20/04/2022
“‘Polly, jij maakt onze klas compleet!’ Dat hartverwarmende zinnetje schreven mijn leerlingen op het verjaardagskaartje voor mijn hond. Sinds september neem ik Polly 2 keer per week mee naar school. De warmte van een hond voelen of even over die zachte vacht wrijven, dat doet veel voor leerlingen die het moeilijk hebben. Tijdens uitlaatmomenten ontstaan gesprekken waar in de klas doorgaans geen tijd voor is. Sommige kinderen luchten dan weer makkelijker hun hart bij Polly dan bij mij. Een hond oordeelt niet, die luistert gewoon.”
“De hele klas voor een dier laten zorgen maakt hen verdraagzamer. De kinderen zijn lief voor de hond en daardoor ook voor elkaar. Het stimuleert ook hun verantwoordelijkheidszin. Zo at Polly eens een rondslingerende gom. De leerlingen manen elkaar sindsdien aan om afval op te rapen. Ze komen ook op voor Polly. ‘Foei, Polly!’ wordt gevolgd door ‘Je mag niet zo streng zijn voor haar, want ze is de liefste hond ter wereld.’ Superschattig.”
"Een klasdier maakt pas een verschil met een sterk plan. Goede afspraken zijn nodig. Je directie moet mee zijn in het verhaal, net als je preventieadviseur. En weet ook dat niet alle leerlingen enthousiast zullen zijn. Sommigen hebben schrik, of hechten niet veel belang aan de aanwezigheid van een dier. Dat is ook oké. Ieder zijn eigen tempo, niemand is verplicht om in interactie te gaan met de hond.”
“Onlangs volgde ik een cursus bij Aap vzw om te leren hoe ik Polly kan inzetten tijdens mijn lessen. Franse voorzetsels demonstreren met de hond op de stoel, naast de deur, tussen de banken. Of bruto, netto en tarra uitleggen aan de hand van hondenkoekjes. Door leerstof visueel te maken met de hond, hoop ik dat het beter blijft hangen. Zolang de hond het leuk vindt, natuurlijk. Maar met koekjes lukt veel.”
>> Met de steun van directie en collega’s neemt juf Ann haar hond Polly 2 halve dagen per week mee naar school. Haar leerlingen van het 5de leerjaar kunnen hun klasmascotte niet meer missen.
© Tine Schoenmaker