Het praktijkatelier wordt volledig ingericht als loft: een grote, open ruimte met een realistische indeling en plaats voor alle typische woonfuncties. Er is een vestiaire, inkomhal, badkamer, toilet, berging, dressing, slaapkamer, doorgang, keuken, eetkamer, zithoek en een bureau. Elke leerling neemt een deel voor zijn/haar rekening en moet dat volgens hedendaagse trends afwerken met schilder- en
decoratieve technieken. Er komt ook bladgoud, marmer- en houtimitatie aan bod. Het geheel moet een sobere, maar luxueuze uitstraling hebben. Tegelijk moet elke leerling zorgen voor een surrealistische toets. Dat kan subtiel of into-the-face. Vandaar de jaarthema titel: “Ceci n’est pas une maison”… een op het eerste zicht zeer realistisch ogende ruimte, maar gepresenteerd met een hoek af. Dat kan door middel van een bevreemdend schilderij, trompe l’oeil of een muur met wolkenimitatie op een onverwachte plaats. Dat kan in de slaapkamer of zithoek een overdreven hoge stapel kussens of vreemde ophanging van kussens of lakens zijn. In de keuken iets met vergulde appels of koffiekopjes die abnormaal gepresenteerd of opgehangen worden. In de vestiaire een installatie van oude schoenen of hoeden, speciale kapstokken.