09/09/2026
Gholam Reza Reza Ie schreef terug een prachtige tekst. Dit keer over onze directeur Ignace. Onder de tekst zie je een foto van de schrijver zelf.
Enzovoort
‘Het goede nieuws is: onze lerares Nederlands komt weer bij ons team. Halftijds, en met een stok.’
‘Zoals wij allemaal,’ zei iemand.
De zaal barstte in lachen uit.
‘Alleen is haar stok blauw,’ zei de directeur.
‘Aha.’
Weer gelach.
‘En het goede nieuws is nog niet voorbij. Vanaf oktober ga ik met grote vakantie.’
‘Pensioen!’ riep iemand.
‘Pensioen, ja. Mijn moeder is zesennegentig. Ik wil de laatste jaren met haar doorbrengen.’
Hij wachtte even.
‘Dus vanaf oktober hebben jullie waarschijnlijk een nieuwe directeur. Uiterlijk in maart.’
‘Wees gerust, want een nieuw mes snijdt goed,’ zei de directeur.
Gelach.
‘Wij organiseren een afscheid voor u,’ zei iemand verderop.
‘Ja, een groot feest,’ zei een ander.
De directeur lachte.
‘Dank u wel. Maar ik ben allergisch voor twee dingen.’
Hij wachtte even.
‘Voor afscheid nemen.’
Even werd het stil.
‘En voor feesten.’
De zaal lachte opnieuw.
‘Enzovoort, enzovoort.’
‘De oude regels blijven gelden. Roken is verboden binnen vijftien meter van de school. Bij ziekte of afwezigheid moet je dat vooraf melden. Indien nodig een doktersattest.’
‘Enzovoort, enzovoort.’
‘En denk eraan: op de gangen en trappen blijf je altijd aan de rechterkant. Zo voorkom je dat je iemand laat schrikken of tegen iemand aanloopt.’
‘De pedagogische studiedag is er niet meer.’
‘Dat meen je niet.’
‘Dankzij onze favoriete minister!’ mopperde iemand anders.
‘De waarborg voor de lockersleutels is nu vijftien euro in plaats van tien.’
‘Dat is door de oorlog in Oekraïne,’ zei iemand naast mij.
‘Alles wordt duurder.’
‘Enzovoort, enzovoort.’
Hij nam het volgende blad.
‘Dan de gsm. Op een gewone school is een mobiele telefoon niet toegestaan. Maar ik weet dat hij voor sommigen van jullie een hulpmiddel is bij het leren. Daarom mag hij hier gebruikt worden. Ik vertrouw erop dat jullie hem niet gebruiken om de les te storen.’
Een telefoon ging af.
‘Zet uw telefoon op stil.’
Een tweede telefoon volgde.
Daarna een derde.
De directeur lachte.
‘Goed. Dat was duidelijk.’
‘Enzovoort, enzovoort.’
Hij bladerde verder.
‘De secretaresse zegt altijd: “Eentje is als een nulletje.”’
‘Wat bedoelt ze daarmee?’ vroeg iemand.
‘Ja of nee,’ zei de directeur. ‘Vijf minuten te laat is te laat. Vijftien minuten ook.’
‘Enzovoort.’
‘Tenzij er sprake is van overmacht. Bijvoorbeeld een staking van het openbaar vervoer.’
Hij ging verder.
‘Zolang jullie op school zijn, zijn jullie verzekerd tegen lichamelijke ongevallen.’
‘Alle lichaamsdelen?’ vroeg iemand.
‘Alle lichaamsdelen.’
‘Ook de ogen?’
De directeur zweeg even.
‘Nee. Oogschade valt niet onder de verzekering.’
Een paar mensen lachten.
‘Enzovoort, enzovoort.’
Hij pakte een stapel formulieren.
‘En nu de laatste formulieren. Als jullie niet met mij op grote vakantie willen, moeten jullie deze ondertekenen.’
Gelach.
Hij begon de formulieren uit te delen.
Halverwege bleef hij staan.
‘O ja.’
‘Ik heb maar één pen bij.’
‘Wij hebben toch geen pen nodig?’ zei iemand.
Hij lachte zacht.
‘Dat was ik vergeten.’
Hij kwam bij de eerste leerling.
Hij nam diens hand en legde de pen erin.
Daarna bracht hij de hand naar het papier.
‘Hier.’
De volgende.
Dezelfde beweging.
Een hand.
De pen.
Het papier.
‘Hier.’
Nog een.
Steeds dezelfde pen.
Steeds dezelfde beweging.
Toen kwamen de stappen bij mij.
Een hand raakte de mijne aan.
De pen werd tussen mijn vingers gelegd.
Daarna bracht hij mijn hand naar het papier.
‘Hier.’
Ik tekende.
Hij nam de pen terug.
De stappen gingen verder.
Nog één keer.
Nog één naam.
Toen werd het stil.
‘Enzovoort,’ zei iemand zacht.
Niemand lachte.