20/01/2026
Als Ambulant TOS begeleider kom ik op veel verschillende opvanglocaties en zie ik veel verschillende activiteiten.
Vandaag zag ik dat de kinderen, binnen het thema ‘ik moet plassen’ mochten spelen met… wc-rollen 😊
Leuk!
Want spelen met grote materialen nodigt uit tot samen spelen en meer gericht zijn op elkaar.
🎉En dat gebeurde ook: torens werden gebouwd en weer enthousiast omgegooid, er werd op gebalanceerd en er werd door de kokers gekeken👀
Het jongetje waar ik op de groep voor kom, laten we hem Joris noemen, keek aandachtig naar de andere kinderen en deed het spel na.
Tijdens het spelen gebruikten we steeds opnieuw dezelfde werkwoorden: rollen, omgooien, pakken.
En korte woorden en uitroepen zoals oh-oh, nog één en pas op. Joris lacht mee, maar gebruikt de woorden zelf nog niet.
Kinderen met TOS hebben meer tijd nodig om woorden te verwerken, op te slaan en uiteindelijk zelf te gebruiken.
‼️Dat een kind nog niet meteen imiteert, betekent dus niet dat het niet leert.
Bij het bouwen van de torens tellen we steeds de wc-rollen.
En dan, na vele herhalingen, horen we ineens Joris zeggen: “one-two-nine”.
Voor kinderen met TOS verloopt tellen vaak makkelijker dan spreken.
Tellen (net als zingen, rijmen of vaste rijtjes) wordt anders verwerkt dan gesproken taal.
Het vraagt minder woordvinding en geen zinsbouw, maar werkt met vaste patronen en volgorde.
Daardoor zien we vaak dat kinderen al wel kunnen tellen of meezingen, terwijl spreken nog moeizaam gaat.
Joris groeit tweetalig op en hoort thuis ook veel Engels.
Dat hij in het Engels telt, is dus logisch.
Wat hier vooral opvalt, is dat hij begrijpt dat de Engelse telwoorden dezelfde betekenis hebben als de Nederlandse.
Hoe knap is dat !? ❤️
Eenvoudige materialen, groot spel… en een brein dat keihard aan het werk is 💪🏼