Tijdens de Volksuniversiteit krijgen mensen met armoede-ervaring meer inzicht in hun eigen situatie Waar? Zo kunnen ook jonge gezinnen deelnemen. Hoe? Met wie?
Wat? ‘De eersten die over grote armoede iets te zeggen hebben zijn de mensen die de armoede aan den lijve ondervinden’. Dat vond Joseph Wresinski, de stichter van ATD Vierde Wereld. In 1972 start hij in Parijs wekelijkse ’dialogen met de Vierde Wereld’. Later krijgt deze dynamiek de naam ’Volksuniversiteit van de Vierde Wereld’. In verschillende landen waar ATD Vierde Wereld actief is, vanaf 1982
ook in Vlaanderen. Jarenlang ging de volksuniversiteit maandelijks door, in Antwerpen of Brussel, op dinsdagavonden. Nu wordt gekozen voor minder bijeenkomsten, maar wel op een zaterdag en met nevenactiviteiten voor kinderen. Vanaf dit jaar zijn we te gast in HoGent, de Hogeschool Gent. Meestal wordt rond een thema gewerkt. Dat wordt voorbereid in plaatselijke groepen, veelal verenigingen waar armen het woord nemen, met een eigen werking en identiteit. Mensen met een langdurige ervaring van grote armoede en mensen die naast hen staan. Vaak wordt rond een thema een gast uitgenodigd die vanuit zijn verantwoordelijkheden in de samenleving met de deelnemers in gesprek gaat. Waarom? Het is een leerschool voor de deelnemers en een uitdrukking van hun verzet tegen armoede en uitsluiting. Het is een labo waar kennis wordt opgebouwd die de grondlaag vormt voor standpunten en acties.