29/05/2026
Geen verrekijker nodig...
Het is een rustige vrijdagochtend in de huiskamer van de woning voor mensen met . Teamlid Mara zit naast mevrouw De Wit. Je ziet meteen dat mevrouw De Wit zich prettig voelt. Mara lacht om een grapje dat ze net maakte. Er hangt zo’n fijne, lichte sfeer. Mara staat op om wat te drinken te pakken en dan zegt mevrouw De Wit ineens, met dezelfde ontspannen glimlach ‘Wat heb jij een ongelooflijke dikke kont!’
Mara verstijft. Het overvalt haar volledig. ‘Eh… dat is niet zo aardig om te zeggen,’ brengt ze uit. De luchtigheid is in één seconde verdwenen, alsof iemand het raam heeft dichtgeslagen.
Later praten we hierover in het team. Want dit soort momenten kunnen iets doen met je als mens, juist omdat je zo je best doet om nabij te zijn.
Door de dementie is het besef van decorum vaak een van de eerste dingen die wegvalt. Het filter verdwijnt. De rem op spontane gedachten ook. Wat iemand ziet of denkt, komt er direct uit, zonder sociale check, zonder nuance en ook zonder de bedoeling om te kwetsen.
Als we door de ogen van mevrouw De Wit kijken, zien we iets heel anders dan een belediging.
We zien een vriendelijke vrouw die enigszins voorovergebogen opstaat. Een achterwerk dat beweegt in haar blikveld. Een spontane associatie die opkomt en er meteen uit floept. Niet meer en niet minder.
En dus zegt ze het gewoon.
Achteraf kan Mara er gelukkig om lachen. De volgende keer reageert ze luchtig ‘U heeft helemaal gelijk, je hebt er geen verrekijker voor nodig om hem te zien!’ En mevrouw lacht mee.
Door niet te corrigeren blijft de goede sfeer intact.
In de dementiezorg vallen soms hardere woorden dan bedoeld. Vaak zijn het losse gedachten, rechtstreeks uit een brein dat niet langer filtert. En als wij dat kunnen zien, echt zien, ontstaat er ruimte. Voor mildheid. Voor humor. Voor menselijkheid.
Soms helpt het om gewoon even mee te bewegen.
Zelfs als iemand iets zegt over een “dikke kont”.
28/05/2026
6 keer beleeftheater in de dierentuin!!
22/05/2026
Wanneer kom je weer?
Aan het einde van het bezoek aan haar moeder die woont in de kleinschalige woning voor mensen met staat Iris in de gang. Haar jas hangt over haar arm, haar tas staat al klaar. Het was een rustige middag samen: een kopje thee, een paar oude foto’s, een gesprek dat soms helder was en soms wegdreef. Warm, liefdevol, precies genoeg.
Maar zodra Iris richting de deur beweegt, komt die ene vraag.
“Wanneer kom je weer?” “Ik kom zondag weer, mam,” zegt Iris. Ze glimlacht en raakt even haar moeders arm aan.
Mevrouw Simons knikt tevreden. Het antwoord lijkt haar gerust te stellen.
Maar nog geen halve minuut later, terwijl Iris haar sjaal omdoet, komt dezelfde vraag opnieuw. En daarna nog een keer. En nog een keer.
Misschien wel twintig keer in een paar minuten.
Voor Iris voelt het alsof haar moeder haar antwoord niet hoort. Alsof ze telkens opnieuw moet uitleggen wat ze net al heeft gezegd. Alsof haar woorden geen plek vinden. Iris raakt zichtbaar geïrriteerd "dat heb ik al een paar gezegd mam".
Bij de deur legt teamlid Mieke haar uit wat er werkelijk gebeurt.
Bij dementie raakt de inprenting beschadigd. Dat betekent dat nieuwe informatie niet van ons procesgeheugen naar het lange termijn geheugen gaat. Niet omdat iemand het niet wil onthouden, maar omdat het brein het simpelweg niet meer kan vasthouden. Het antwoord glijdt weg nog voordat het de kans krijgt om te landen. Alsof het nooit is uitgesproken.
Dus elke keer dat mevrouw Simons vraagt wanneer Iris weer komt, is het voor haar de eerste keer. De vraag komt voort uit behoefte aan houvast. Aan zekerheid. Aan verbinding. Niet uit ongeduld, niet uit herhaling om de herhaling, maar uit een brein dat het antwoord niet kan bewaren.
Wanneer Iris dit begrijpt, verandert er iets in haar. Ze ziet dat haar moeder niet de vraag herhaalt, maar de emotie eronder.
Zeg me dat je weer terugkomt.
Zeg me dat ik ertoe doe.
De volgende keer dat ze weggaat, buigt Iris zich naar haar moeder toe en zegt ze zacht:
“Ik kom weer, mam. En nu was ik hier. Dat was fijn.”
Ze weet dat haar moeder het antwoord niet zal onthouden en dat ze ditzelfde antwoord misschien, hoe moeilijk of dat ook is, nog wel tien keer moet herhalen. Maar ze weet ook dat het gevoel blijft.
En dat is uiteindelijk waar het om draait.
15/05/2026
Allemaal slangen…
Sinds drie dagen woont Hendrik Vermeer in de kleinschalige woning voor mensen met . Thuis ging het niet meer. Zijn vrouw, zelf op leeftijd, had alles gegeven wat ze in zich had. De beslissing om te verhuizen was zwaar, maar noodzakelijk.
Voor Hendrik voelt alles nieuw, vreemd en onveilig. En dat laat zich vooral zien in de avonden. Zodra het tijd is om naar bed te gaan, verstijft hij. Hij wil niet. Hij durft niet. Steeds opnieuw zegt hij dat er slangen in zijn bed liggen. Levensecht. Dreigend.
Hoe liefdevol het team hem ook probeert gerust te stellen, woorden bereiken hem niet. Ze glijden langs hem heen. Zijn angst blijft. In het team bespreken we wat nu eigenlijk het belangrijkste is. Moet Hendrik per se in bed slapen? Hoe ging dat thuis? Soms slapen mensen op de bank of in een stoel en is dat helemaal goed. Maar zijn vrouw vertelt dat hij altijd in bed sliep. Dat was zijn plek. Zijn ritme. Zijn veiligheid.
Er moet dus iets anders gebeuren. Want iemand met angst vertellen dat hij niet bang hoeft te zijn, werkt zelden. Angst laat zich niet wegpraten. Denk maar aan jezelf. Als jij bang bent voor spinnen, muizen of slangen, helpt het dan als iemand zegt dat je het dier best even kunt vasthouden omdat het niets doet? Natuurlijk niet. Je lichaam gelooft iets anders dan de woorden die je hoort.
Hendrik heeft Lewy Body dementie. Een vorm van dementie waarbij mensen dingen zien die er niet zijn, levensechte hallucinaties, vaak heel angstig. De slangen die Hendrik ziet zijn voor hem geen fantasie. Ze zijn onderdeel van zijn werkelijkheid.
We besluiten het anders te benaderen. Niet tegen de angst in, maar eromheen. Niet ontkennen wat hij ziet, maar aansluiten bij wat hij ervaart.
In plaats van het bed ’s ochtends te verschonen, proberen we het eens ’s avonds te doen, terwijl Hendrik erbij staat. Misschien helpt het als hij ziet dat het bed “veilig” wordt gemaakt.
Die avond begeleidt verzorgende Lisan hem naar zijn kamer. Hendrik blijft staan bij het bed en fluistert gespannen dat de slangen er nog steeds zijn. Lisan knikt rustig en zegt dat ze ze gaat weghalen.
Ze pakt de lakens, vouwt ze zorgvuldig samen en maakt er een grote knoop in, alsof ze iets gevangen heeft. Dan tilt ze het pakket op en vraagt: “Zijn ze weg?”
Hendrik kijkt. Zijn schouders zakken. Zijn gezicht ontspant. “Ja,” zegt hij zacht. Opgelucht.
Lisan maakt het bed opnieuw op. Hendrik stapt erin. Zonder strijd. Zonder angst.
Een klein moment. Een groot verschil.
Welterusten, Hendrik.
12/05/2026
Vandaag ‘vieren’ we de dag van de zorg. Eén dag om stil te staan bij alles wat jullie doen en betekenen voor iemand. Elke dag weer!
Wij mochten voorstellingen spelen in Deventer, Harderwijk, Middelburg en Stadskanaal. Ontmoetingen om niet snel te vergeten!
Jullie zijn geweldig!
Dank je wel
08/05/2026
Over één kam scheren..
Amanda is bijna klaar met het wassen en aankleden van meneer Wachter in zijn appartement in de kleinschalige woning voor mensen met . Zijn overhemd zit netjes, zijn haren liggen goed. Alleen nog even scheren.
Ze geeft hem het elektrische scheerapparaat. Meneer Wachter pakt het rustig aan en begint te scheren. Maar niet zijn wangen. Niet zijn kin. Hij zet het apparaat tegen zijn hoofdhaar.
Het zoemende geluid stokt wanneer het apparaat vastloopt in zijn, nog aanwezige, krullen. Amanda reageert direct en haalt het apparaat voorzichtig weg. Ze ziet de verwarring in zijn ogen. Hij wilde niets verkeerd doen. Hij deed precies wat voor hem logisch voelde.
Later die ochtend bespreekt Amanda het voorval in het team. “Hij was zo in de war,” zegt ze. “Ik herken hem anders helemaal niet zo.”
Maar dan komt ons gesprek op routines. Op volgordes. Op hoe diep die in ons lichaam zitten.
Iedereen heeft een vaste ochtendroutine. We denken er niet eens meer over na. Het geeft structuur, rust en energie. En juist bij mensen met dementie blijven die oude gewoonten vaak verrassend lang bestaan.
Bij meneer Wachter begon zijn scheerroutine zo’n 65 jaar geleden. Toen schoor je je met een kwast. Altijd in je hemd. Pas daarna trok je je overhemd aan, anders kreeg je zeepvlekken. En als allerlaatste kamde je je haar.
Dat was zijn volgorde. Zijn ritme. Zijn manier van de dag beginnen.
En precies daar ging het mis. Want vanochtend kreeg hij een scheerapparaat in handen op het moment dat hij zijn overhemd al aan had. Zijn lichaam wist: overhemd aan betekent haar kammen. Dus ging het apparaat, dat zoemde als een kam, automatisch naar zijn hoofd.Niet omdat hij “in de war” was. Maar omdat hij trouw bleef aan zijn eigen routine.
Iedereen heeft een uniek verleden. Een eigen volgorde. Een eigen manier van doen. Als we die routines kennen, vaak dankzij naasten, kunnen we gedrag beter begrijpen en voorkomen dat iemand met dementie onnodig spanning ervaart.
Het vraagt geen grote interventies. Het vraagt kijken. Luisteren. Verdieping in en aansluiten bij wat iemand al een leven lang doet.
01/05/2026
In een drukke wereld...
De huiskamer van de kleinschalige woning voor mensen met bruist vandaag net iets meer dan anders. Stoelen schuiven, iemand lacht hard om iets op tv, een karretje rammelt in de gang. Voor de meesten is het achtergrondgeluid. Voor mevrouw Visser is het een wervelwind.
Ze zit in haar stoel, half afgewend, handen strak in elkaar. Haar blik glijdt langs de ruimte zonder ergens te landen. Elke beweging, elk onverwacht geluid, lijkt haar lichaam een fractie te laten verstijven. Alsof ze zich laagje voor laagje terugtrekt in een plek waar de wereld even niet zo hard binnenkomt.
Collega’s proberen haar voorzichtig te betrekken en te activeren. Een vraag, een uitnodiging, een vriendelijk gebaar. Maar elke poging lijkt haar alleen maar verder naar binnen te duwen. Alsof de prikkels zich opstapelen en ze geen ruimte meer heeft om nog iets extra’s te verwerken. Met de ogen dicht zit ze daar uiteindelijk.
Als we in het team daarover spreken, staan we stil bij dynamische prikkels (geluid en beweging). Die kleine, steeds veranderende signalen in een ruimte die voor iemand met dementie belastend kunnen zijn. Niet de grote activiteiten, maar juist de onverwachte dingen: een stoel die verschuift, een stem die ineens harder klinkt, een deur die opengaat.
Het inzicht landt: mevrouw Visser is niet ongeïnteresseerd of passief. Ze beschermt zichzelf. Lola vertelt wat zij eerder die ochtend heeft gedaan. Ze beschrijft hoe ze de ruimte en mevrouw observeerde voordat ze iets ondernam. Hoe ze zag dat mevrouw schrok van bewegingen in haar ooghoek, bij plotselinge geluiden. Hoe ze juist ontspande wanneer er even niets veranderde.
Lola besloot daarom geen activiteit aan te bieden. Geen druk te zetten, maar simpelweg te verbinden.
Ze schoof een stoel iets schuin naast mevrouw Visser. Ze zei niets. Ze wachtte. Ademde rustig mee met het ritme van de ruimte.
En toen gebeurde het.
Heel langzaam draaide mevrouw Visser haar hoofd een paar centimeter. Haar ogen zochten die van Lola. Een seconde. Maar het was contact, klein, kwetsbaar, echt.
In de dagen die volgen herhalen Lola en de andere collega's dit. Korte momenten van zachte aanwezigheid. Alleen afstemming.
En telkens komt er iets terug: een blik, een zucht, een hand die even ontspant.
Het gaat niet meer over “activeren”, maar over begrijpen. Over zien wat iemand nodig heeft om zich veilig te voelen. Over het besef dat contact soms ontstaat door minder te doen, niet meer.
Dynamische prikkels blijven bestaan, maar er wordt bewuster naar gekeken en gehandeld.
En dankzij Lola wordt zichtbaar dat verbinding niet altijd luid of actief hoeft te zijn. Soms ontstaat het in stilte, in rust, in het respecteren van grenzen die iemand zelf niet meer kan verwoorden.
Het zijn die kleine momenten die het verschil maken.
En die laten zien wat zorg met aandacht werkelijk betekent.
30/04/2026
Ervarea presenteert: Yvon Kanters in concert
Nadat Yvon eind vorig jaar helaas haar concert in Zeist vanwege stemproblemen moest annuleren, is ze nu terug!
Op verzoek van ervarea komt Yvon naar het Torenlaantheater in Zeist, aanstaande zondagmiddag 3 mei.
De afgelopen jaren heeft Yvon een diepe indruk gemaakt met haar optredens in verzorgingshuizen en speciale gelegenheden door het hele land. Haar muziek brengt vreugde en creëert waardevolle momenten van verbinding. Je kunt erbij zijn en deze bijzondere ervaring zelf mee maken en de schoonheid van de muziek voelen. Durf je geraakt te worden?
Wat kun je verwachten?
Een middag vol hartverwarmende muziek, variërend van klassieke stukken zoals het prachtige Ave Maria van Bach/Gounod tot tijdloze popliedjes van bijvoorbeeld Elvis Presley.
Ontroerende verhalen over ervaringen en de kracht van muziek om mensen met dementie te verbinden met hun verleden en geliefden.
Een unieke kans om zelf de werking van muziek te ervaren en te zien hoe het vreugde en herkenning brengt.
De locatie is gekozen vanwege haar knusse en fijne sfeer, maar hierdoor is het aantal plaatsen beperkt. Als je verzekerd wilt zijn van een plek, ben er dan snel bij! Yvon en haar pianist kijken ernaar uit om samen met u een mooie middag vol bijzondere momenten te beleven.
Start concert 14 uur einde 16 uur, inclusief pauze.
Over Yvon Kanters
Yvon Kanters, geboren op grens van Vorstenbosch en Veghel, heeft tijdens de coronapandemie haar roeping gevonden in het zingen voor ouderen in de zorg. Haar werk is een bron van vreugde en verlichting voor velen, en haar passie en toewijding maken elk optreden tot een bijzondere ervaring. Met haar initiatief, Myoso Music, heeft Yvon zich gewijd aan het brengen van muzikale troost en verbinding.
Kaarten zijn te bestellen via bijgaande link
ervarea presenteert Yvon Kanters in concert - Ervarea, Leren door beleven
Na een viertal succesvolle concerten in 2024 en eerder dit jaar in Brabant zal Yvon dit keer een concert in het midden van het land verzorgen. Op verzoek van ervarea komt Yvon naar het Torenlaantheater in Zeist, op zondagmiddag 3 mei as. De afgelopen jaren heeft Yvon een diepe indruk gemaakt met haa...
24/04/2026
Ze komt niet meer..
In de woonkamer van de kleinschalige woning voor mensen met zit hij elke ochtend op dezelfde plek. Zijn handen rusten op zijn knieën, zijn blik blijft gericht op de deur. “Komt ze vandaag?” vraagt hij. “Weet je of ze al onderweg is?” In zijn stem klinkt hoop, maar ook iets kwetsbaars, alsof hij voelt dat het antwoord hem kan raken.
Hij mist zijn vrouw. Zijn grote liefde. Zijn maatje. Zij is overleden, maar voor hem is de tijd losgeraakt. In zijn beleving kan ze elk moment binnenstappen, haar hand op zijn schouder leggen, haar zachte stem fluisteren dat alles goed is. Dementie houdt hem vast in een wereld waar zij nog leeft.
Teamlid Charissa, die hem al jaren kent, ziet hoe zwaar het voor hem is. Ze ziet hoe elke vraag naar zijn vrouw hem optilt en tegelijk weer laat vallen. Ze weet dat hem telkens opnieuw vertellen dat zijn vrouw overleden is, alleen maar meer pijn veroorzaakt. Maar ze weet ook dat ergens, diep in zijn herinneringen, nog een spoor van besef lijkt te liggen.
Op een ochtend gaat ze naast hem zitten. Ze kijkt niet naar de deur, maar naar hem. “Je hield veel van haar, hè?” zegt ze zacht. Hij knikt meteen. “Ze zou hier moeten zijn.”
Charissa ademt rustig in en uit. “Weet je nog,” begint ze, “hoe zij vroeger op zondagen pannenkoeken bakte? En dat ze dan meezong met de radio, ook al kon ze helemaal niet zingen?” Hij glimlacht. Een warme, echte glimlach. “Ja… dat deed ze altijd.”
Ze blijft in de verleden tijd praten, alsof ze samen door een fotoalbum bladeren dat alleen hij kan zien. “En hoe jullie elke zomer naar dat kleine huisje aan het water gingen. Hoe zij altijd als eerste het water in sprong, terwijl jij nog stond te twijfelen of het niet te koud was.”
Hij lacht zacht. “Ze was dapperder dan ik.”
Charissa legt haar hand op de zijne. “Ze was een bijzondere vrouw.”
Hij kijkt naar hun handen. Zijn adem stokt even. “Was,” herhaalt hij. En dan, heel langzaam, zakken zijn schouders. “Ze komt niet meer, hè?”
Charissa knijpt zacht in zijn hand. “Nee,” zegt ze. “Maar ze leeft nog in alles wat jij over haar vertelt.”
Hij knikt. Een traan glijdt over zijn wang, maar zijn gezicht ontspant. Alsof hij eindelijk even mag landen in wat hij diep vanbinnen al voelt. Die ochtend kijkt hij niet meer naar de deur. Hij kijkt naar de foto op zijn kastje. En hij fluistert: “Dag lieverd.”
17/04/2026
Ik mis je!
Sanne, de dochter van mevrouw De Ruiter, loopt met betraande ogen door de gang van de kleinschalige woning voor mensen met . Ze komt hier bijna elke dag. Soms voor een kort bezoek, soms voor een lange middag. Soms om te helpen met kleine dingen, soms alleen om even een hand vast te houden. Maar vandaag liep het anders.
Haar moeder had haar aangekeken met een mengeling van verwarring en verdriet en gezegd: “Ik zie jou ook nooit.” Vijf woorden, maar ze sneden dwars door haar heen. Want Sanne is er. Elke dag. Trouw, liefdevol, soms uitgeput, maar altijd aanwezig. En juist daarom doet het zo’n pijn als die aanwezigheid niet wordt gezien.
In de woonkamer probeert Sanne haar tranen weg te vegen. Ze vertelt dat ze haar moeder probeerde uit te leggen dat ze wel elke dag komt. Dat ze er altijd is. Dat ze nooit wegblijft. Maar haar moeder reageerde boos, alsof Sanne haar iets kwalijk nam. Alsof ze haar woorden niet kon plaatsen. En dat is precies wat er gebeurt: de woorden komen wel binnen, maar de betekenis niet.
Taalbegrip is een van de functies die door dementie wordt aangetast. Het brein kan de woorden nog wel vormen, maar de betekenis ervan raakt los. Het denkende brein, dat normaal gesproken nuance en logica aanbrengt, begint te haperen. En dan neemt het gevoelsbrein het over. Dat deel dat niet redeneert, maar voelt. Dat deel dat niet kijkt naar feiten, maar naar nabijheid, veiligheid en verbinding.
Wanneer je vanuit dat perspectief luistert naar de zin “Ik zie jou ook nooit”, hoor je iets heel anders dan de letterlijke woorden. Je hoort een verlangen. Een gemis. Een angst om alleen gelaten te worden. Je hoort: zodra je weg bent, mis ik je al. Je hoort: ik zou willen dat je bleef. Het is een compliment dat gevangen zit in een pijnlijke verpakking.
Wanneer we dit als team aan Sanne uitleggen, zie je hoe haar houding verzacht. Niet omdat de situatie minder verdrietig wordt, maar omdat ze begrijpt dat haar moeder niet haar inzet ontkent, maar haar liefde uitdrukt op een manier die door de dementie is vervormd.
De volgende keer dat haar moeder dezelfde woorden zegt, reageert Sanne anders. Ze gaat rustig naast haar zitten, legt een hand op haar moeders arm en zegt zacht: “Ik mis jou ook.” Geen uitleg, geen correctie, geen strijd tegen de werkelijkheid van haar moeder. Alleen verbinding.
En precies daar gebeurt het. De handen vinden elkaar. De ademhaling wordt rustiger. De spanning zakt uit de schouders. Er ontstaat een moment van echt contact, niet via de taal van het hoofd, maar via de taal van het hart. Een taal die bij dementie vaak het langst intact blijft.
Het zijn deze momenten die families dragen. Niet de perfecte woorden, maar de gevoelde aanwezigheid. Niet het corrigeren van de werkelijkheid, maar het ontmoeten van de mens die daarbinnen leeft.