soms iets in wat langdurige onderdrukking psychologisch met een mens kan doen.

En misschien raakt juist dát mij.

Ik heb door de jaren heen veel gelezen over dictaturen en totalitaire systemen. Solzjenitsyn en andere Russische schrijvers, de Sovjet-Unie, Noord-Korea, maar ook psychologie over macht, gehoorzaamheid, trauma, groepsdruk en aangeleerde hulpeloosheid.

Wat mij daarin steeds opnieuw fascineert, is dat onderdrukking op een gegeven moment niet meer alleen van buitenaf hoeft te komen.

Ze kan naar binnen verhuizen.

Je leert jezelf corrigeren voordat iemand anders dat hoeft te doen.

Je voelt voortdurend aan wat er van je verwacht wordt.

Je probeert geen fouten te maken.

Je past je aan.

Je loopt mee.

En uiteindelijk raak je misschien steeds verder verwijderd van de vraag:

Wat wil ík eigenlijk?

Als ik daarover nadenk, moet ik onvermijdelijk ook aan mijn eigen jeugd denken.

Mijn schooltijd heb ik jarenlang als verschrikkelijk ervaren. Ik werd veel gepest, voelde me opgesloten in een systeem waarin ik iedere dag opnieuw moest functioneren en aanpassen, terwijl ik me totaal niet op mijn plek voelde.

Ik weet nog dat ik school toen in mijn eigen hoofd weleens met een concentratiekamp vergeleek.

Niet omdat dat historisch ook maar enigszins dezelfde werkelijkheid was. Natuurlijk niet.

Maar het zegt wel iets over hoe opgesloten en onderdrukt ik mij als kind voelde.

Ik wilde eruit.

Ik wilde niet iedere dag opnieuw naar een omgeving waarin ik het gevoel kreeg dat mijn natuurlijke manier van zijn niet paste.

En tegelijkertijd leerde ik precies datgene te doen wat mensen vaak doen wanneer ontsnappen niet mogelijk voelt:

aanpassen.

Ik leerde meelopen.

Kijken naar anderen om te begrijpen hoe ik hoorde te zijn.

Mijn eigen signalen negeren.

Dingen doen omdat anderen ze deden.

Mezelf veranderen om ergens bij te kunnen horen.

En ergens onderweg raakte ik steeds verder van mezelf verwijderd.

Later kwamen daar middelen bij.

Wat aanvankelijk verdoving, ontsnapping, erbij horen of even niet hoeven voelen was, groeide uiteindelijk uit tot verslaving.

Als ik daarop terugkijk, zie ik niet alleen iemand die verkeerde keuzes maakte.

Ik zie vooral iemand die nauwelijks wist wie hij zelf eigenlijk was.

Ik liep mee met anderen. Zocht bevestiging buiten mezelf. Ging over mijn eigen grenzen heen. Paste me voortdurend aan. En raakte uiteindelijk zo ver van mijn eigen kompas verwijderd dat ik nauwelijks nog wist welke richting werkelijk van mij was.

Daarom raken de gesprekken met deze Eritrese man mij soms meer dan hij waarschijnlijk beseft.

Onze levens zijn niet hetzelfde.

Onze vormen van onderdrukking zijn niet hetzelfde.

Het zou verkeerd zijn om ze gelijk te stellen.

Maar onder al die verschillen herken ik soms wel hetzelfde menselijke mechanisme:

wanneer je lang genoeg leert dat jouw eigen wil, gevoel of manier van zijn niet veilig, gewenst of belangrijk is, kun je uiteindelijk jezelf gaan onderdrukken.

En juist daar zie ik ook een verbinding met autisme en maskeren.

Veel mensen met autisme groeien op met kleine en grote correcties.

Niet zo kijken.
Wel aankijken.
Niet zo reageren.
Niet zo gevoelig doen.
Doe eens normaal.
Praat wat meer.
Praat wat minder.
Stel je niet aan.
Pas je aan.

Na duizenden van zulke ervaringen hoeft uiteindelijk niemand meer naast je te staan om je te corrigeren.

Je neemt het werk over.

Je controleert jezelf.

Je analyseert jezelf.

Je onderdrukt behoeften.

Je scant anderen om te ontdekken wat de juiste reactie is.

Je vraagt je niet meer af wat natuurlijk voelt, maar wat er van je verwacht wordt.

De corrector is onderdeel van jezelf geworden.

En daarom vind ik "wees gewoon jezelf" soms zo'n ingewikkeld advies.

Want wat als je jezelf jarenlang hebt aangeleerd om jezelf juist níét te zijn?

Wat als aanpassen ooit noodzakelijk voelde om erbij te horen, afwijzing te voorkomen of überhaupt overeind te blijven?

Dan is stoppen met maskeren niet simpelweg een masker afzetten waaronder een volledig intacte persoon tevoorschijn komt.

Misschien moet je die persoon gedeeltelijk opnieuw leren kennen.

En hoe ouder ik word, hoe sterker ik het gevoel krijg dat daar misschien wel een belangrijk deel van mijn roeping ligt.

Niet alleen bij autisme uitleggen.

Niet alleen bij mensen helpen beter te functioneren binnen de wereld zoals die nu eenmaal is.

Maar juist bij dat diepere proces:

wat doen we met datgene wat ons heeft onderdrukt, gevormd, beschadigd of van onszelf verwijderd?

Want ik merk dat mijn aandacht steeds minder alleen naar de onderdrukking zelf gaat.

Steeds meer interesseert mij wat daarna mogelijk is.

Hoe maak je van iets wat je jarenlang gevangenhield uiteindelijk iets anders?

Niet door het verleden mooier te maken dan het was.

Niet door te zeggen dat pijn "ergens goed voor geweest zal zijn".

Maar door te onderzoeken of datgene wat je heeft gevormd ook getransmuteerd kan worden.

Dat woord spreekt mij steeds meer aan: transmutatie.

Iets hoeft niet te verdwijnen om van betekenis te veranderen.

Pijn kan begrip voortbrengen.

Machteloosheid kan gevoeligheid voor de machteloosheid van anderen worden.

Jarenlang aanpassen kan uiteindelijk een scherp inzicht geven in hoe mensen zichzelf verliezen.

Verslaving en jezelf kwijtraken kunnen later een ingang worden om iemand anders te begrijpen die eveneens niet meer weet hoe hij terug moet komen bij zichzelf.

En misschien gaat het uiteindelijk nog een stap verder dan transmutatie.

Naar iets wat ik bijna transfiguratie zou noemen.

Niet alleen het oude omvormen, maar vanuit dat proces zelf anders in het leven komen te staan.

Niet terugkeren naar degene die je vóór alle pijn was — want misschien bestaat die persoon niet meer.

Maar iemand worden die alles wat gebeurd is in zich draagt, zonder er nog volledig door bestuurd te worden.

Als ik terugkijk, zie ik steeds meer een rode draad.

Mijn schooltijd.

Het pesten.

Autisme en maskeren.

Meelopen met anderen.

Verslaving.

Mezelf volledig kwijtraken.

Daarna jarenlang zoeken naar psychologie, filosofie, spiritualiteit en betekenis.

Gelukkig Autisme beginnen.

Andere mensen ondersteunen.

En nu gesprekken voeren met een man die letterlijk uit een onderdrukkend systeem komt en samen met hem zoeken naar meer zelfstandigheid, taal, vertrouwen en richting.

Misschien zijn dat achteraf helemaal geen losse hoofdstukken.

Misschien gaat een groot deel van mijn leven steeds opnieuw over dezelfde beweging:

Van onderdrukking naar vrijheid.
Van aanpassing naar eigenheid.
Van machteloosheid naar betekenis.
Van overleven naar leven.

En misschien is dat ook steeds meer wat ik met Gelukkig Autisme wil doen.

Niet mensen leren hoe ze nóg beter kunnen voldoen aan alles wat van hen verwacht wordt.

Maar samen onderzoeken wat er onder al die lagen van aanpassing zit.

Wat van jou is.

Wat je hebt overgenomen.

Wat ooit noodzakelijk was maar nu niet meer nodig is.

En wat je kunt maken van alles wat je onderweg hebt meegedragen.

Misschien begint vrijheid namelijk niet op het moment dat niemand je meer vertelt wat je moet doen.

De moeilijkste vorm van vrijheid begint misschien pas daarna.

Wanneer je de stemmen die zich in jezelf hebben gevestigd leert herkennen.

Wanneer je niet langer automatisch gehoorzaamt aan angst, schaamte, groepsdruk en verwachtingen.

Wanneer je opnieuw leert vertrouwen op je eigen waarneming.

Je eigen grenzen.

Je eigen stem.

Je eigen richting.

En misschien is dát uiteindelijk de beweging waar ik mij steeds meer op wil richten:

niet ontkennen wat ons gevormd heeft, maar het transformeren tot iets wat ons niet langer gevangenhoudt.

Zodat datgene wat ons ooit klein maakte uiteindelijk niet het einde van ons verhaal wordt.

Maar materiaal waarmee we iets nieuws kunnen vormen.

Adres

Assen

Openingstijden

Maandag 09:00 - 21:00
Dinsdag 09:00 - 21:00
Donderdag 09:00 - 21:00
Vrijdag 09:00 - 21:00

Telefoon

+31625396641

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Gelukkig Autisme nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen