04/07/2024
Wanneer de amygdala 'gevaar' detecteren geven ze een signaal aan de hypothalamus om hormonen te produceren om de vecht- en vluchtreflex te activeren via de HPA-as. Dat is de afkorting van de meer bekende Engelse versie 'Hypothalamic - Pituitary - Adrenal Axis'.
De hypofyse (pituitary) produceert meteen pijnstillende opioïden en geeft opdracht aan de bijnieren (adrenals) om adrenaline, noadrenaline en cortisol te produceren.
Adrenaline en noradrenaline verhogen de hartslag en sturen meer bloed naar armen, benen en hoofd. Cortisol zorgt voor de afscheiding van glucose in het bloed en remt niet dringende functies zoals spijsvertering en reproductie af. Cortisol remt ook activiteit af in de hippocampus en het voorhoofdbrein.
Dit is allemaal om energie te sparen en om alles instant te richten op onmiddellijk overleven.
Redeneren (voorhoofdbrein) zou er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat we niet overleven zoals wanneer we dringend moeten remmen voor een file.
Wanneer vechten en vluchten geen opties zijn wordt de dorsale vagus (ontstaat in de hersenstam en beïnvloedt alle organen) geactiveerd om de freeze respons te produceren. Dat is in essentie een staat van verdoving maar ook van aanspannen van het bindweefsel.
De automatische zelfverdoving is om geen pijn te voelen en het aanspannen van het bindweefsel zorgt er bijvoorbeeld voor dat we niet snel uitbloeden.
De verdoving in de freeze respons wordt geproduceerd door nog veel meer opioïden vanuit de hypofyse.
Door de verdoving wordt niet alleen de fysieke pijn uitgeschakeld maar gaan we ook mentaal dissociëren of zelfs soms bewusteloos vallen.
Behalve dat wat er met het lichaam gebeurt zoals het aanspannen van de bindweefsel en de verdoving met opioïden, gebeurt er bij trauma ook iets met hoe geheugen wordt vastgelegd.
De hippocampus die normaal voor expliciet geheugen zorgt, wordt uitgeschakeld en de amygdala coderen alles wat gebeurt als 'impliciet geheugen'. Impliciet geheugen is een neuronennetwerk dat de innerlijke ervaring opslaat zonder de externe context (de hippocampus zou dat moeten doen).
Het impliciete geheugen codeert de ervaring op 4 niveaus: emotioneel, perceptueel, fysiologisch en procedureel. Dat laatste slaat op de bewegingen waar het lichaam doorheen gaat en de houdingen die het aanneemt. Die informatie wordt dus allemaal opgeslagen op celniveau en buiten het bereik van het denkende zelf.
Dat zijn dus zaken zoals de vecht- en vluchtreflex die geactiveerd was, de boosheid, de woede, de doodsangst, de opgeefreflex, de machteloosheid, de lichaamshoudingen, gedachten zoals 'ik ga dood!', de bloeddruk, de chemische stoffen in het systeem, het immuunsysteem in actie, de tijdelijk gereduceerde functies (zoals spijsvertering en seksualiteit) , etc.
Letterlijk elk detail van de traumatische gebeurtenis wordt geregistreerd op celniveau als impliciet geheugen!
Deze informatie kan soms meteen actief zijn en blijven in de vorm van PTSS zoals na shock trauma, maar soms kan ze ook 'slapend' aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld bij complex trauma uit de kindertijd.
Complex trauma is in essentie een relatietrauma gekenmerkt door onveiligheid in de voor het kind biologisch en emotioneel belangrijke relatie.
Die 'slapende informatie' kan later in het leven geactiveerd worden door bepaalde ervaringen, zoals bijvoorbeeld terecht komen in een onveilige (toxische) relatie op het werk of privé.
Dat veroorzaakt dan zogenaamde 'onverklaarbare symptomen zoals fibromyalgie, auto-immuunziekten, migraine, etc.
Meer en meer onderzoek bevestigt dat de meeste chronische ziektes later in het leven hun oorzaak hebben in de kindertijd... (om te beginnen de beroemde ACE studie uit 1995 - ACE staat voor Adverse Childhood Experiences - maar sindsdien vele andere studies in de hele wereld)
https://jeugdtrauma.com