04/09/2026
Praatje, plaatje, daadje
Dé didactische methode om elke oefening helder over te brengen. Zo werkt het:
PRAATJE Begin met een korte, gestructureerde uitleg: Benoem de naam van de oefening, Welke spieren train je? (houd het simpel, Jip-en-Janneke-taal) Waarom doet je cliënt deze oefening? Koppel het aan zijn/haar doel. Geef 3-5 checkpoints voor start- en eindpositie, Gebruik beeldspraak en externe ques: “Houd een touwtje gespannen tussen je ribben en bekken”
PLAATJE Nu laat je zien wat je net hebt uitgelegd: Doe 1-3 herhalingen voor. Zeg zo min mogelijk laat je beweging spreken. Gebruik hetzelfde materiaal, tempo en plek als je cliënt straks. Positioneer jezelf zodat je cliënt alles goed kan zien
Optioneel: Wil je een fout laten zien? Doe goed → fout → goed (altijd eindigen met wat je wel wil zien).
DAADJE Tijd voor actie: Herhaal kort de intentie van de oefening. Benoem hoe zwaar de set moet voelen (de intensiteit) Geef een concrete opdracht: sets, reps, gewicht, rust. Check of er nog vragen zijn en dan aan de slag.
Deze methode combineert auditief, visueel én kinesthetisch leren. Het resultaat? Je cliënt begrijpt de oefening sneller, voert ‘m beter uit en onthoudt je instructies.
Sla op en gebruik bij je volgende sessie.