De huidige staat van het onderwijs voldoet blijkbaar niet meer voldoende aan de eisen die worden gesteld aan de leerlingen wanneer zij straks klaar zijn met school in 2032. De samenleving veranderd steeds sneller. We verwachten grotere veranderingen tussen nu en 2032 dan hoe de samenleving tussen 1998 en 2015 verandert is. Maar niemand kan voorspellen hoe de samenleving er in 2032 uit zal zien. (N
ieuwsuur, 2015)
Als we niet weten hoe 2032 er uit zal zien, hoe bereiden we de leerlingen dan voor op het onbekende? Volgens ons zit in die vraag ook meteen het antwoord. In het Funderend onderwijs moeten we leerlingen opleiden die zich weten te redden in een samenleving die razendsnel veranderd, we willen leerlingen die kunnen schakelen, en die met oplossingen en nieuwe ideeën kunnen komen wanneer hun leven daar om vraagt. Kortom, we moeten leerlingen opleiden die innovatief zijn. Want leerlingen die innovatief zijn, zijn voorbereid op veranderingen en kunnen daar op in spelen. Innovatieve leerlingen zijn klaar voor 2032. Innovatieve leerlingen kunnen we opleiden binnen het leergebied van Kunst en Cultuur binnen het Funderend onderwijs. Ook vanuit het OCW is er vraag naar een nieuw curriculum voor het Funderend onderwijs. Daarbij stellen zij 8 vaardigheden centraal; creativiteit, kritisch denken, probleem oplossende vaardigheden, sociale en culturele vaardigheden, zelfregulering, samenwerken, communiceren en digitale geletterdheid. De kennis en vaardigheden die met kunstvakken kunnen worden behaald worden over de gehele linie benoemd, maar nergens wordt er over het vak kunst en het belang ervan gesproken. Wij zien het als onze taak om een voorstel te doen voor het nieuwe kunst curriculum, een nieuwe leerlijn in kunst en cultuur om kunstonderwijs een belangrijk onderdeel te maken van het nieuwe algemene curriculum. Waarin de belangrijke vaardigheden voor de toekomst verwerkt zijn. Tussen de huidige vijf kerndoelen van Kunst en Cultuur, de 8 vaardigheden benoemd door dhr. Dekker in de kamerbrief, 21st century Skills, het KSAVE-model en Design Thinking zijn heel veel overeenkomsten. Hier uit blijkt dat we allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben en hetzelfde willen bereiken met (kunst)onderwijs. De huidige vijf kerndoelen omschrijven het juiste, maar het probleem zit vaak in de vertaling naar de praktijk. Wij denken dat door Design thinking te integreren in het kunstonderwijs de gewenste vaardigheden in de praktijk kunnen worden ontwikkeld. In de huidige situatie van het kunstonderwijs wordt vooral aandacht besteed aan het aanleren van technieken en vaardigheden. John Harland (2008) definieert drie gebieden waarop kunsteducatie effect heeft. Deze drie gebieden vertegenwoordigen samen de kernwaarden van kunsteducatie en de belangrijkste doelen. Namelijk: Kennis van de kunstdiscipline in technieken en vaardigheden (1), creativiteit en denkvaardigheden (2), onderzoeken en uitdrukken van inhoud en betekenis (3). In de huidige situatie binnen het onderwijs is gebleken dat er veel minder aandacht is voor punt 2 en 3 dan voor punt 1. In het Primair onderwijs krijgen leerlingen regelmatig even de tijd om een tekening of kleurplaat te maken, op het Voortgezet onderwijs krijgen leerlingen vaak een uur tekenles en met wat geluk een uur muziekles. De mogelijkheden die binnen de kunsteducatie liggen worden hierdoor totaal niet benut. Dit is een compleet gemiste kans. Muziek, theater, beeldende kunst, dans, literatuur en film hebben een educatieve waarde voor iedereen en niet alleen voor de leerlingen die daarvan later hun beroep willen maken. Het is belangrijk dat kunstonderwijs een sterkere positie krijgt binnen het Funderend onderwijs. Leerlingen moeten niet leren om kennis te reproduceren, ze moeten leren om kennis toe te passen en daar hebben ze verschillende vaardigheden voor nodig. De vaardigheden die belangrijk zijn om de leerlingen klaar te maken voor de toekomst zijn met kunstonderwijs goed te ontwikkelen. Vaardigheden en innovatie leren door kunstonderwijs kun je doen door Design thinking te integreren.