03/09/2026
Twintig jaar geleden bedacht ik me in een moment van openbaring: ‘De zin van het leven, is er zin in hebben.’
De realiteit was dat ik leefde met de consequenties van vele keuzes gebaseerd op ‘moeten’. Maar vanbinnen voelde ik een verlangen. Een verlangen naar schoonheid en vervoering.
Ik verlangde naar diepe gesprekken bij het haardvuur over de betekenis van dit aardse bestaan. Waar de dichters over dichtten, de schrijvers over schreven, de geestelijken over predikten.
Tot de kern komen, kwam me voor als het summum. Ik had een lange klim te gaan.
Waar ik me als twintiger vrij onverveerd wierp in levensavonturen vol schoonheid en vervoering om tot de kern te komen, kwam ik als vanzelf in mijn eigen schaduw terecht.
Want de vlammen van mijn verlangen wezen eigenlijk vooral naar delen in mij die in die warmte wensten te ontwaken.
Terwijl ik vandaag vanaf mijn innerlijke gebergte uitkijk over het uitzicht van mijn leven, realiseer ik me dat de kern geen doel op zich meer is. De kern is het uitgangspunt.
Ik kan nu overzien hoe tot de kern komen een tocht is geweest van ontpellen, zuiveren en in de rauwheid van mijn waarheid durven blijven staan tot het van binnenuit weer warm werd.
De kern is mijn verworvenheid.
Ik schreef deze woorden vier jaar geleden. En toen ik ze deze week opnieuw las, realiseerde ik me hoezeer ze nog altijd raken aan wat healing voor mij betekent.
Misschien zelfs meer dan toen.
Want hoe langer ik dit pad bewandel, hoe minder healing voor mij voelt als een beweging naar een betere of meer geheelde versie van mezelf. Het is een beweging naar binnen. Naar wat daar altijd al was, soms bedekt geraakt onder alles wat een leven met zich meebrengt.
Verstillen. Verdiepen. Ontvouwen. Doorvoelen. Herinneren. Vergeven. Omarmen.
Steeds weer thuiskomen in die kern en van daaruit het leven ontmoeten.
We are already whole.
Misschien is dat wel de meest radicale uitnodiging die healing ons kan geven.