20/08/2026
Je loopt elke week met dezelfde loopbuddy.
Zelfde tempo. Zelfde afstand. Jullie praten de hele weg door.
Voor hem is dat een rustige training. Voor jou is het een wedstrijd.
Jullie zien er allebei hetzelfde uit. Jullie horloges zeggen allebei hetzelfde. En toch doen jullie een compleet andere training.
Hij wordt beter van dezelfde uren. Jij wordt alleen moe.
Na een half jaar is hij sneller geworden en jij niet. Dan denk je dat het aan jouw discipline ligt.
Het ligt aan het feit dat niemand van jullie twee weet wat er onder de motorkap gebeurt.
Want een horloge meet twee dingen. Hoe snel je gaat en hoe hard je hart klopt. Dat is het.
Wat het niet meet is waar de energie vandaan komt.
Je lichaam kan een inspanning op twee manieren betalen. Met vet of met suiker. Vet is bijna onuitputtelijk en je herstelt er snel van. Suiker is beperkt, en als je het te vroeg aanspreekt sta je later stil.
Dat verschil zie je niet aan je hartslag. Je voelt het ook niet tijdens de training. Je voelt het drie uur later, of de dag erna, of in de laatste tien kilometer van je wedstrijd.
Daarom vind ik dat gesprek over zones zo vreemd.
Iedereen heeft het over zone twee. Bijna niemand weet waar die bij hem persoonlijk ligt. De meeste mensen halen hun zones uit een formule die uitgaat van hun leeftijd. Niet van hun lichaam.
Bij de sporters die ik test ligt die grens in de meeste gevallen ergens anders dan ze dachten. Wat betekent dat ze al jaren trainen in een zone die op papier rustig heet en in hun lichaam iets anders doet.
Dat is de reden dat harder trainen niet helpt. Niet gebrek aan discipline. Een verkeerd uitgangspunt, elke week opnieuw herhaald.
Je kan dit meten. Het duurt een uur.
En daarna weet je iets wat geen enkel horloge je kan vertellen: wat jouw uren met jou doen.
En of je die dinsdagavond nog altijd met dezelfde man moet blijven lopen.
In september staan de testdagen weer open. Meer daarover maandag.