22/09/2026
Kleine handen, grote ontdekkingen
Ik geloof dat kinderen niet voortdurend iets aangeleerd hoeven te krijgen. Ze willen ontdekken.
Voelen met hun handen. Kijken van heel dichtbij. Proberen. Knoeien. Herhalen. Combineren. Uit elkaar halen en opnieuw beginnen.
Ik kijk naar een kind als iemand die de wereld volop aan het onderzoeken is. Niet als een leeg blad dat wij moeten invullen, en ook niet als iemand die eerst moet leren hoe iets ‘hoort’.
Daarom probeer ik te observeren, te volgen en aan te bieden zonder te snel over te nemen.
Een plas water kan een onderzoek worden. Een steen plots het interessantste voorwerp in de ruimte. Een knoflookpers hoeft niet alleen een knoflookpers te zijn. En verf hoeft helemaal niet met een penseel op papier terecht te komen.
Die manier van kijken krijgt letterlijk ruimte in de loods.
De loods is veel meer dan de plek waar ons atelier staat. Het is een omgeving vol materialen en mogelijkheden, waar denken en doen elkaar ontmoeten. Waar we proberen te begrijpen met onze handen.
Klei wordt gekneed, geplet en geperst. Verf wordt gespat, gerold en uitgesmeerd. Water, aarde, hout, karton, licht, natuurlijke materialen en onverwachte voorwerpen worden naast elkaar gelegd en gecombineerd.
Niet met de vraag: Wat gaan we vandaag maken?
Maar eerder:
Wat kunnen we hiermee ontdekken?
Wat gebeurt er als…?
En wat ontstaat er wanneer we het kind zelf verder laten zoeken?
Want jonge kinderen begrijpen de wereld niet alleen door ernaar te kijken of erover te praten. Ze leren door te voelen, bewegen, proberen, morsen, herhalen en ervaren.
En dus hoeft er aan het einde niet altijd iets te zijn om mee naar huis te nemen.
Soms zit alles wat ertoe doet in wat er onderweg gebeurde.
Kleine handen. Grote ontdekkingen.
Begrijpen met je handen.
Daar begint het voor mij.