05/11/2024
Het is toch merkwaardig dat er daadwerkelijk naar sportief talent gezocht wordt door scouts en dat cognitief talent pas gevonden wordt wanneer het niet lekker gaat op school of thuis?
Het is toch merkwaardig dat cognitief talent wordt gezien als zorg en deze zorg pas geboden wordt wanneer een leerling zich slecht voelt, agressief gedrag vertoont of niet (meer) presteert.
Vreemd toch dat alleen bij sportief talent de mogelijkheid om verder te groeien gezien wordt en dat dit maatschappelijk aanzien krijgt bij excelleren.
Bij het sportieve talent wordt rekening gehouden met de ontwikkeling die tijd kost. Niet alleen fysiek wordt er getraind, maar ook mentaal. Mentale training om te leren omgaan met tegenslag, succes en hoge verwachtingen
https://musicaeduarta.nl/cognitief-talent-onderkent/
Wanneer blijkt dat iemand intellectueel getalenteerd is, ontstaat er vaak direct een specifiek verwachtingspatroon met betrekking tot potentieel en prestatie. Er wordt automatisch aangenomen dat hoge resultaten direct zullen volgen.
Bij cognitief getalenteerden, is er weinig ruimte om adequate vaardigheden te ontwikkelen. Hierdoor worden ze negatief benaderd en begrippen zoals lui, je kan beter, onderpresteerder en drop-out klinken al gauw. Zelfs wanneer met weinig inzet goede resultaten zijn, ontstaat er nog commentaar
Door positieve feedback, geleidelijke opbouw en het begrip dat er niet gelijk gepresteerd wordt ontwikkelt sporttalent zich.
Bij intectueel begaafden zijn er vaak gelijk hoge verwachtingen. Nu ze meer uitdaging hebben moet er toch gepresteerd worden?
Als dat niet direct volgt komt er kritiek. Hierdoor kunnen hoogbegaafde kinderen concluderen dat ze anderen teleurstellen, dat ze niet voldoen aan de verwachting en het potentieel dat ze bezitten niet waard zijn.
Hierdoor kunnen ze zichzelf gaan zien als loser, waardoor ze zelfvertrouwen verliezen en geloof in zichzelf verliezen.
Uiteraard draagt dit niet bij tot een optimale ontwikkeling maar tot een opbouw van trauma, waar ze de rest van hun leven last van hebben, als ze hier niet mee aan de slag gaan.
Het kan zijn dat iemand helemaal niet wil presteren omdat hij/zij daar geen energie van krijgt.
Het kan zijn dat iemand niet wil presteren omdat er dan gelijk hoge verwachtingen zijn waaraan misschien niet voldaan kan worden
Ook intellectueel talent heeft, net als in de sport, tijd nodig om te ontwikkelen, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke hindernissen. Deze hindernissen, die een hoogbegaafde echt in de weg zitten worden door Venderickx en Kieboom (2017) embodioâs genoemd en zij hebben geconstateerd dat er 11 zijn.
Door uit te gaan van wat ik zou willen noemen de voorwaarden om tot presteren te komen ontstaat er een hele andere begeleiding van hoogbegaafden. Dit in tegenstelling tot de modellen zoals het Achievement Orientation (Siegle & McCoach, 2012) en Trifocal Model for reversing underachievement syndrome (Rimm, 2008) die uitgaan van de prestatie zelf.
Bij sporttalenten wordt er wel zowel fysiek en mentaal gewerkt.
Bij intellectueel talent wordt verveling, demotivatie, gedragsproblemen, agressie en aanpassingsgedrag vaak gezien als âsymptoom' en niet als oorzaak van hoogbegaafdheid.
Hoogbegaafde kinderen kunnen problemen op school hebben door ontbrekende leerstrategieën, maar ook doordat zij niet gewend zijn aan fouten maken, comfortzone verlaten en moeite ergens voor doen. (Venderickx & Kieboom, 2017).
Wanneer de noodzakelijke mentale training niet op school mogelijk is, dan is dit wel mogelijk binnen de sport en het muziekonderwijs.
Door hiermee aan de slag te gaan, zowel fysiek, mentaal als emotioneel word je weerbaarder, groeit zelfvertrouwen en zelfbeeld en leer je doorzetten en moeite doen, ook als het lastig wordt.
Ja, aan zelfvertrouwen en eigenwaarde moet je bouwen. En pas wanneer dat zelfvertrouwen groeit en je je veilig voelt dan pas kan je je optimaal ontwikkelen, dan is zelfrealisatie mogelijk.
, ,