18/06/2023
Vaderdag
Ik kijk naar het kleine meisje met de zwarte vlechtjes, mijn kleine ik, en vraag haar: kun je me wat herinneringen geven? Want ik heb er zó weinig; herinneringen. Vooral die aan mijn vader. Ik kan me mijn herinneringen niet herinneren. De kleine én de grote niet.
Ze kijkt me onzeker aan en doet een poging. Weet je nog, zegt ze: het heerlijke brood en de geurende appeltaart die mijn vader bakte, want hij was tenslotte een bakkerszoon, de parkieten die we in huis hadden en waar mijn zussen doodsbang voor waren als ze weer eens ontsnapt waren. De vakanties in de mooiste tent van de hele camping. Mijn vriendje de kikker die ik daar hield als huisdier en mijn verdriet omdat ik hem niet mee mocht nemen naar huis. De iglo die ik in de winter samen met mijn broer bouwde. Samen vissen vangen in het Zwarte Water. Het litteken wat ik opliep toen mijn been achter een spijker bleef haken. Het pink in pink lopen met mijn vader tijdens een bezoekje aan Rotterdam. Dan blijft ze stil: ik heb er niet meer. Dat is het zo'n beetje.
Ik probeer aan te dringen: 'vertel me nog meer, toe!'. Ik wil zĂł graag weten waar ze mee speelde, hoe ze op school was, welke vriendjes en vriendinnetjes ze het leukste of het stomste vond. Wanneer ze blij was of verdrietig of bang of boos.
..en vooral hoe ze zich voelde toen ze haar vader verloor...
Ze huilt zachtjes; ik kan het me ook niet meer herinneren, zegt ze.
Ik sla mijn armen om haar heen en troost haar. 'Het geeft niet kleintje. We houden ons vast aan elkaar en aan de kleine herinneringen die we samen nog hebben'.